(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Hoewel niet iedere wietplant even snel groeit, is het verloop van de levenscyclus voor iedere wietplant wel ongeveer hetzelfde. Het begint meestal met een zaadje, waarna de groeifase volgt en tenslotte de bloeifase waarin de toppen gevormd worden. Enfin, als je dit kweekplan volgt kan er eigenlijk niet veel meer misgaan. 

Als je buiten weleens een wietplant hebt gekweekt, dan weet je waarschijnlijk wel dat dit begint met de zogenaamde groeifase. Een periode waarin wietplanten alleen groeien en die buiten ongeveer drie maanden duurt. Wanneer de dagen dan in augustus kort genoeg worden begint de bloeifase waarin de toppen gevormd worden. Na een week of 6 tot 8 bloeien kan er geoogst worden.

Binnen verloopt het leven van een wietplant min of meer volgens dezelfde principes van eerst groeien, vervolgens bloeien en tenslotte de oogst. Het grote verschil is dat je binnen als kweker zelf bepaalt hoelang je wietplant moet groeien voordat je de bloeifase laat beginnen. En daardoor kun je dus ook prima een vooropgezet kweekplan gebruiken – volledig aanpasbaar naar je eigen kweekstijl.

Week 1: ontkiemen

Ervan uitgaande dat je kweekcyclus met wietzaden start, begint het kweken op het moment dat je wietzaden voor het eerst met water in aanraking komen. Maar natuurlijk kun je dit kweekplan ook gebruiken wanneer je stekken gebruikt; sla in dat geval gewoon de eerste twee weken over en lees verder vanaf week drie.

Wie wel vanuit wietzaden kweekt, begint zijn kweekcyclus met het ontkiemen ervan. Het duurt ongeveer twee tot drie dagen vanaf het eerste contact met water, voor je wietzaadje zijn allereerste worteltje laat zien. Op dat moment moet het zaadje ook de grond (of een hydrosysteem) in. Doe je dat niet dan verspilt je zaadje al haar energie aan het worteltje dat tevergeefs op zoek is naar een voedingsbodem.

Het ontkiemen zelf kan op verschillende manieren waar we hier alleen naar verwijzen. Je kunt wietzaden direct in de grond of een kiemplugje ontkiemen maar veel kwekers kiezen er liever voor om hun wietzaden buiten de aarde te laten kiemen. Op die manier kun je de ontwikkeling van het zaadje namelijk veel beter zien; direct in de aarde ontkiemen is wellicht makkelijk omdat je niet meer hoeft te verpotten maar je ziet pas of het gelukt is wanneer het zaadje boven de grond komt. Wij raden doorgaans de 100% succesvolle kiem-methode aan.

Wanneer je zaadje uitgekomen is en vanaf haar eerste worteltje in een klein potje met aarde of een hydrosysteem staat, zal het na zeven dagen een zaailing zijn. Ze heeft dan een kort steeltje met daaraan twee lobblaadjes en een groeipuntje met twee eerste beginnende gekartelde blaadjes. Dit doe je in de eerste week:

  • Start met ontkiemen
  • Na twee tot drie dagen hoort een wietzaadje uit te komen
  • Zaai het zo snel mogelijk nadat er een worteltje zichtbaar is
  • Na ongeveer zeven dagen heb je een zaailing

Na één week zou je een zaailing moeten hebben zoals deze. Foto: HighGradeSnaps, Shutterstock

Week 2: zaailingen

Na de eerste week zouden wietzaden tot zaailingen uitgegroeid moeten zijn. Wietzaden die na een week nog niet boven de grond zijn, of geen wortel hebben, zullen het waarschijnlijk ook niet meer redden dus schrijf die maar af. Zaailingen blijven ongeveer een week zaailingen en daarna spreken we van plantjes. Mits ze natuurlijk vanaf het begin genoeg licht krijgen.

