(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Met jonge wietplanten in je achtertuin, loert ook het gevaar van bladluizen. Deze vervelende insecten zuigen in een mum van tijd het leven uit je wietplanten, als je er niets tegen doet. Maar zover hoeft het niet te komen, want cannabis growshop Plantarium geeft je dé tips die je nodig hebt om bladluizen biologisch te bestrijden. 

Daar zijn we weer van cannabis growshop Plantarium met een heel nieuw artikel over de wereld van het biologisch kweken van cannabis. Deze keer gaan we het niet hebben over het verbeteren van je grond, nuttige schimmels, de penwortel of mulch, maar belichten we een plaag waar vele biokwekers buiten mee worstelen. Een klein sap zuigend insect dat snel kan uitgroeien tot een ware plaag. Iedereen die last heeft van het groene vingers syndroom kent ze: bladluizen.

Wat zijn bladluizen?

Voordat we over gaan tot de bestrijding, duiken we eerst in de wereld van het minuscule insect. Te beginnen bij hun voedingsbron. Want: ken uw vijand! Een bladluis voedt zich met het sap uit het blad of stam van je wietplant. Daar hoeft het niet bijzonder veel moeite voor te doen. De luis prikt met zijn zuigsnuit (stiletten), een klein gaatje in een blad en het vloeibare plantvoedsel wordt zonder problemen in de maag van de gulzige luis geperst. Daarbij injecteert het ook continu speeksel in je plant. Dat laat, simpel gezegd, de voedselkraan stromen. Je begrijpt dat de luis zo ook diverse virussen kan overdragen.

Mieren onderhouden de kudde bladluizen. Ze voeden zich met hun ontlasting en beschermen de gifgroene bladzuigers tegen allerlei predatoren. Foto: epioxi, Shutterstock

En mocht je je afvragen waar al het plantvocht naartoe gaat; jazeker, ook de bladluis poept. Het scheidt zogeheten honingdauw af, een kleverige drap van suikers. De zoetstof kan bladschimmel veroorzaken maar wordt ook door mieren, wespen en bijen als voedsel gebruikt. Nu snap je ook waarom je veel mieren aantreft bij een kolonie bladluizen. Het is een perfecte samenwerking van de natuur. De mier beschermt de bladluis en de luis geeft de mier eten. Soms zelfs zo ver dat de mier actief andere insecten aanvalt om hun voedingsbron te beschermen! Helaas heeft je opgroeiende wietplant eronder te lijden.

Groen, zwart, oranje, geel…

Er zijn veel verschillende soorten bladluizen, zo kennen we 12 families. Families zijn er in diverse kleuren en verschillende formaten. De meesten worden niet groter dan 5 millimeter overigens. Bij een serieuze plaag zie je de luizen over de gehele plant zitten. Meestal in een flinke kudde op de hoofdstam. Maar voordat de plaag zo’n omvang aanneemt, strijkt de bladluis zich eerst op het nieuwe, verse blad neer. Deze jonge groeipunten bevatten de meeste voedingstoffen, wat voor de bladluis het lekkerste maaltje is. Daarom zie je ze meestal bovenop wietplanten zitten.

Bladluizen zijn soms ook zwart van kleur. Gelukkig maakt een lieveheersbeestje geen onderscheid! Foto: Dan Olsen, Shutterstock

De luis plant zich ’s zomers snel voort. Als de omstandigheden helemaal naar wens zijn voor het groenige diertje, komt de bladluis levend uit zijn/haar moeder gekropen. De larve begint vervolgens direct met eten. Als de herfst haar intrede doet of de plant sterft af, zie je dat er gevleugelde dochters worden geboren. Deze stichters vliegen vervolgens naar een andere plant en het hele feest begint opnieuw.

Bladluizen bestrijden

Bladluizen wil je absoluut bestrijden, aangezien ze flinke schade aan je plant veroorzaken. Je kunt je voorstellen dat leeggezogen bladeren niet bijzonder veel bijdragen aan de fotosynthese. Nu we de benodigde achtergrondinformatie kennen over de sap-zuigende verstekelingen, gaan we over naar een paar trucs die de biologische kweker tegen de luis inzet. Waarschijnlijk heb je in je internet zoektocht al middeltjes gevonden met zeepsop, spiritus en/of tabaksbladeren. Die hebben soms nadelen en daar kun je ook genoeg over vinden. Wij focussen liever op dat wat moeder natuur ons biedt. Want zoals altijd: nature provides!

