(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Omdat zijn vriendin nogal graag en veel wiet rookt, komt columnist Mauro de laatste tijd wel heel vaak in de coffeeshop. Dit inspireerde hem twee weken geleden tot een column met kooptips voor coffeeshopgangers, en ook vandaag heeft hij het over de coffeeshop. Een post-corona coffeeshopbezoek blijkt totaal anders dan voorheen. 

We zijn weer een aantal weken verder sinds mijn laatste column van juli, en alweer in augustus aanbeland. Ik noem die column van juli specifiek, omdat een aantal trips naar de coffeeshop mij inspireerden om dit vervolg op die column te schrijven. Het ging over coffeeshop-aankopen, zoals je misschien nog weet.

Zelf kan ik makkelijk tevreden zijn: ik heb eigenlijk alleen wat hasj nodig en kan vrij goed rantsoeneren. Eens per dag zal ik het dan afwisselen met een lekker wietje, en misschien dat ik een dab neem met de vaporizer. Ik kan hetzelfde echter niet zeggen over mijn vriendin, die niet alleen meer rookt dan mij maar ook liever wiet heeft dan hasj.

In de rij om contant te betalen

Nou ben ik de beroerdste niet, dus zijn we (of ikzelf op de fiets) inmiddels vaker naar de coffeeshop gegaan. Wat me ten eerste opviel bij deze bezoeken, dat het inmiddels qua beveiliging redelijk losjes gaat. Bij de shops waar ik ben geweest is het vrij duidelijk wat de bedoeling is. Je moet in een rij gaan staan op afstand, vaak met tape op de grond, en wachten op je beurt. Niemand zit in de coffeeshop. Ze laten je nog wel toe om een jointje te maken, maar zover ik het begrijp mag je niet blijven zitten om een (pure) joint te roken of te verdampen.

Iets anders wat opvalt is dat er specifiek gevraagd wordt om cash te betalen. Nou ja, sommigen vragen er netjes om. Anderen laten alleen weten dat er bijvoorbeeld na 21.00 niet meer gepind kan worden. Dat zou wel kunnen, maar de pin wordt er gewoon uitgetrokken zodat er alleen cash wordt aangenomen. Bijna het tegenovergestelde van wat we eerst zagen in de supermarkten.

Hoewel Mauro het wel aanraadt, mag er niet meer aan wiet geroken worden in coronatijd. Foto: Anton Watman, Shutterstock

Het geringe aanbod niet ruiken aub

Over het algemeen kom ik geen grote rijen tegen, ondanks dat ik op verschillende dagen en tijdstippen ben geweest. Wanneer we dan aan de beurt zijn, mag ik me buigen over het menu. In de shops waar ik ben geweest, is het duidelijk een kleinere menukaart. Zowel het aanbod aan wiet als hasj is kleiner dan voorheen. Nu is het ook zomer, traditioneel een periode van schaarste op de cannabismarkt.

Wanneer je dan toch een keuze hebt gemaakt, mag je er niet aan ruiken. Iets wat ik erg frustrerend vind, maar ik begrijp het ook wel. Verder word ik er aan herinnerd hoe duur de wiet in de coffeeshop is. Nadat er is afgerekend, is de bedoeling dat ik ook weer vertrek. Mits haast, betekent dit dat we buiten ergens neerstrijken om een jointje te maken en te roken.

Straatdealers

Een van die keren deden we dat op een pleintje, op redelijke afstand van de coffeeshop. Alwaar ik maar liefst drie keer ben aangesproken door iemand, met de vraag of ik niet liever hun wiet wilde kopen. Goed, ik zag er die dag ook uit als een stoner, maar toch. Eerst door een jongere gast die mijn aansteker wilde lenen en een verkooppraatje hield terwijl zijn vriendin erbij stond. De volgende was een oudere man, een bekende die interesse probeerde te wekken voor wat een andere bekende verkoopt. Als laatste was er dan een zwerver die het ook nog maar eens ging proberen. Die laatste had ook niet echt gehoord van de 1,5 meter en kwam voor mij te dichtbij. Gelukkig wist mijn vriendin er mee om te gaan.

Tijden veranderen, laten we maar zeggen. Hopelijk gaat het op een gegeven moment de juiste kant op, in plaats van de verkeerde.

[Openingsfoto: www.hollandfoto.net, Shutterstock]
(advertenties)