(advertentie)
(advertentie)
(advertentie)

Een kweekprobleem: iedereen met wietplanten krijgt er vroeg of laat een, en niet zelden meteen in je allereerste ronde. De meesten denken vrijwel meteen aan voeding, want zo’n beetje ieder kweekprobleem uit zich uiteindelijk als een gebrek. Toch is voeding lang niet altijd de werkelijke oorzaak. Check daarom eerst deze drie dingen, voor je ‘aan de fles’ gaat.

Of je nu binnen of buiten kweekt: kweekproblemen zijn onvermijdelijk. Bladeren die verkleuren, groei die stokt, toppen die er anders uitzien dan gehoopt — iedere kweker maakt het mee. Het probleem is dan ook niet dat je ermee te maken krijgt, maar wat je er vervolgens aan doet.

Want de eerste reflex van kwekers is vaak hetzelfde: er verschijnt een vlekje of verkleuring in het blad, dus moet er iets mis zijn met de voeding. Logisch, want het tekort is meestal het duidelijkste teken dat er wat mis is. Toch is dat niet automatisch de oorzaak. Vaak is het alleen het gevolg van iets anders dat misschien al veel langer speelt.

Ga je op dat moment blind bijvoeden, dan bestrijd je een symptoom terwijl de echte oorzaak niet wordt aangepakt. In het slechtste geval maak je het probleem zelfs groter, want te veel voeding bovenop een ander probleem zorgt al snel voor een nieuw gebrek. Loop daarom eerst deze drie stappen na, bij kweekproblemen.

1. Sluit eerst een plaag of ziekteverwekker uit

Voordat je aan voeding of een gebrek denkt, kijk je je wietplanten goed na op ongedierte. Trips en spintmijt laten piepkleine gaatjes of zilverige verkleuringen achter aan de onderkant van het blad — makkelijk te verwarren met een voedingstekort, dat wel. Maar de oorzaak is een beestje, niet de voeding in je fles.

Ondergrondse plagen zoals wortelluis zijn lastiger te spotten. Je ziet ze niet op het blad, maar de plant reageert er wel op: vertraagde groei, slap blad, een tekort dat maar niet overgaat hoeveel voeding je ook geeft. Bekijk daarom regelmatig ook de wortelzone, niet alleen de bovenkant van je plant.

🔍 Zo scan je snel op ongedierte: Draai een paar keer per week wat oudere bladeren om en bekijk de onderkant met een loep of de camera van je telefoon. Zo zie je plagen vaak weken voordat ze met het blote oog opvallen — op tijd ingrijpen scheelt je een hoop gedoe later.

Inspecteer je wietplanten regelmatig, en kijk goed aan de onderkant van je bladeren.

Foto: Shutterstock

Twijfel je welke plaag je precies hebt, of zit het probleem maar op één plant terwijl de rest er prima bij staat? Dat wijst vaker op een lokale plaag dan op een structureel voedingsprobleem. Kijk in ons overzicht van ongedierte in de kweektent voor herkenning en aanpak van de meest voorkomende plagen.

2. Check of je wietplant nog goed water drinkt

Geen plaag gevonden? Dan is de tweede vraag om jezelf te stellen: neemt je plant überhaupt voldoende water en dus voeding op? Een verkeerd klimaat — te warm, te vochtig, of juist te droog — kan de transpiratie van je plant blokkeren. Geen transpiratie van vocht via de bladeren betekent geen opname van water en voeding via de wortels. En dat oogt precies dus als een tekort, terwijl de voedingsstoffen gewoon aanwezig zijn in het medium.

🌡️ Wat is VPD? Dampdrukdeficit (VPD) is het verschil tussen hoeveel vocht de lucht maximaal kan bevatten en hoeveel er daadwerkelijk in zit. Bij de juiste VPD-waarde transpireert je plant optimaal, en neemt ze water en voeding goed op. Is de VPD te laag of te hoog, dan stagneert die opname — met eventuele bladproblemen als gevolg, die sprekend op een tekort lijken.

Twijfel je of je klimaat goed zit? Meet de temperatuur en luchtvochtigheid op planthoogte, niet ergens in een hoek van de kweektent. Kleine schommelingen zijn normaal, maar structureel te vochtig of te droog werkt averechts op de opname van voeding en houdt een schijnbaar tekort in stand.

Een goed klimaat betekent: voldoende luchtcirculatie en aanvoer van verse lucht, en de juiste temperatuur en luchtvochtigheid.

3. Controleer de pH-waarde en de wortelzone

Pas als plaag en klimaatproblemen zijn uitgesloten, kijk je naar de wortelzone zelf. Ook bij prima voeding in het medium kan je plant er niet bij als de pH-waarde niet klopt (tenzij je puur biologisch kweekt met een actief bodemleven). Een runoff- of slurry-test laat zien hoe de pH-waarde er in de praktijk voor staat, in plaats van alleen in je gietwater vlak na het mengen.

🧪 Zo doe je een runoff-test: Geef ruim pH-neutraal water (pH waarde 7) tot er water onderaan de pot uitloopt. Vang niet de allereerste druppels op, want die zijn te geconcentreerd. Meet de pH-waarde van het water dat er bij het doorspoelen uitkomt — dat geeft het eerlijkste beeld van de pH-waarde van je wortelzone.
De slurry-test is vooral handig als je geen runoff kunt opvangen, bijvoorbeeld bij een dichtgegroeide pot of stevige aarde. Je neemt een beetje medium uit de pot, meng je met pH-neutraal water, laat je even staan tot het bezinkt, en meet je de pH van dat mengsel.

De slurry-test: meng wat aarde met pH-neutraal water en meet de pH-waarde.

Foto: Shutterstock

Let ook op waar in de plant het probleem zichtbaar wordt: stikstof is bijvoorbeeld een mobiel element, en verplaatst zich vanuit oudere bladeren naar nieuwe groei. Een tekort manifesteert zich dan als geel blad onderin. Andere mineralen zoals bijvoorbeeld calcium zijn immobiel, en toont zich bij tekorten juist op nieuw blad, als necrotische vlekjes. Ons overzicht van hoe een wietplant specifieke tekorten laat zien legt dat verschil verder uit.

Werk je met kant-en-klare voeding voor cannabis uit een fles? Dan zitten alle macro- en micronutriënten die je plant nodig heeft daar meestal al in. Het probleem zit dan zelden in wát je geeft, maar in of je plant erbij kan — en dat brengt je weer terug bij pH en wortelgezondheid.

Pas nu kijk je naar de voeding

Heb je plaag, klimaat en pH uitgesloten en houdt het probleem aan? Dan is de kans aanwezig dat je daadwerkelijk met een voedingstekort te maken hebt. Nu is het moment om gericht bij te sturen, niet als eerste stap maar als laatste.

In ons overzicht van gebreksverschijnselen bij wietplanten lees je per tekort hoe je het herkent en oplost. Zo voorkom je dat je blind bij voedt op een probleem dat helemaal niet in je fles zat — en bespaar je jezelf een hoop kweekproblemen later in je kweekronde.

Openingsfoto: Shutterstock