(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Broodnodige vrouw op de site is ’t Modmeisje! Zet met haar column ons blowers en growers toch maar mooi eens per week aan tot nadenken over heel andere dingen dan War on Drugs, spint in je planten of mopperen op Ivo Opstelten. Al zit ze dan in crisis…

 

‘t  Modmeisje verkeert in crisis

Crisissssss-het-is-cri-sis-men-sen! Tot voor kort was dit voor velen nog een fenomeen uit de jaren tachtig, net zoals Milli Vanilly of pakken met schoudervulling. We hadden er allemaal wel vaagjes van gehoord, maar konden ons er verder niks bij voorstellen. De tijd heeft ons echter ingehaald en de meesten van ons zitten tot onze nek in de crisis shit.

modmeisje groot-1Zo’n crisis haalt bij veel mensen het slechtste naar boven. Zo heb je van die figuren die altijd maar positief blijven en als mantra herhalen: het-komt-al-le-maal-wel-goe-oed. Maar laat dat nu juist dezelfde mensen zijn die hun baan niet kwijtgeraakt zijn. Van díe mensen met een zilveren lepeltje die niet beter weten dan dat het altijd wel goed komt. Misschien moeten díe mensen eens een dagje vrijwilligerswerk doen bij de Voedselbank.

Zelf kom ik daar regelmatig. Sinds ik columns voor RollingStoned schrijf, gaat het namelijk bergafwaarts met mij. Ik doe er vaak een bakkie met een student die wegens gebrek aan werkperspectief een derde studie doet. Ook ontmoet ik daar soms de 12-jarige Luna. Tja, dat soort uitwassen krijg je als je kinderarbeid afschaft. Een keer probeerde er een oud-bankmedewerker binnen te sluipen. Die hebben we verjaagd met rotte eieren uit het magazijn. Want dankzij de banken en hun blunderende topmannen, die daar ook nog eens abominabele afkoopsommen (kuch:beloningen) voor ontvangen, slijten steeds meer Nederlanders wanhopig hun dagen op de site van het UWV.

‘Ik heb van mijn beroep mijn hobby gemaakt’

Af en toe is er gelukkig ook een lichtpuntje in deze donkere crisisdagen. Zoals die visser die ik laatst op tv zag. Terwijl de goede man zijn evenwicht probeerde te bewaren op zijn heftig deinende visserskot én een plens koud zeewater in zijn gezicht kreeg, zei hij zonder blikken of blozen: ‘Ik heb van mijn beroep mijn hobby gemaakt.’ Ook al had ik dagen niet geslapen van de geldzorgen en knorde mijn maag als een vulkaan omdat ze me bij de Voedselbank op rantsoen hadden gezet, hier werd ik vrolijk van.

Want ik wist altijd al dat je van je hobby je werk kon maken, maar nog niet dat dat dus ook andersom kon. En dát in tijden van crisis. Veel mensen zouden het de visser graag nadoen. Sterker, misschien zouden veel mensen het de visser inderdaad na moeten doen: onbuigzaam je eigen koers blijven varen al is het crisis en zonder te klagen regelmatig die plens koud zeewater of andere rottigheid incasseren. Net zo lang tot de crisis, waar wij toch geen invloed op hebben, voorbij drijft. En tot die tijd moeten we gewoon net als de visser stug blijven volhouden dat onze hobby ons werk is.

(advertenties)