(advertentie)
(advertentie)
(advertentie)

Een ervaren kweker ziet veel aan zijn planten, maar zelfs het beste kwekersoog kan geen pH-waarde of luchtvochtigheid aflezen. Meten is weten bij wiet kweken, en dat hoeft geen fortuin te kosten. Hier zijn daarom 7 verschillende meters die het verschil kunnen maken, inclusief prijs + meters die je gerust kunt overslaan.

Wiet kweken op gevoel kan prima gaan, totdat het misgaat. Gele bladeren, trage groei of toprot hebben vaak een oorzaak die je met het blote oog niet ziet: een verkeerde zuurtegraad, te veel voeding, een vochtige nacht of gewoon te weinig licht. Met een paar betaalbare meters haal je die gok-factor uit je kweekruimte. Bovendien leer je je wietplanten zo veel sneller kennen.

Afhankelijk van je kweekmethode heb je de meters uit dit artikel trouwens niet allemaal nodig. Wie op biologische aarde kweekt, kan met minder toe dan iemand met een hydrosysteem. Daarom lees je bij elke meter hieronder waarvoor hij dient, wat een degelijke meter kost, en voor wie hij de investering waard is. Onderaan het artikel vind je een korte samenvatting voor beginners.

1. De pH-meter

Zorgt ervoor dat je plant voeding goed kan opnemen

De pH-waarde geeft de zuurtegraad van je voedingswater of medium aan. Dat klinkt technisch, maar het effect is heel concreet. Ligt de pH-waarde te hoog (= te basisch) of te laag (= te zuur), dan kunnen de wortels bepaalde voedingsstoffen niet meer (goed) opnemen. Je plant krijgt dan misschien gebreksverschijnselen, terwijl er genoeg voeding in het medium zit. Een pH-meter is daarom voor de meeste kwekers de eerste meter die ze kopen.

🌱 Wat is de pH-waarde? De pH-waarde loopt van 0 (zeer zuur) tot 14 (zeer basisch), met 7 als neutraal. Wietplanten op aarde nemen voeding het best op bij een pH van 6,0 tot 6,5. Op kokos en in hydrosystemen ligt dat lager, tussen 5,5 en 6,1. Meet altijd nadat je de voeding hebt toegevoegd, en corrigeer daarna pas de pH-waarde met pH-min of pH-plus.

Je kunt de pH op drie manieren meten. Een digitale pH-pen is snel en nauwkeurig, maar moet je regelmatig ijken met ijkvloeistof. Een vloeibare testkit werkt met een paar druppels indicator en een kleurenkaart, en is spotgoedkoop.

Als je geen ijkvloeistof in huis hebt kun je je pH-meter nog altijd wel testen met Spa Blauw. Dat heeft namelijk altijd een pH-waarde van precies 6,0. Let op: gebruik hiervoor alléén Spa, andere mineraalwater werkt niet.

Een grondtestkit meet tot slot de pH van de aarde zelf, en vaak ook de hoeveelheid stikstof, fosfor en kalium. Dat is vooral handig als je op aarde of buiten in de volle grond kweekt, want daar kun je de zuurtegraad niet even in een emmer bijstellen. Alles over de juiste waarden lees je in pH-waarde & wiet kweken: alles wat je erover moet weten.

🛒 Welke pH-meter kies je? Wil je een pen die jarenlang meegaat, dan is de Bluelab pH Pen (± €95) een vaste waarde: waterdicht, met automatische temperatuurcompensatie. Een goed alternatief is de AD11 pH/temp tester (± €50), waarvan je de elektrode zelf kunt vervangen. Kleiner budget? De vloeibare pH-testkit van Terra Aquatica kost nog geen €8 en is goed voor zo’n duizend metingen. Kweek je op aarde of buiten in de volle grond, dan meet je met de pH & NPK grondtestkit (± €40, 10 tests) ook direct wat er in je bodem zit.

Verschillende pH-meters

2. De EC-meter

Voor precies genoeg voeding, nooit te veel

Een EC-meter meet de elektrische geleidbaarheid en daarmee de voedingsconcentratie van je voedingswater. Hoe meer opgeloste voedingszouten, hoe hoger de EC-waarde. Dit betekent ook dat de EC-meter alléén werkt met minerale plantenvoeding. Voor biologische aka organische voeding is hij nutteloos.

Gebruik je minerale voeding, dan weet je dankzij de EC-waarde precies hoe sterk je voeding is, in plaats van te vertrouwen op het doseerschema op de fles. Dat is vooral handig omdat te veel voeding een van de meest gemaakte kweekfouten is. Verbrande bladpunten zijn het bekende gevolg.

Als richtlijn begin je in de groeifase laag, rond de 0,8 tot 1,0, en bouw je langzaam op. Bloeiende wietplanten kunnen tot ongeveer 1,8 tot 2,0 aan. Let wel op: Nederlands kraanwater heeft van zichzelf al een EC-waarde van 0,1 tot 0,8, afhankelijk van waar je woont. Meet dus eerst je kraanwater, en houd daar rekening mee.

