(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Ik heb het weleens aangelegd met een Limburger. We ontmoetten elkaar voor het eerst  ergens in het midden van het land. Allebei weggevlucht uit de kleine gehuchten van onze jeugd. Hij uit zijn katholieke-hypocriete gevangenis. Ik uit een verstikkend dorp in Noord-Nederland…

Waar ze ook behoorlijk hypocriet waren. Helaas wisten ze bij mij niet wat dat woord betekende. Dat krijg je als zuipen volkssport nummer 1 is. Vandaar dat ze in mijn dorp ook Carnaval vierden.Daarmee hadden we in elk geval al iets met elkaar gemeen. Wat me verder in hem aantrok: zijn grote harige onderarmen. Ik zeg je: wie ooit bedacht heeft dat metromannen sexy zijn moet zich laten nakijken. Maar wat hem vooral onweerstaanbaar maakte: die zachte Limburgse G van hem die mijn oor in tuimelde als hij (geile) dingen tegen me zei.

En hij had behoorlijk wat praatjes. Heul wat anders dan die stugge Noorderlingen die eerst een flinke scheut alcohol in hun keel moeten gieten voor ze loskomen. We hebben het samen dan ook best lang volgehouden.  Toen het over was tussen ons heb ik gehuild met lange wolfachtige uithalen, al was het maar om de oorverdovende stilte op te vullen die hij achterliet. Maar nu, jaren later, weet ik wat ik toen nog niet wist: hij was het net niet helemaal.

Om dat te achterhalen moest ik nog dieper richting het zuiden afdalen, niet naar Italië hoor, ik kijk wel uit met al die mamakindjes daar, die zijn nog erger dan metromannen. Maar wel voorbij Limburg, naar België. Daar belandde ik met een donker gemoed – waarom leg ik in een andere column nog weleens uit – in een bruine kroeg in een pittoresk stadje. Het eerste lichtpuntje dat ik daar aantrof was het stadje zelf. Het was alsof iemand daar een emmer middeleeuwse sfeer over de huizen had gekieperd.

‘Dag poppeke, wilt gij wellicht een drankske van mij?’

Dan de kroeg waarin ik zat. Daar rook het tenminste nog naar sigarettenrook, okselzweet en dode muizen. Op het piepkleine podium stond een jong Belgisch bandje, dat ongetwijfeld flink bijdroeg aan de zweetlucht, te jammen alsof hun leven er vanaf hing. Muziek maken dat kunnen onze zuiderburen  uitstekend. En bier brouwen. Het smaakte me in elk geval allemaal prima. Net toen ik dacht het niet beter kon worden, hoorde ik het zoetste dat ik ooit gehoord heb: ‘Dag poppeke, wilt gij wellicht een drankske van mij?’

201003271900-1_belgisch-bier-bedreigd-door-valse-concurrentieWie dacht dat Limburgers charmant zijn met hun zangerige accent: nep Belgen zijn het, die doen alsof ze niet bij de rest van Nederland horen. Nee, dan de echte Belgen. Ja ook zij hebben issues als het op de verdeling van hun land aankomt, maar ik kies ervoor dat hier nu even te vergeten. Met hun zachte G, verkleinwoordjes en voorzichtige benadering benevelen ze je.

De Belg die me zoetjes had durven aanspreken, heeft het geweten.  ‘Zeker en vast’, antwoordde ik op zijn vraag, om daar aan toe te voegen: ‘Hedde gij daarna zin in een pijpske?’ Toen bleek al snel dat de  liefde slechts van een kant kwam. Belgen houden nu eenmaal niet van die Hollandse directheid.  Ze hebben me in elk geval diezelfde avond nog het land uitgegooid.

Omdat ware liefde zich niet laat beknotten moet ik sindsdien mijn Belgenkick ergens anders vandaan halen. Gelukkig kan ik hier in Nederland Studio Brussel ontvangen. Ook kan ik via de Wereld Draait Door aan mijn trekken komen. Als ik geluk heb tenminste, want veel te vaak tref ik daar Prem Radhakishun of Felix Rottenberg aan. Maar soms, heel soms zit hij daar: de Belg Peter Vandermeersch, hoofdredacteur van het NRC Handelsblad. De woorden die hij uitspreekt zweven als zachte lentebloesems mijn oren binnen. Dat Peter één van Neerlands oudste dagbladen van ons afgepakt en geannexeerd heeft, doet daar niks aan af.

Nederlanders die in België wonen hebben overigens niet dit effect op me. Gert Verhulst bijvoorbeeld, de grote baas van Studio 100 en bedenker K3, vind ik verre van lief. Vooral als hij het weer eens met een van zijn K3-vrouwtjes doet. Die meiden hebben zelf ook issues, je als dertigplussers in kleuterkleertjes hijsen is twijfelachtig, maar toch houd ik Gert verantwoordelijk voor dit bandeloze gedrag.

Uiteraard weet ik ook wel dat de Belgen net als Gert niet altijd lief zijn. Dat ze net zo goed ellebogen hebben, vreemdgaan en liegen. Maar ja, zo gaat dat nou eenmaal met echte liefde:  je weet het wel, maar je wil het helemaal niet weten. Zeker en vast.

(advertenties)