Omdat zaailingen in het begin nog maar twee kleine lobblaadjes hebben, kunnen ze nog niet veel licht opvangen. Krijgen ze niet voldoende licht, dan zullen ze daar naar opzoek gaan en snel veel te lang worden. Zet je zaailingen dus vanaf het moment dat ze uit de grond komen direct in het licht. Dit kan een HPS kweeklicht zijn of een led kweeklamp, maar spaarlampen in de kleur 865 of 840 (zie verpakking) zijn er ideaal voor, ze mogen lekker dicht op de zaailingen, zo’n 5 tot 7 cm afstand. Zet het kweeklicht op een schakelklok en stel die in op 18 uur licht, en 6 uur donker per etmaal, om je wietplant in de groeifase te houden. Zorg ervoor dat je zaailingen tijdens de donkere uren absoluut geen licht krijgen.

Na week twee (14 dagen sinds het eerste contact met water) zou je wietplant haar eerste twee setjes met gekartelde blaadjes moeten hebben. Naarmate de blaadjes groter worden, stopt ook de neiging tot strekken, mochten je zaailingen daar last van hebben.

Anders dan stekken die nog moeten wortelen, hebben zaailingen geen hoge luchtvochtigheid nodig. Het is dus niet nodig om ze in een propagator (minikasje) te zetten. Zorg voor een licht vochtige bodem, maar zeker niet drijfnat. Een zacht briesje waar ze lichtjes van heen en weer bewegen maakt de stammetjes stevig en dikker.

  • Geef zaailingen direct voldoende licht, anders strekken ze teveel
  • Stel het licht in op 18 uur aan en 6 uur uit
  • Zaailingen behoeven geen hoge luchtvochtigheid
  • Zorg voor een licht briesje, zodat de zaailingen zachtjes bewegen
  • Geef elke dag een drupje water, dus een klein scheutje zodat de bovenste laag van de aarde een dag later weer droog is
  • Hydrokwekers voeden in week 2 met een EC-waarde van +/- 0,8 tot 1,0

14 dagen na het kiemen zou je zaailing een plantje met twee setjes gekartelde blaadjes geworden moeten zijn.

Week 3: verpotten

In de derde week is het meestal tijd om je jonge wietplant naar een grotere pot te verpotten. Je zou een wietzaadje na het ontkiemen ook direct in een grote pot kunnen zetten, maar dat is meestal geen goed idee omdat je dan al snel teveel water geeft. Zo’n grote pot met aarde neemt een hoop water op dat de jonge zaailing niet verbruikt waardoor schimmelproblemen op de loer liggen. Alleen autoflowers zijn hierop een uitzondering, die dien je wel meteen na het ontkiemen in een grote pot te zetten omdat deze door het verpotten vertraagd worden. Let in dat geval dus extra goed op dat je niet teveel water geeft.

Wanneer je dus geen autoflowers kweekt, is het in de derde week tijd om te verpotten. Zodoende moet je in de derde week dus ook een potmaat kiezen. Je kiest een potmaat aan de hand van de gewenste en verwachtte eindmaat van je wietplant. Een wietplant heeft onder de grond ongeveer hetzelfde volume aan wortels als bovengrondse groei. Hoe groter de wietplant moet worden, hoe groter dus ook de maat van de pot moet zijn.

Wie voor een Sea Of Green gaat (veel planten per vierkante meter) hoeft niet langer voor te groeien en heeft ook geen grote potten nodig. Kweek je volgens het gedoogbeleid vier of vijf planten met bijvoorbeeld een 600 Watt lamp, dan wil je wat grotere planten en moet je die ook wat langer laten groeien. Kweek je slechts één plant en wil je die scroggen, dan zou je juist een hele grote potmoeten kiezen. Hier volgt een kort lijstje plant-hoogtes en bijbehorende potmaten.

  • 20 centimeter – 5 tot 7 liter pot (goed voor Sea Of Green, +/- 25 per vierkante meter)
  • 40 centimeter – 10 tot 12 liter pot (goed voor Sea Of Green, +/- 16 per vierkante meter)
  • 60 centimeter – 15-liter pot (goed voor beperkt aantal planten, +/- 9 per vierkante meter)
  • 80 centimeter – 20-liter pot (goed voor een scrog, +/- 9 per vierkante meter)
  • 1 meter – 25-liter pot (goed voor een scrog, +/- 4 per vierkante meter)
  • 1,2 meter – 30-liter pot (goed voor scrog, 1 tot 2 per vierkante meter)

Het verpotten zelf gaat het gemakkelijkst wanneer de plant een beetje droog staat. De kluit laat zich dan namelijk wat makkelijker uit het potje halen. Verpot dus bij voorkeur een of twee dagen na de laatste waterbeurt. Vul je nieuwe pot bijna tot de rand met aarde, en graaf een ruim gat in het midden. Zijn je wietplanten in het zaailing-stadium iets teveel gestrekt, dan kun je dat nu compenseren door de planten wat dieper in te graven. In principe kun je ze tot aan de lobblaadjes (eerste kleine ronde blaadjes) ingraven.

