(advertentie)
(advertentie)
(advertentie)

Nog even en dan gaan we weer massaal buiten wiet kweken met zijn allen. Dat begint natuurlijk met het ontkiemen en opkweken van wietzaadjes. In deze eerste fase leg je de basis voor een geslaagde oogst maar jonge zaailingen zijn ook nog erg teer. Geef je wietplanten daarom de best mogelijke start.

Of je wietplanten nu buiten of binnen kweekt, het begin is altijd een cruciale fase waarin de basis gelegd wordt voor een geslaagde oogst. Wanneer je zaailingen de eerste weken gezond doorkomen, zullen ze moeiteloos overgaan tot de groeifase, en kun je ze vaak ook eerder in de bloei zetten. Een goed begin is misschien niet het halve werk, maar het scheelt wel.

Stap 1: optimaal ontkiemen

Je ontkomt niet aan ontkiemen, dus doe het optimaal. Ontkiemen van wietzaadjes is niet moeilijk maar gaat wel vaak mis. Dat komt omdat je wietzaden op velerlei manieren kunt laten ontkiemen, en niet alle methoden even betrouwbaar zijn. Veel beginners stoppen wietzaden simpelweg in de grond maar die methode is niet helemaal fool proof. Je kunt de ontwikkeling onder de grond niet zien, en je weet ook niet zeker of je wietzaadje te nat of te droog staat. Soms komen zaden onder de grond wel uit maar lukt het niet om boven de grond te komen.

Ontkiemen lukt echter altijd als je onze koffiefilter-methode toepast. Neem daarvoor een ongebleekte koffiefilter en maak die nat onder de kraan. Stop je zaden in het filter en doe het filter met de zaden in een plastic gripzak (diepvrieszakje). Hang deze in het donker op bij kamertemperatuur, en binnen één tot vier dagen zijn je zaden uitgekomen. Je kunt dit controleren zonder je zaden te storen, door het zakje even tegen het licht te houden. Als ze uitgekomen zijn, zie je uit de zaden een klein worteltje groeien.

Stap 2: kiempjes poten

Zodra je ook maar het kleinste worteltje ziet, is het belangrijk om je kiempjes in de grond te stoppen. Het koffiefilter bevat immers geen voeding en je kiemplantje krijgt er ook geen licht. Hoe langer je met het poten wacht, hoe meer reserves je zaailing verbruikt waardoor het verzwakt.

Omdat wietzaadjes bij de koffiefilter methode verticaal ontkiemen, groeien de wortels kaarsrecht naar beneden. Dit maakt het veel makkelijker om ze in de grond te stoppen. Pak niet meteen een grote pot maar gebruik voor deze eerste fase een klein potje, of een jiffy plug. Gebruik GEEN bio-afbreekbare potjes want het duurt veel te lang voor die afgebroken zijn, en de wortels er doorheen groeien. Je kunt veel beter een plastic potje gebruiken met een inhoud van ongeveer 250 milliliter, en je plantje na een paar weken verpotten.

Gewone potgrond is prima om het kiemplantje in te poten. Zaai- en stekgrond is hiervoor niet geschikt, aangezien dat veel te weinig voeding bevat en ook niet luchtig is omdat het daarvoor te veel zand bevat. Kijk ook uit met zwaar bemeste aarde. Het kiempje is teer en kan daardoor een overdosis voeding binnenkrijgen.
Prik met een satéstokje een gaatje in de aarde en stop het kiempje met het worteltje naar BENEDEN(!) in het gaatje. Het kiempje pak je gemakkelijk uit het koffiefilter met een theelepeltje. Zorg ervoor dat het worteltje geheel onder de grond is, maar het zaadje zelf nog nét te zien is. Druk de aarde rond het zaadje voorzichtig aan en maak het een beetje vochtig.

Stap 3: licht en lucht

Nu je zaadjes in de grond zitten, kunnen de wortels water en voeding opnemen. Nu zullen je zaailingen zich in snel tempo ontwikkelen. Maak de aarde in het kleine potje niet te nat maar laat het ook niet opdrogen, om de worteltjes te stimuleren om snel te groeien. In tegenstelling tot stekken, en wat veel mensen denken, hebben zaailingen geen hoge luchtvochtigheid nodig. Je hoeft dus GEEN propagator (minikas) te gebruiken voor zaailingen.

