(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

RollingStoned’s vrouwelijk tegengeluid in de mannelijke club columnisten is ’t Modmeisje. Door haar ogen zien wij ook ineens een compleet andere wereld… Zoals die van een heel sloom mannetje dat elke dag aan haar voorbij schuifelt.

Het langzame mannetje

Als ik uit raam kijk zie ik hem vaak: het langzame mannetje. Terwijl de wereld om hem heen snel en gehaast is, schuifelt hij tergend traag, voetje voor voetje, over de stoep aan de overkant. Of hij daar net is aangekomen of dat hij daar nog altijd liep sinds de laatste keer dat ik naar buiten keek, is me altijd onduidelijk. Dat heb je met langzame mannetjes.

Laatst zag ik hem weer. Zou het langzame mannetje zo geboren zijn of had hij een keer een klap van de molen gehad? Dat vroeg ik me af terwijl ik huiverend dacht aan zijn arme moeder tijdens de bevalling.

Dat deed me denken aan een kroegspelletje dat ik tijdens mijn studententijd eens deed met mijn vrienden. Terwijl we aan de bar ons biertje dronken in een kroeg waar krakers, kakkers en klootzakken zich verzamelden, kwam ons gesprek op dorpsgekken. We hadden allemaal wel een mafkees in ons eigen buurtje in de stad wonen. We besloten te raden hoe ze zo koekoek waren geworden.

modmeisje groot-1Zo kende ik een man.Of was het een vrouw? Nou ja, een ‘het’ die op hakken, met lange rokken en roodgeverfde haren door de buurt paradeerde als een volleerd model. Maar dan wel eentje met een weelderige mannenbaard. Je zag voorbijgangers altijd eerst kijken zonder hem echt te zien, om vervolgens verbijsterd te staren: zagen ze dat nou goed? Juist op dat moment lichtte het zijn rok op en wensten mensen dat ze überhaupt nooit gekeken hadden.

‘Hij had nooit vegetariër moeten worden, dan krijg je dit soort dingen’

‘Zijn ballen zijn tussen een scheermesje blijven steken, daarom heeft ie zijn baard maar laten staan’, riep een van mijn vrienden. ‘Nee’, beweerde een ander, ‘hij had vroeger thuis alleen maar oudere zussen, die hebben hem verpest.’ ‘Hij had nooit vegetariër moeten worden, dan krijg je dit soort dingen’, merkte iemand op. ‘Maar wat zit er dan eigenlijk onder die rok?’ vroeg een vriendinnetje tussendoor een paar keer wanhopig . Toen greep de barman in: ‘Die heb zich gek gezopen, hier an m’n bar, waar jullie nu zitten.’ Met een kwaadaardige grijns zette hij een nieuw biertje voor ons neer dat we stilletjes opdronken.

Na al deze overpeinzingen zag ik het langzame mannetje nog steeds door mijn raam. Voetje voor voetje was hij op weg naar waar hij dan ook moest zijn. Niemand anders leek hem te zien. Of wilden ze hem gewoon niet zien? Bang om toe te geven dat het langzame mannetje misschien wel een punt heeft. Anders dan de rest van ons is hij nooit snel op weg naar iets anders, iets beters. Toen, traag, heel traag, hief het langzame mannetje zijn hoofd op en draaide zijn gezicht naar me toe. Zag ik daar nou een blik van verstandhouding?

(advertenties)