Neem je plantje en leg je hand op de aarde, met het steeltje losjes tussen je middel- en ringvinger. Draai hem ondersteboven en knijp aan alle zijden even zacht in het potje tot je het kluitje voelt loskomen. Haal de plant zo uit zijn eerste potje en plaats hem in het daarvoor gemaakte gat. Vul het gat met wat aarde en druk het lichtjes aan. Een klein scheutje water maakt het verpotten af.

  • Kies een potmaat op basis van de verwachtte eindmaat
  • Verpotten gaat makkelijker als de aarde wat droog is
  • Graaf gestrekte zaailingen gerust wat dieper in
  • Hydrokwekers voeden in week 3 met een EC-waarde van 1,0 tot 1,1

Overige groeiweken

De rest van de groeiweken is een kwestie van water (en eventueel al voeding) met de juiste pH-waarde geven tot het tijd wordt om de bloeifase in te gaan. Wie met gewortelde stekken begonnen is kan hier instappen.

Water blijf je natuurlijk sowieso gedurende de hele levenscyclus aan je wietplanten geven, maar hoeveel? Het is de bedoeling dat de aarde ten allen tijde vochtig is, maar zeker niet te nat. Een handige vuistregel is om water te geven en dan te wachten tot de bovenste laag van de aarde is uitgedroogd voor je weer water geeft. Til je potten dagelijks even op om een goed gevoel te ontwikkelen voor het gewicht van een te natte of te droge pot. Aan de bladeren kun je ook goed zien of je wietplant meer of minder water nodig heeft; wanneer bladeren naar beneden krullen maar wel stevig aanvoelen staat de wietplant wat te nat, wanneer de bladeren omlaag hangen en slap aanvoelen staat je wietplant uit te drogen. Het streven is een wietplant die haar bladeren fier omhoog heeft staan.

Als je nog niet begonnen was met aanzuren van het water, dan is dit het juiste moment om daarmee te beginnen (vanaf het begin aanzuren is nog beter). Mits je natuurlijk een pH-meter hebt. Heb je die niet, kies dan zoveel mogelijk voor biologische producten en kweek op aarde, dan heeft een onjuiste pH-waarde het minste invloed. Kweek je in een hydrosysteem, dan moet je gewoonweg aanzuren. Mix eerst de voeding, en zuur daarna pas aan. Laat je voedingswater bij voorkeur een nacht staan en zuur dan nog eens aan voor de perfecte pH-waarde. Aanzuren kan met natuurazijn of citroenzuur wanneer je met de hand water geeft, maar gebruik in hydrosystemen speciale pH-min van de kweekwinkel. Huis, tuin en keukenmiddelen kunnen je systeem dan namelijk verstoppen. Mik voor een pH-waarde van 5,8 voor hydrosystemen en een pH-waarde van 6,5 op aarde.

Voeding geven is uiteraard ook belangrijk en in een hydrosysteem vanaf het begin zelfs absolute noodzaak. Kweek je op aarde dan kun je het beste voor een biologische groeivoeding kiezen op dit moment. Kweek je in een hydrosysteem, kies dan voor een minerale groeivoeding en houd in de overige groeiweken een EC-waarde van +/- 1,4 aan.

Op aarde hoef je wellicht nog niet bij te voeden. Dat is afhankelijk van de hoeveelheid voeding in de aarde zit. Kweek je met een zogenaamde lightmix dan bevat die voor ongeveer 2 weken aan voeding en dien je vanaf week vier wel bij te voeden. Je hebt net verpot, maar omdat biologische voeding eerst moet vrijkomen is het een goed idee om daar nu vast mee te beginnen. Geef een halve dosis aan de hand van de verpakking in deze overige weken van de groeifase.

