(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)
plantenvoeding voor wietplanten

Net als alle planten hebben wietplanten naast licht en water ook plantenvoeding nodig. In tegenstelling tot de meeste kamerplanten gebruiken wietplanten echter veel meer voeding, omdat ze ook met veel licht tot het uiterste worden gedreven. Het is dan ook belangrijk om goed te weten wat wietplanten aan voeding nodig hebben, zodat ze nooit honger hoeven te lijden. 

Wanneer wietplanten niet de voeding krijgen die ze nodig hebben, functioneren ze niet optimaal en zal de groei en uiteindelijk ook de opbrengst eronder lijden. Toch werkt voeding voor wietplanten een beetje anders als voeding voor mensen en dieren. Het is namelijk niet de plantenvoeding die ervoor zorgt dat wietplanten dik en zwaar worden, want de échte voeding (glucose) maken wietplanten zelf met behulp van licht. Je kunt wietplanten dus ook niet vetmesten met voeding, dat doe je met veel licht.

Dat gezegd hebbende hebben wietplanten wel hun hele leven genoeg voedingsstoffen nodig om te kunnen groeien en bloeien. Deze voedingsstoffen zijn mineralen of zouten, en tekorten aan deze stoffen kunnen in alle mediums van aarde tot steenwol tot een hydrokweek zonder medium ontstaan. De gevolgen van zulke tekorten zie je terug in de bladeren, die daardoor allerlei verschillende symptomen laten zien.

Hydro- vs biovoeding

Symptomen van voedingsproblemen zie je doorgaans sneller bij een hydrokweek ontstaan dan bij een biologische kweek op aarde. Dit komt omdat wietplanten in een hydrokweek direct de mineralen krijgen die ze kunnen opnemen. Bij aarde komen deze mineralen pas vrij wanneer het bodemleven het organische materiaal uit de aarde of uit de biologische voeding afbreekt. Geef je te veel of te weinig, dan duurt het bij een biologische kweek op aarde altijd een paar dagen voordat je de gevolgen daarvan terug ziet aan de bladeren. Tenzij die schade minimaal is, kunnen vergeelde bladeren niet meer groen worden. Het is dus belangrijk om tekorten of overschotten voor te zijn.

voedingstekort mobiele meststoffen

Tekorten aan mobiele (verplaatsbare) voedingsstoffen zie je meestal aan de onderste bladeren. Foto: The natures, Schutterstock]

Mobiele en immobiele mineralen

Een overschot aan plantenvoeding, zie je bij wietplanten meestal eerst aan de bladpunten. Deze kunnen door een teveel aan mineralen verbranden, omdat de hoge concentratie aan voeding bij de wortels, via osmose, water aan de bladeren onttrekt.
Daarnaast zijn sommige mineralen mobiel en andere immobiel. De mobiele mineralen kunnen binnen de plant vrij bewegen. Tekorten aan deze mobiele mineralen zie je dan ook eerst aan de onderste bladeren, omdat de plant de tekorten vanuit deze bladeren naar boven probeert aan te vullen. Tekorten van immobiele mineralen zie je juist eerder aan de groeipunten, aangezien de plant ze niet uit de onderste bladeren kan onttrekken.

NPK en sporenelementen

Op de meeste plantenvoeding voor wietplanten, zie je de zogeheten NPK ratio staan. Dit is de verhouding aan de drie belangrijkste voedingsstoffen voor planten, de zogeheten macro-elementen. Dit zijn stikstof (N), fosfor (P) en kalium (K). Bij groeivoeding voor wietplanten is de hoeveelheid stikstof altijd aanzienlijk meer dan fosfor en kalium. Wietplanten gebruiken stikstof namelijk vooral tijdens de groeifase, voor de groei en de ontwikkeling van de bladeren.

Fosfor en kalium gebruiken wietplanten ook tijdens de groei, maar nog meer tijdens de bloeifase. Fosfor zorgt daarbij voor sterke stammen, stevige celwanden en de ontwikkeling van bloemen (wiet dus). Kalium helpt bij een gezonde stofwisseling en zorgt voor een gezonde groei van wortels. Naast de macro- of hoofdmeststoffen NPK, bevat plantenvoeding voor wietplanten ook micro-elementen of sporenelementen. Dit zijn onder andere calcium, magnesium, mangaan, zink, ijzer en nog wat mineralen.

