- Wiet droog? Doe het in 1 van deze 10 cure potten + 3 slimme curing tips
- NL’s enige medicinale wietteler Bedrocan op rand van faillisement
- Acht r€d€n€n om thuis je eigen wiet te kweken
- Skyrocket: indica-hoogvlieger met frisse grapefruit terpenen
- Buitenwiet test ’26 update #25: laatste loodjes wegen zwaar
- 10 tips om ‘sloom bankhangen’ na je joint te tackelen
Column • Gebruikten de beruchte ‘Hashishins’ eigenlijk wel hasj?

Het is zo’n stukje geschiedenis dat in talloze boeken en artikelen over cannabis opduikt: het verhaal van de Hashishins. Deze islamitische sekte uit de twaalfde eeuw zou onder invloed van hasj politieke moorden hebben gepleegd. Maar klopt dat wel?
Stiekem hasj geven
Het Engelse woord assasin, aanslagpleger, is afgeleid van hun Arabische naam Ḥaššāšūn, later verwesterd naar hashishin. De sekte heeft echt bestaan. Ze was tijdens de kruistochten actief in het bergachtige gebied van het huidige Iran en Syrië.
Hun beroemdste leider heette Hassan-i-Sabbah, bijgenaamd ‘De oude man van de berg’. De legende wil dat hij in zijn kasteel op de berg Alamut een prachtige tuin aan had laten leggen. Daar leidde hij zijn strijders heen nadat hij ze stiekem grote hoeveelheden hasj had gegeven.

Hassan-i-Sabbah en volgelingen, illustratie uit eerste editie van De reizen van Marco Polo (ca. 1310)
Marco Polo weet van geen hasj
Onder invloed van die hasj zouden de Hashishins hun politieke moorden hebben gepleegd. Dit deel van het verhaal heeft mij altijd verbaasd; hasj maakt je rustig en vreedzaam, niet agressief en zeker niet moordlustig.
Het was Marco Polo die het beeld van bedwelmde islamitische aanslagplegers in het Westen introduceerde. Hij beschrijft de sekte in zijn boek ‘De reizen van Marco Polo’, dat rond 1310 verscheen. Maar de woorden hasj, hashish of cannabis komen in zijn boek niet voor, Polo heeft het over een krachtige, slaapverwekkende drank.

Overblijfselen van Alamut kasteel in Qazvin, Iran
Verkeerd begrepen: Ḥaššāšūn
De link met hasj werd pas in de negentiende eeuw voor het eerst gelegd, door de Franse taalkundige en oriëntalist Antoine Isaac Silverstre de Sacy. Aan hem danken we de mythe dat Hassan-i-Sabbah hasj gebruikte om zijn strijders tot hun gruwelijke daden aan te zetten.
De werkelijkheid is dat de naam Ḥaššāšūn destijds door rivalen van de sekte werd gebruikt om hen te bespotten. Het woord Ḥaššāšūn betekende zoveel als uitschot, criminelen, minder volk en alleen letterlijk: gebruikers van droge kruiden. Soenitische moslims noemden de sekte mulhid.

Soemerische kleitablet
Geen hasj dus, maar wat dan wel?
Maar als Hassan-i-Sabbah zijn strijders geen hasj gaf, wat dan wel? Die vraag beantwoordt de Britse archeoloog John Allegro in zijn omstreden maar fascinerende boek ‘The Sacred Mushroom and the Cross’ (1970). Hierin betoogt hij dat het christendom voortkomt uit een geheime cultus rond het gebruik van psychedelische paddenstoelen.
Het nieuwe testament is volgens Allegro een gecodeerde beschrijving van deze sjamanistische cultus. De appel die Eva plukte in het paradijs? Dat was in werkelijkheid een paddo: de amanita muscaria, de bekende vliegenzwam met rode hoed en witte stippen.

Rood met witte stippen…
In het Soemerisch, de taal van Mesopotamië, is het woord voor paddenstoel “gan”. De toevoeging “na-im-a-an” heeft betrekking op rood met witte stippen en zo ontstond het woord “Ga-na-im(a-an)”. Hier zou de eerder genoemde Fransman Silvestre de Sacy de mist in zijn gegaan: ga-na-im betekent niet cannabis, maar vliegenzwam.
Het is een mooie theorie, maar voor zover ik weet veroorzaken paddo’s net zo min agressie en moordneigingen als cannabis. Als je het mij vraagt, kregen de strijders van Hassan-i-Sabbah niets bijzonders voordat zij hun aanslagen pleegden.
Als de geschiedenis iets leert, dan is het dat woorden genoeg kunnen zijn om mensen aan te zetten tot haat, moord en doodslag.





































