Aan de plant zelf kun je ook zien of ze groeivoeding nodig heeft of dat ze teveel krijgt. Dit zie je in deze fase voornamelijk aan de onderste bladeren. Als die lichter groen van kleur worden of vergelen, is extra groeivoeding gewenst. Zijn ze diep donkergroen van kleur of zie je verdorde bladpuntjes dan geeft je waarschijnlijk al wat teveel en moet je het rustiger aan doen met de voeding.

De bloeifase gaat pas in wanneer jij het lichtschema daarop aanpast. Je kiest bij een gewone fotoperiode (niet autoflower) wietsoort dus zelf het moment waarop je de bloeifase laat ingaan. En aangezien een wietplant na het ingaan van het nieuwe lichtschema van 12 uur licht en 12 uur donker (ipv 18 uur licht en 6 uur donker voor de groeifase) zeker twee keer zoveel volume krijgt is het gewenste formaat hierbij van het grootste belang. Hieronder een lijstje met het gemiddeld aantal groeiweken en de uiteindelijke plant-hoogtes, maar neem het met een korreltje zout; sativa’s groeien veel meer in de bloeifase dan indica’s en als je je wietplanten getopt of gefimd hebt zorgt dat er ook voor dat ze minder hoog maar wel breder worden.

  • Direct na week 3 bloeien: 40 tot 60 cm, goed voor Sea Of Green met veel planten
  • Na week 5 bloeien: 80 tot 100 cm, goed voor beperkt aantal planten icm toppen en trainen
  • Pas na 8 weken of langer bloeien icm scroggen, goed voor een tent vol en een grote brede plant

 

  • Blijf netjes water en eventueel groeivoeding geven, let op de stand van de bladeren
  • Gebruik biologische voeding als je op aarde kweekt, en minerale voeding als je in een hydrosysteem kweekt
  • Zuur aan: 5,8 voor hydrosystemen en 6,5 voor aardekwekers
  • Houd een EC-waarde van +/- 1,4 aan, let op de kleur van de bladeren
  • Kies zorgvuldig het moment om op de bloeifase over te schakelen aan de hand van de gewenste maat van de plant

Blijf je wietplant in de groeifase goed verzorgen met water en voeding en kies het juiste moment om tot de bloeifase over te gaan. Foto: Jan Havlicek, Shutterstock

Bloeiweek 1: strekken

Direct na het ingaan van het nieuwe lichtregime van 12 uur licht en 12 uur donker zul je merken dat je wietplanten de hoogte in gaat. Dit is geen probleem wanneer je het moment van omschakeling naar bloei goed hebt gekozen. Blijf je wietplanten in deze eerste week van de bloeifase gewoon voeden met groeivoeding, ze bloeit immers nog niet. Daarom dien je ook nog steeds dezelfde groeilamp te gebruiken (mits je daar een aparte lamp voor hebt). Je schakelt pas over op een speciale bloeilamp – of bij leds de bloeistand – wanneer je wietplanten ook echt gaan bloeien.  Alles blijft nu dus nog even hetzelfde, maar niet voor lang.

  • Blijf voeden met groeivoeding
  • Gebruik nog steeds een groeilamp of groeischakelaar bij leds
  • EC-waarde: 1,5

Direct na de omschakeling naar 12/12 zal een wietplant enorm strekken.

Bloeiweek 2: eerste bloeiharen

Rond het einde van de tweede bloeiweek kun je de eerste bloeiharen verwachten. Dat is ook het moment waarop je van groei- naar bloeivoeding overstapt. Ook de voeding kan vanaf dat moment worden aangepast want pas nu heeft je wietplant meer behoefte aan fosfor en kalium. Een goede basis bloeivoeding volstaat, maat kies wederom biologisch voor aarde en mineraal voor hydro.

Aan het einde van de tweede bloeiweek kun je je wietplanten gaan dieven als je dat van plan was. Dat is het verwijderen van de lager groeiende topjes, zodat de hoger groeiende buds groter kunnen worden. Waarom pas nu? Wel, nu pas kun je goed inschatten welke toppen wel en welke geen groeipotentie hebben. Hoe het dieven precies in zijn werk gaat lees je hier, maar nu is het ideale moment om het te doen.