Stikstof (N) fosfor (P) en kalium (K) zijn de belangrijkste mineralen voor wietplanten. Daarnaast bevat voeding voor wietplanten ook sporenelementen zoals ijzer, calcium en zink. Beeld: Droidworker, Shutterstock

De macro- en micro-elementen vormen samen de plantenvoeding voor wietplanten. Ze moeten allemaal aanwezig zijn voor een goede groei en bloei van je wietplant. Gelukkig bevat voeding voor wietplanten al deze stoffen in de juiste verhouding, en zullen planten van kwekers die het gebruiken ook niet zo snel tekorten ervaren. Twee tekorten die echter wel wat vaker voorkomen zijn een tekort aan calcium en magnesium. Ze ontstaan vaak als er regenwater gebruikt wordt in plaats van kraanwater, of wanneer er op kokos wordt gekweekt. Gebruik in deze gevallen preventief wat extra calcium en magnesium, die speciaal voor wietplanten in één flesje verkrijgbaar is als calmag.

Biologische plantenvoeding en het bodemleven

Wie biologisch wiet kweekt in aarde, die zal ook een puur biologische voeding moeten gebruiken om de kweek biologisch te houden. Deze voeding bevat niet de mineralen die we eerder bespraken maar organisch materiaal dat door het bodemleven in de besproken mineralen wordt omgezet. Bij een biologische kweek is een bodemleven daarom een vereiste. Gelukkig kun je dit bodemleven tegenwoordig uit een potje halen. Er zijn nuttige bacteriën beschikbaar, en nuttige bodemschimmels. De bacteriën breken de biologische voeding af, en de schimmels beschermen de wortels, en voeren extra mineralen aan.

Plantenvoeding en de pH-waarde

Naast de benodigde elementen, is het voor wietplanten ook belangrijk dat de zuurtegraad rond de wortels op de juiste waarde is. De zuurtegraad aka de pH-waarde is een schaal van 0 to 14, waarbij een waarde van 0 heel zuur is, en 14 heel basisch (het tegenovergestelde van zuur). Bij een pH-waarde van 6 tot 6,5 kunnen wietplanten op aarde hun voeding goed opnemen. Wietplanten die hydrologisch gekweekt worden hebben liever een iets zuurdere omgeving tussen 5,7 en 6,2.

biologische plantenvoeding op aarde

Bij een biologische kweek met een bodemleven is de pH-waarde van minder belang als bij het gebruik van minerale plantenvoeding. Foto: Yavana Torres, Shutterstock

Wanneer de pH-waarde te laag of te hoog is, kunnen sommige mineralen niet goed opgenomen worden, ondanks dat ze wel in de bodem aanwezig zijn. Er zullen dan ook tekorten ontstaan, waarvan je de gevolgen doorgaans weer aan de bladeren kunt zien. Ook kunnen planten bij de verkeerde zuurtegraad langzamer gaan groeien. Controleer daarom altijd eerst de pH-waarde van de aarde of je voedingswater als je tekorten of groeiproblemen ervaart.

Puur biologische kwekers, die een actief bodemleven aan hun aarde hebben toegevoegd hoeven zich doorgaans niet veel zorgen te maken over de pH-waarde. Dat doen de bodembacteriën namelijk voor je. Voor iedereen die zijn wietplanten met minerale voeding voedt, en geen bodemleven heeft, is de pH-waarde echter wel belangrijk. Je moet de zuurtegraad van het voedingswater dan ook vooraf op peil te brengen, en de voeding zelf heeft ook invloed op de zuurtegraad.

Voeg daarom altijd eerst je plantenvoeding aan het water toe, en laat het water op temperatuur komen. Daarna kun je het voedingswater aanzuren met pH-min uit een fles. Dit is een speciaal zuur waarmee je de pH-waarde omlaag kunt brengen. Gebruik een pH-meter om de zuurtegraad te meten, en geef het voedingswater pas aan je wietplanten als de pH-waarde goed is. Nogmaals, dat is tussen de 6 en 6,5 voor aarde en tussen de 5,7 en 6,2 voor een hydrokweek.

[Openingsfoto: Christian Weber, Shutterstock]
(advertenties)