Tip #1: Lok lieveheersbeestjes naar je cannabisplant
Je verwacht het niet, maar een lieveheersbeestje is (net als de gaasvlieg, de sluipwesp, de oorworm en de zweefvlieg) een echte bladluis-killer. Het lieveheersbeestje eet als larve 120 bladluizen, en als volwassen roofdier 80 bladluizen per dag. Stel jezelf dus de vraag: ‘hoe krijg ik een kolonie van deze terminators op mijn geïnfecteerde dames?’
Laten we die vraag beantwoorden, dat is helemaal niet zo moeilijk. Het gevlekte insect is namelijk gek op brandnetels! En deze plant kan iedereen kweken toch? Laat dus wat brandnetels in je tuin staan of zet er een aantal in een pot naast je planten. Ze trekken het roofdier aan en van brandnetelblad maak je ook nog eens een heerlijke reinigende thee.

Naast brandnetels is het raadzaam om zoveel mogelijk bloemen in je tuin te hebben. Bloemen zorgen met hun nectar en pollen voor directe voeding. Daarnaast kun je ook andere planten gebruiken zoals peen, teunisbloem, meidoorn, luzerne, linde, smeerwortel, hazelaar en afrikaantjes. Dat laatste bloemetje is overigens ook bijzonder effectief tegen mieren! Deze kleine krachtpatsers wil je juist niet in de buurt van bladluizen hebben. Mieren onderhouden een kolonie bladluizen zoals herders een kudde schapen hoeden. Een afrikaantje voorkomt dat.

Natuurlijk is het aan te raden om langs de gemeentetuinen te lopen en ieder lieveheersbeestje ter vervoeren naar je geliefkoosde wietplanten. Foto: Petr Pe, Shutterstock

Het is trouwens niet zo dat een lieveheersbeestje op je plant overnacht. Ze heeft een knus thuis nodig met een dak boven haar hoofd. Een schuilplaats voor regen en vogels! Je kunt daarvoor kant-en-klare oplossingen kopen, maar ook makkelijk zelf maken van een paar stukken hout. Het is wel belangrijk de juiste vulling te kiezen. De gevlekte dames houden van compact materiaal, zoals houtschors, houtwol en dennenappels. Deze ingrediënten lokken ook andere nuttige insecten. Win-win! Wil je dat lieveheersbeestjes een permanente intrek nemen in je achtertuin? Laat dan wat bladeren en stengels liggen van de herfst. Vinden ze heerlijk.

Tip #2: De koude douche!
Bladluizen houden niet van kou. Op het moment dat je hen verwent met een plens koud water, geven ze hun plek op en laten ze los. Het is wel zo dat je plant het niet erg kan waarderen als je dit vaker doet. Het kan wel een remedie zijn bij een serieuze plaag voordat je gaat oogsten. Spoel dan de plant af in de douche en droog de afgeknipte kleine topjes in een zeer goed geventileerde ruimte.

Rogis Garlic maakt je wietplanten onaantrekkelijk voor bladluizen.

Tip #3: Plant wat kruiden met krachtige aroma’s
Bladluis kan niet goed tegen de geur van bepaalde planten, zoals lavendel, bonenkruid, hysop, knoflook, uien en salie. Oftewel, zet een paar van deze kruidige planten in de directe nabijheid van je wietplanten. Daarbij zorgen ze er ook voor dat geur van je plant enigszins wordt verbloemd.

Tip 4: Gebruik knoflookconcentraat
Je weet nu dat de bladluis letterlijk het sap van je wietplant drinkt. Daarom is het waard om iets toe te voegen aan het sap wat de plant niet schaadt maar dat wel zo ongekend smerig is voor smaakpapillen van de luis dat ze snel een ander restaurant opzoeken. Daarvoor kun je knoflook gebruiken.

De smaak- en geurstoffen in knoflook kunnen opgenomen worden door de wortels en belanden zo in de sapstroom. Je kunt een teentje poten, maar dat kan niet het gewenste resultaat geven. Het geeft te weinig geurstof af en kan bovendien snel schimmelen. De cannabisplant houdt immers van flink wat water, vooral tijdens hete zomerdagen.

Het alternatief voor knoflook zelf is een knoflookextract. Dat kun je zelf maken maar is ook als kant-en-klaar product te koop. Deze zogeheten Rogis Garlic geef je mee met het voedingswater. Dat doe je het liefste twee keer in de week, waardoor er dus altijd knoflook in je plant aanwezig is. De bladluis zie je vertrekken en komt niet meer terug, behalve als je met de Rogis Garlic stopt natuurlijk. Je dient wel de laatste twee á drie weken met het middel te stoppen. Knoflookwiet is niet lekker!

Dat waren ze, onze tips tegen bladluizen. Mocht je zelf nog meer middelen kennen die we zijn vergeten te noemen, laat het ons weten! Zolang ze maar biologisch zijn, want de chemische middelen zijn echt passé. Je kunt ons ook altijd komen opzoeken in Nijmegen, onze webshop bezoeken, een mail sturen of gewoon bellen op +31 (0)24 – 3888 408.

(advertenties)