(advertentie)
(advertentie)
(advertentie)

De warme en dikwijls vochtige omstandigheden maken je kweekruimte niet alleen geschikt voor wietplanten maar ook voor ongedierte. Als je je eigen wietplanten kweekt, zul je er dan ook zo goed als zeker een keer mee te maken krijgen. Hoe je dan moet handelen hangt er helemaal vanaf met welke vijand je te maken hebt. Maar geen nood; we hebben je grootste vijanden voor je op een rijtje gezet.

Een kweekruimte binnen is een mooie afgesloten omgeving zonder al te veel natuurlijke vijanden. Dit maakt het ontzettend gevoelig voor een uitbraak van een plaag. Als ook maar een paar beestjes je kweekruimte weten te vinden, dan kunnen ze zich daar ongestoord voortplanten. Aan voedsel geen gebrek; sapzuigende insecten doen zich tegoed aan de bladeren van jouw wietplanten terwijl larven lekker aan de wortels knagen. Ondertussen zorgt de warmte ervoor dat ze zich razendsnel kunnen vermeerderen.

Mocht je insecten tegenkomen, dan dien je die dan ook zo snel mogelijk te bestrijden voor het een plaag wordt. Maar dan moet je ze wel herkennen en weten hoe je ze het best kunt aanpakken. Vandaar dat we de top-5 vijanden van wietplanten eens voor je op een rijtje hebben gezet.

Vijand #5: witte vlieg

De witte vlieg is een piepklein motje van slechts één tot drie millimeter. Ze zijn familie van de bladluis en zuigen net als bladluizen de sappen uit bladeren. Gelukkig zijn Witte vliegen goed te herkennen aan hun witte kleur. Witte vliegen leven tussen de één en zeven weken. Heb je er last van dan kun je ze op de hele plant aantreffen. Maar het liefste houden ze zich aan de onderkant van de bladeren schuil, omdat ze daar ook hun eitjes leggen.

Witte vliegen worden aangetrokken door de kleur geel, en kunnen dus vrij gemakkelijk bestreden worden door gele vangstrips op te hangen in je kweekruimte. De jongere witte vliegen, die nog niet kunnen vliegen, bestrijd je met neem olie.

Vijand #4: bladluizen

Gelukkig voor binnenkwekers, vind je bladluizen vaker op wietplanten buiten, dan binnen. Er zijn meer dan 4000 verschillende soorten bladluizen, en ze kunnen dan ook zwart zijn, of bruin of groen van kleur. Bladluizen zijn tussen de 1 en 5 millimeter groot maar je vindt ze maar zelden zo groot als 5 millimeter. Ze hebben zachte, ongepantserde lichaampjes en zuigen sap uit de bladeren, waarbij ze bruine gaten achterlaten en een glinsterend voetspoor.

Bladluizen leven 20 tot 40 dagen en vermeerderen zich zeer snel. Voorkomen is beter dan genezen, dus hou je kweekruimte vrij van huisdieren en installeer een inlaatfilter. Buiten moet je uitkijken voor mieren, aangezien zij de bladluizen vaak de planten indragen. Mieren en bladluizen leven namelijk in een symbiose waarbij de mieren de zoetige afscheiding van bladluizen melken. Lieveheersbeestjes zijn een natuurlijke vijand waarmee je bladluizen goed kunt bestrijden. Je kunt ze ook verjagen met knoflookextract of van je planten spoelen met een koude douche.

Vijand #3: varenrouwmuggen

Varenrouwmuggen zijn piepkleine zwarte vliegjes die nog het meeste weg hebben van fruitvliegjes. Ze leven een maandje, zijn zo’n 3 millimeter groot en als je ze in je kweekruimte ziet vliegen, dan zitten ze ook in de aarde. De vliegjes zelf zijn vooral irritant maar de larven zijn schadelijk. Deze knagen namelijk aan de wortels van je planten. Ook kunnen ze plantenziektes overbrengen, dus aanpakken is zeker aan te raden.

Varenrouwmuggen en een bladpuntje op een stukje tape. Foto: PopFoto, Shutterstock

Varenrouwmuggen komen meestal je kweekruimte binnen via de aarde. Kweek daarom met kwalitatieve aarde van een goede growshop om een plaag te voorkomen. Heb je toch last, dan kun je ze het beste bestrijden met nematoden, hun natuurlijke vijand. Volwassen varenrouwmuggen kun je vangen met een gele vangstrip.

Vijand #2: trips

Tripsen zijn samen met spint misschien de grootste cannabisvijanden. Tripsen zijn moeilijk te spotten omdat ze maar heel klein zijn. Je ziet de dunne beestjes van een millimeter of minder bijna niet met het blote oog, maar kun wel de sporen van tripsen zien. Dat zijn namelijk wittige vlekjes op de bovenkant van de bladeren van je wietplant. De uitscheiding (poep) van tripsen kun je soms ook zien, dit zijn zwarte puntjes, meestal op de bladeren of in de toppen.

Trips laat witte, zilverachtige en onregelmatig geplaatste sporen achter op wietbladeren. Als je heel goed kijkt lijken het een soort mini-slakkensporen.

Een volwassen trips kan wel tot 300 eitjes leggen. Vlak onder het bladoppervlak en op de aarde. Tripsen kun je vangen met blauwe en gele vangstrips maar beter is het om ze te voorkomen. Met neem olie kun je ze ook bestrijden, alsmede met de biologische insecticide pyrethrum.

Vijand #1: spint

Van alle plagen en ongediertes, is spint misschien nog wel de hardnekkigste. Heb je er last van, dan moet je na de bestrijding, je kweekruimte grondig ontsmetten, want Spint komt dikwijls terug. Spint, of spintmijt zijn rood van kleur en liften mee op je kleding, huisdieren of besmette stekken. Ze zijn minder dan een millimeter groot en planten zich snel voort middels hun wittige eitjes, welken ze aan de onderkant van het blad leggen. Door hun snelle voortplanting, zijn ze bijna niet te bestrijden, dus zorg dat je er snel bij bent. Spint is een spinnensoort, en maakt zodoende ook een web, bij voorkeur rond de bloemtoppen.

Spint op een cannabisblad. Foto: Pong Pong, Shutterstock

Spint houdt van een droog klimaat, dus een hoge luchtvochtigheid remt de groei van spint. Roofmijt en lieveheersbeestjes zijn natuurlijke vijanden maar ook voor hen is het lastig om een plaag geheel te bestrijden. Voorkomen is in het geval van spint dus echt veel beter dan genezen.

(advertenties)