Zodra je ziet dat het zaadje zich opent of omhoog begint te groeien, is het belangrijk om de plantjes van voldoende licht in de juiste kleur te voorzien. Full spectrum LED kweeklampen (of LED’s met een groeistand) en CMH assimilatielampen zijn geschikt voor zaailingen. Fluorescente lampen in een koele blauwe lichtkleur kun je ook gebruiken om zaailingen onder te laten groeien. Voorbeelden daarvan zijn TL-lampen en spaarlampen maar er zijn ook speciaal daarvoor ontwikkelde fluorescente voorgroeilampen.

Plaats fluorescente lampen slechts een paar centimeter boven de zaailing. Hoe dichterbij, hoe intenser het licht maar let natuurlijk wel op dat de blaadjes niet verbranden, spaarlampen kunnen enigszins warm worden. CMH assimilatielampen hang je op 10% van het vermogen in centimeters (100W = 10cm, 150W = 15cm, 315W = 31,5 cm etc.). Raadpleeg voor LED’s de handleiding om de optimale hoogte te achterhalen, want dat verschilt per model.

Voldoende (blauw) licht in dit soort lampen zorgt ervoor dat jonge wietplantjes lekker kort en stevig blijven, mooie bladeren en korte internodes aanmaken. Zaailingen die licht tekort komen, kun je herkennen aan hun dunne lange stelen en hun kleine blaadjes.

Maak je ook niet te veel zorgen over de zaadhulsjes, deze zullen vanzelf van de zaailingen afvallen. Een enkel zaadhulsje opent zich misschien niet, in dat geval kun je deze later altijd nog helpen. Wees daarbij zeer voorzichtig want je kunt een zaailing gemakkelijk beschadigen als je zaadhulsjes probeert te verwijderen. Bio Bertje deed het je onlangs voor, dus kijk zijn video nog eens voordat je aan dit delicate klusje begint.

Wanneer zaailingen hun zaadhulsen hebben afgeschud, dien je ook voor een beetje wind te zorgen. Gebruik voor zaailingen een kleine ventilator of een ventilator van een computer. Richt deze nét boven de zaailingen, zodat ze een klein beetje heen en weer bewegen. Dit is een goede training voor zaailingen, zodat de stammetjes lekker dik en stevig worden. Tegelijkertijd zorgt het voor de aanvoer van CO2 uit de lucht, wat wietplanten nodig hebben bij de fotosynthese.

Stap 4: stressloos verpotten

Wanneer je je zaailingen goed verzorgd op bovenstaande wijze, zullen ze na een paar weken aan een grotere pot toe zijn. De wietplantjes zullen nu waarschijnlijk hun eerste twee bladeren met vijf bladvingers hebben, en aan de onderkant van de pot zijn meerdere wortels te zien. Wacht niet met verpotten tot je wietplantje ruimte en voeding te kort komt maar ga meteen aan de slag.

De beste manier om een zaailing te verpotten, is door een grote pot alvast met aarde te vullen en in het midden een gat te graven dat net iets groter is als het kleine potje waar de zaailing nu nog in staat. Plaats de zaailing met pot en al in dit gat, en maak het gaatje sluitend door het met aarde te vullen. Til het wietplantje nu met pot en al uit het gat, zodat het gat exact dezelfde vorm heeft als het kleine potje.
Neem nu de zaailing uit zijn potje, door hem ondersteboven te keren, met de zaailing tussen je wijs- en middelvinger. Knijp even in het potje om de kluit los te krijgen, en laat het plantje voorzichtig met de kluit in het perfect gevormde gat zakken.

That’s it! De eerste weken uit het leven van je wietplant zijn optimaal verlopen. Nu de jonge wietplant een grote pot met aarde heeft (of buiten in de grond staat), zal die een snelle groeispurt doormaken. Natuurlijk komt hier ook een grotere licht-, lucht- en voedingsbehoefte bij kijken maar dat is weer een heel ander verhaal.

[Openingsfoto: Roxana Gonzalez, Shutterstock]
(advertentie)