(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

In de strijd voor legalisering van marihuana kom je de vreemdste tegenstanders tegen. Bijvoorbeeld kwekers. Wietkwekers die tegen legale wiet zijn, ‘t lijkt onwaarschijnlijk maar het is verklaarbaar. En wel met het oudste argument ter wereld: geld.

Zwart geld in dit geval, of ten hoogste grijs geld. Jullie kennen allemaal het probleem van de achterdeur. Dat je in Nederland wel een coffeeshop mag hebben en daar wiet mag verkopen, maar dat je het officieel niet kunt inkopen. Omdat de teelt van wiet verboden is, even afgezien van de hobbykweker met zijn 5 plantjes. En die bevoorraadt echt niet de 600 coffeeshops in ons land. Dat doen de grotere jongens. Handje contantje afrekenen aan die achterdeur, dus minstens zo grijs als Sinterklaas. Via een vage constructie zet de coffeeshophouder deze inkoop in de boekhouding. Immers; wit inkopen kan en mag hij niet van de wetgever. Een betere naam voor de achterdeur zou dus grijswasluik zijn.

ivoquicheOngewild zet minister Opstelten van Justitie & Veiligheid door zijn beleid aan tot het witwassen van geld. Ik zou het geen crimineel geld willen noemen, want de enige echte crimineel in deze is Opstelten zelf. Die oude man is zo gefascineerd door het concept van Law & Order dat hij elk contact met de realiteit verloren is. Hij doet me aan Don Quichot denken. Romanfiguur uit de 17e eeuw, toen het merendeel van de mensen nog heilig geloofde dat god bestond, de aarde plat was en een kale aardappel het lekkerste eten was.

Don Quichot bevocht te paard windmolens, Ivo in maatpak niet bestaande cannabisvijanden

Volgens Wikipedia is Don Chuichot ‘het stereotype van de idealist, een dwaze held die zich met zijn goede bedoelingen maar onpraktische daden min of meer belachelijk maakt’. Don Quichot bevocht te paard windmolens, Ivo in maatpak niet bestaande cannabisvijanden. Vul in plaats van de middeleeuwse Spaanse edelman de naam van onze VVD-minister in, en I rest my case…

Voor broodkwekers, mensen die leven van wiet kweken, is Opstelten natuurlijk een zegen. Zolang hij – of een andere politicus van rechtse en/of christelijke partijen – aan het bewind is, verdienen zij een dikke zwarte boterham. En dankzij de huisvlijt van deze zilvervloot aan kwekers hebben de meeste growshops en voedingsboeren ook niet te klagen over een slecht gevulde fooienpot met grijs geld. Als iemand met hun spullen flink aan de wietboemel gaat, kunnen ze zich verdedigen met het argument dat die eigenlijk bedoeld zijn voor de teelt van trostomaatjes.

Coffeeshops zijn de pineut

De enigen die echt zwaar te lijden hebben zijn de coffeeshophouders. Zij zijn namelijk zichtbaar in de zogenaamde bovenwereld. Kunnen niet anders dan proberen te werken volgens de krankzinnige regels van het gedoogbeleid. Dat je dus wel via de voordeur een blower mag binnenlaten en hem wiet mag verkopen, maar niet via de achterdeur diezelfde wiet mag inkopen. Sterker nog, dat je de zaak dicht kan gooien als je betrapt wordt op ‘grootschalige handel met illegale hennepkwekers’. Als je een goedlopende coffeeshop hebt en je aan alle regels houdt, loop je nu dus dagelijks de kans dat je als een crimineel wordt aangepakt door Opsteltens windmolen-milities.

Iets met een kip en een ei, oorzaak en gevolg… pffff. Waar ligt mijn sok met grijs-zwart wietgeld eigenlijk?

(advertenties)