Ben je de eerste kweek voorbij, dan kun je je voeding verder verfijnen. In Wat is een EC-meter, en heb je die nodig? lees je hoe je met dagelijkse metingen de ideale EC voor jouw planten vindt.

Een eenvoudige EC-pen koop je al vanaf zo’n €20, robuuste merkpennen kosten rond de €100. Combimeters die pH én EC meten zijn ook verkrijgbaar en schelen een apparaat. Kweek je hydrologisch of op kokos, steenwol of in een DWC-systeem, dan is een EC-meter eigenlijk onmisbaar. Kweek je biologisch, dan kun je hem overslaan.

Een EC- en pH-combimeter (links) scheelt je een apparaat. Rechts een EC-pen die alleen de EC-waarde meet.

3. De thermo-hygrometer

Meet continu temperatuur en luchtvochtigheid

Temperatuur en luchtvochtigheid bepalen voor een groot deel hoe snel je planten groeien, en hoe groot de kans op schimmels is. Een thermo-hygrometer meet allebei de waarden, en een min/max-model onthoud de hoogste en laagste waarden. Dan zie je ’s ochtends dus ook hoe koud en vochtig het ’s nachts werd, want juist onder extreme condities slaat toprot toe.

Handig is een model met een externe sensor aan een snoer. Die hang je op planthoogte in je kweektent, terwijl het display buiten de tent of elders in de tent meet. Zo meet je de omgeving maar ook precies tussen het bladerdek waar het he meeste telt.

In de groeifase is een luchtvochtigheid van 55 tot 70% prima, in de bloeifase wil je liever naar 40 tot 55%. Alle waarden per levensfase vind je in De juiste luchtvochtigheid in elke levensfase van wietplanten. Wil je nog een stap verder, combineer dan beide waarden tot het dampdrukdeficit (VPD).

🧂 Test je hygrometer met de zoutproef: goedkope hygrometers wijken soms 5 tot 10% af. Controleren is simpel. Doe een dopje keukenzout met een paar druppels water (het moet een natte pap worden, geen oplossing) samen met je hygrometer in een afgesloten diepvrieszak. Na 8 tot 12 uur hoort de meter 75% aan te geven. Zit hij ernaast, dan weet je precies hoeveel je moet corrigeren.

🛒 Welke thermo-hygrometer kies je? Een thermo-hygrometer is gelukkig goedkoop. Deze thermo-/hygrometer met 2 meetpunten (± €17) heeft een externe sensor en min/max-geheugen. Datzelfde geldt voor de VDL thermo-hygrometer met groot scherm (± €10).

4. De PAR-meter (of -app)

Meet de PPFD waarde van het licht op je wietplanten

Licht is de motor van je kweek. Hoe meer bruikbaar licht je planten krijgen, hoe meer wiet, cannabinoïden en terpenen ze maken. Een PAR-meter meet precies dat bruikbare licht, uitgedrukt in PPFD: het aantal lichtdeeltjes dat per seconde op een vierkante meter valt. Onderzoek laat zien dat bloeiende wietplanten het best presteren rond de 1000 µmol/m²/s, lees maar in Kweek meer wiet bij hoge lichtintensiteit.

Een gewone luxmeter is onder LED helaas onbruikbaar. Die is afgesteld op het licht dat mensen zien, niet op wat planten gebruiken. Een losse PAR-meter kost al snel rond de €100. Gelukkig kan het ook gratis meten met je smartphone. De app Photone is volgens veel gebruikers verrassend nauwkeurig, en de basismeting van de PPFD is gratis.

De app gebruikt de lichtsensor van je telefoon (op een iPhone de camera aan de voorkant), afgedekt met een diffuser. Een velletje wit printpapier volstaat daarvoor. Voor lux, PAR en andere waarden heb je een upgrade nodig. Die kost €4,69 per maand of €29,99, of bijna €89,99 voor levenslange toegang. Kies in de app wel het juiste type lamp, anders klopt de meting niet.

Met de PPFD-waarden hang je je kweeklamp precies op de juiste hoogte, en zie je direct of je planten aan de randen van je tent ook genoeg licht krijgen. Wat al die lichttermen betekenen, lees je in Kweeklampen: wat betekent PAR, PPF, PPFD, Watt, lumen, lux, Kelvin en CRI?

Met de Photone app meet je de PPFD waarde van je kweeklamp gratis met je smartphone.

5. De tensiometer (of een weegschaal)

Meet precies hoeveel water je aan geeft

Te veel water geven staat steevast bovenaan het lijstje met kweekfouten. Een tensiometer maakt daar een einde aan. Het is een soort kunstmatige wortel met een keramische punt die je naast je plant in de pot prikt. Hij meet hoe hard de wortels moeten ‘zuigen’ om water uit de grond te halen. Dat lees je af in mbar (of hPa, wat op hetzelfde neerkomt).

Bij 0 mbar is de grond volledig verzadigd, en hoe hoger het getal hoe droger. Fabrikant Blumat adviseert voor snelgroeiende wietplanten op biologische aarde 100 tot 150 mbar voor jonge plantjes, en 80 tot 100 mbar voor grote planten in de bloei. Loopt de waarde ver boven die richtlijn op, dan is het tijd om water te geven.