  • Dief wietplanten aan het eind van de tweede week van de bloeifase
  • Blijf gewoon groeivoeding geven in deze week
  • Gebruik groeilampen en schakel pas over wanneer je bloeiharen ziet
  • EC-waarde: 1,6

Einde week twee van de bloeifase: de eerste bloeiharen.

Bloeiweek 3: de eerste topjes

Nu de eerste toppen gevormd worden, kan ook de EC-waarde wat omhoog, als je geen EC-meter hebt geef dan op gevoel iets meer voeding. Heb je wel een EC-meter richt je dan op een EC-waarde van ongeveer 1,7. Nu je wietplanten gaan bloeien hebben ze ook meer behoefte aan bloeivoeding. De strek gaat ook onverminderd voort en wanneer je in hoogteproblemen komt kun je overwegen om je planten te supercroppen.

Je zult ook merken dat de planten wat dorstiger worden nu. Er gaat veel energie in de bloei zitten! Blijf je voedingswater aanzuren (indien mogelijk) en geef liever vaker een beetje dan eens in de twee dagen wat meer. Gebruik nu uitsluitend bloeivoeding.

  • Voer de EC-waarde op tot 1,7
  • Gebruik vanaf nu alleen nog bloeivoeding
  • Ga supercroppen wanneer wietplanten te hoog worden

Bloeiweek 3: de eerste toppen

Bloeiweek 4 t/m 6

In de bloeiweken 4 tot en met 6 is er niet veel werk meer aan de winkel. Natuurlijk blijf je gewoon water en voeding geven, maar aangezien de planten niet meer strekken, kun je het daarbij laten. Wel voer je de EC-waarde iedere week met 0,1 punt op zodat de EC-waarde in bloeiweek vier 1,7 is en in bloeiweek zes 1,9. De toppen zullen steeds dikker worden en er komen steeds meer bloeiharen bij. Indien je een langer bloeiende soort hebt verdeel de EC-waarden dan over de bloeiperiode (laat ze langzamer oplopen) maar geef nooit meer dan een EC-waarde van 1,9 tot 2,0

  • Blijf water en voeding geven zoals gewend
  • Gebruik uitsluitend bloeivoeding en laat de EC-waarde iedere week 0,1 punt oplopen
  • Geef nooit meer voeding dan een EC-waarde 1,9 tot 2,0

Bloeiweek 4 t/m 6: toppen worden steeds dikker

Bloeiweek 7 en 8: spoelen

In de laatste twee weken is het tijd om te spoelen. Dit kan bij langer bloeiende wietsoorten zoals sativa’s natuurlijk ook bijvoorbeeld week 11 en 12 zijn, maar geef in de laatste weken alleen nog schoon water. Hydrokwekers kunnen volstaan met een spoeling van slechts één week. Door de wietplant in de laatste fase alleen water te drinken te geven, verbruikt ze haar reserves wat de smaak ten goede komt.

Zodra je met het spoelen begint, zul je merken dat de bladeren gaan vergelen. Dit is een teken dat het spoelen werkt, en de reserves worden verbruikt.

Wanneer je met een microscoop naar de trichomen (miniscule plakkerige harsdruppeltjes op de toppen) kijkt, zul je zien dat sommigen helder van kleur zijn, terwijl anderen wittig zijn en weer anderen bruin van kleur. Dit zijn de verschillende rijpingsfasen die een trichoom doorloopt. Wiet is klaar om te oogsten wanneer het merendeel van de trichomen wit van kleur is. Heb je nu geen microscoop, kijk dan naar de kleur van de bloeiharen; wanneer daarvan zo’n 80 procent bruin en ingedroogd is, is je wiet rijp voor de oogst.

  • Geef in de laatste twee bloeiweken alleen nog aangezuurd water zonder voeding
  • Kijk naar de trichomen om te zien of de wiet rijp genoeg is om te oogsten
  • Heb je geen microscoop, ga dan af op het aantal bruine bloeiharen
  • EC-waarde: geen voeding geven

Deze top is rijp voor de slacht; vergeelde bladeren, bruine bloeiharen en witte trichomen!

[Openingsfoto: Jan Havlicek, Shutterstock]
Delen via
Lekker bezig!
(advertenties)