Prik de tensiometer wel een halve dag vóór je eerste meting in de pot, want de waarde moet eerst stabiliseren. Een tensiometer werkt in aarde en kokos, maar niet in een hydrosysteem zonder medium. Meer uitleg vind je in Precies genoeg water geven met een tensiometer.

Tensiometers vind je in tuincentra of online. Voor ongeveer €50 heb je een heel betrouwbare digitale van Blumat, het merk dat ook bekend is van het gelijknamige bewateringssysteem met dezelfde techniek. Omdat je per pot een meter nodig hebt, is dat vooral handig voor kwekers met één tot hooguit vier planten.

Een goedkoper alternatief is een weegschaal. Elke milliliter water weegt namelijk precies een gram. Weeg je pot direct nadat je water hebt gegeven, en weeg hem daarna elke dag. Het gewichtsverschil vertelt je exact hoeveel water je plant heeft verbruikt, en hoeveel je maximaal kunt bijgeven. Je moet alleen wel elke dag wegen, want anders zegt het getal niet zo veel.

Wietplant water geven met tensiometer en weegschaal

Water geven? Met een weegschaal of tensiometer meet je precies hoeveel je geeft.

6. De (zak)microscoop

Bekijk trichomen van dichtbij

Het oogstmoment bepaalt voor een groot deel hoe sterk je wiet wordt, en dat heeft invloed op het effect. Dat moment lees je het nauwkeurigst af aan de trichomen, de kleine harskliertjes op je toppen. Zijn ze nog helder, dan is je wiet nog niet rijp. Melkwitte trichomen bevatten de meeste THC, en daarmee oogst je het sterkste effect.

Met het blote oog zie je dat verschil niet, met een (zak)microscoop wel. Een simpel exemplaar is al genoeg. De Slide-O Scope microscoop (± €6,50) vergroot 20 en 45 keer en heeft ingebouwde verlichting. Wil je de trichoomkopjes extra scherp zien, kies dan een zakmicroscoop van 60 tot 100 keer.

Bijkomend voordeel: je ziet er ook spintmijtjes en tripslarven mee, lang voordat een plaag uit de hand loopt. Hoe je het oogstmoment precies bepaalt, lees je in Wanneer moet ik mijn wiet oogsten? Of is dat inmiddels achterhaald?

twee zakmicroscopen

Met een kleine microscoop check je snel of trichomen al melkachtig en wit zijn.

7. De (digitale) weegschaal

Hoeveel heb je nou écht geoogst?

De laatste meter gebruik je pas na de oogst. Een digitale precisieweegschaal vertelt je niet alleen hoeveel wiet je hebt gekweekt, maar helpt ook tijdens het drogen. Verse toppen verliezen namelijk zo’n driekwart van hun gewicht. Weeg dagelijks een vaste top, en je ziet precies hoe snel je wiet droogt. Zodra het gewicht nauwelijks nog daalt en de steeltjes knappen, is je wiet klaar om te curen.

Bovendien maakt een weegschaal je kweken vergelijkbaar. Noteer per kweek het droge eindgewicht, en je ziet direct of een nieuwe techniek, lamp of voeding je echt meer opbrengst oplevert. Voor kleine hoeveelheden is een weegschaal tot 100 gram met een nauwkeurigheid van 0,01 gram ideaal.

🛒 Welke weegschaal kies je? De Myco MZ-100 (± €17,50) weegt tot 100 gram tot op 0,01 gram nauwkeurig, net als de compacte On Balance DJ-100 (± €13). Meer keuze vind je bij de weegschalen van Zamnesia en de weegschalen van Dutch-Smart, met prijzen van zo’n €10 tot €35.

weeg je wiet met een weegschaal

🍬 Bonusmeter voor gevorderden: de refractometer Met een refractometer meet je de brix-waarde, het suikergehalte in het sap van je plant. Dat is een goede graadmeter voor de gezondheid van je wietplant, en vaak zie je er problemen mee voordat ze zichtbaar worden. Een analoge refractometer kost een paar tientjes. Hoe het werkt lees je in Brix-waarde: zo meet je de gezondheid van een wietplant.

De brix-waarde van de (opvallend korte) Somari #4 van Dokter Groen.

Welke meters heb je écht nodig?

Een thermometer en hygrometer of min/max-combimeter is sowieso noodzakelijk. Daarmee voorkom je de meeste problemen, en ben je voor minder dan €20 klaar. En een zakmicroscoop van een paar euro voor het oogstmoment kan er eigenlijk altijd nog wel bij.

Kweek je hydrologisch of op kokos, of gebruik je gewoon minerale plantenvoeding, voeg dan een pH- en EC-meter toe. Wil je het maximale uit je kweeklamp halen, installeer dan een PAR-app. En heb je moeite met water geven, kies dan voor een tensiometer of gebruik gewoon een weegschaal. Zo bouw je stap voor stap een kweekruimte op waarin je niets meer aan het toeval overlaat. Meten is immers weten, en weten zorgt voor een betere opbrengst.