(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Weleens last van een wietplant die je boven de pet, in je kweeklamp of boven je schutting uit groeit? Of heb je juist een kweekruimte die maar niet gevuld raakt omdat je plant maar niet in de breedte wil groeien? Geen paniek, want met de juiste technieken wordt een wietplant vervormbaar als boetseerklei. 

Wietplanten trainen heeft veel overeenkomsten met het maken van een bonsaiboom. De technieken zijn vergelijkbaar, alleen is het trainen van een wietplant natuurlijk veel leuker. Niet alleen omdat er aan het einde van het leven van een wietplant geoogst kan worden, maar ook omdat wietplanten razend snel groeien en je dus heel snel resultaat ziet van je plantentraining.

Licht bepaalt

Voor we de verschillende technieken bespreken die je als plantentrainer tot de beschikking hebt, eerst iets over licht. Want zonder goede kweeklamp is het lastig trainen. Zie licht maar als het gaspedaal van de groeisnelheid van een wietplant. Alleen dan werkt licht net even anders. Een wietplant die te weinig licht krijgt, zal juist snel de hoogte in gaan. De internodes worden langer omdat de plant het, als reactie op het gebrek aan licht, hogerop gaat zoeken.

Een zwakke kweeklamp zorgt ervoor dat wietplanten snel de hoogte in groeien.

Een goede kweeklamp zorgt ervoor dat internodes niet al te lang worden en je ook echt de kans krijgt om je beste trainingstechnieken toe te passen.

Gelukkig zijn HPS en metaal halide kweeklampen uitstekend. De meeste LED kweeklampen zijn ook prima, alleen zitten er een aantal tussen die voor teveel strek zorgen. Hou er met spaarlampen, TL-balken en andere fluorescente kweeklampen rekening mee dat ze alleen dicht op het gewas genoeg licht stralen. Verder zorgt blauwig licht van GROEI-lampen voor korte internodes en maakt het rood-achtige licht van BLOEI-lampen de internodes tijdens de groeifase juist langer. Het is dus aan te raden om een speciale groeilamp of LED met groeistand te gebruiken tijdens de groeifase, wanneer je ook het meeste van de training zal moeten toepassen.

Toppen & fimmen

Toppen en fimmen zijn waarschijnlijk de meest simpele van alle kweektechnieken, maar een zeer belangrijke tool in de gereedschapskist van de plantentrainer. Door te toppen of te fimmen vermeerder je het aantal takken aan je wietplant en laat je de plant meer in de breedte groeien. Tegelijk remt het de snelheid waarmee je wietplant de hoogte in zal gaan.

Door te toppen vermeerder je het aantal takken en ontwikkelt de plant zich meer in de breedte.

Toppen of fimmen is tevens een zogenaamde high stress trainingstechniek omdat het snoeien betreft. Ook pas je deze technieken doorgaans ook als eerste op je wietplant toe, maar je kunt hem natuurlijk inzetten wanneer jij dat zelf wil. Zolang het maar in de groeifase is, want toppen of fimmen in de bloeifase betekent dat je een top afknipt en dat is natuurlijk niet de bedoeling.

Je topt een wietplant door de bovenste groeischeut van een tak of de hoofdstam af te knippen. De twee groeischeuten direct onder de plek waar je topt, zullen tot nieuwe takken (toppen) uitgroeien. Bij fimmen doe je eigenlijk hetzelfde, alleen knip je dan slechts twee derde deel van het uiterste groeipuntje weg. Hierdoor blijven er na het fimmen vier nieuwe groeischeuten staan, en zullen er vier takken groeien op de plek waar er eerst één groeide.

Terugsnoeien

Terugsnoeien is in feite ook toppen, met als enige verschil dat je niet alleen de uiterste groeischeut weghaalt maar een langer deel van een hoofdstam of tak. Terugsnoeien kan handig zijn wanneer slechts een kleine en lage plant gewenst is, maar je graag wel een dikke stam wil hebben. Dikke stammen dragen over het algemeen namelijk ook dikkere toppen. Niet alleen omdat ze ze beter kunnen dragen maar vooral omdat door een dikkere stam meer sappen stromen en toppen dus veel beter ontwikkelen aan een dikke stam.

Door terug te snoeien kun je precies het aantal nieuwe takken bepalen. Ook krijgt je plant er een aanzienlijk dikkere stam door.

Supercroppen

Wie zijn wietplant één of meerdere malen heeft getopt, ziet al snel veel nieuwe takken ontstaan waar licht en lucht maar moeilijk in kan doordringen. Door de takken te supercroppen, kun je het bladerdek openen en de takken zonder verdere hulpmiddelen in iedere gewenste richting laten groeien. Ook zullen de zijscheuten van de takken die je op deze manier horizontaal knakt naar verhouding beter ontwikkelen. De lichte stress die supercroppen veroorzaakt, kan er in de bloeifase voor zorgen dat een top dikker wordt en meer hars (trichomen) gaat produceren.

Bij supercroppen is het de bedoeling om een tak naar opzij te knakken, zonder dat hij breekt. Je buigt de tak vervolgens in de gewenste richting om de toppen beter over de oppervlakte van de plant te verdelen. Het is tevens een handige methode om een wietplant die te hoog wordt, snel wat lager te krijgen. Neem de tak die je wil supercroppen en knijp en rol die tussen je duim en wijsvinger zodat de stam een beetje gekneusd wordt. Buig hem vervolgens in de gewenste richting zodat een hoek van +/- 90 graden ontstaat, doordat je de tak eerst beurs hebt geknepen breekt hij bij het buigen niet. Let op want de volgende dag zal de tak alweer met een bocht omhoog groeien.

Scrogrek

Trainers van bonsaibomen gebruiken vaak draadstaal om hun takken mee in positie te brengen. Wietkwekers gebruiken daar liever een heel rek voor dat ze een scrogrek noemen. SCROG staat voor SCreen Of Green en is een trainingstechniek waarmee je een wietplant groot horizontaal bladerdek kunt geven. Hierdoor kun je met één, of slechts een paar wietplanten een groot kweekoppervlak vullen. Handig wanneer je niet veel wietplanten wil kweken. Hoe groter het oppervlak is dat je met scroggen wil opvullen, hoe langer je wietplant zal moeten groeien. In de bloeifase groeien de vele takken naast elkaar uit tot een oppervlakte die helemaal gevuld is met toppen.

Scroggen is jammer genoeg niet zo makkelijk als toppen en fimmen of supercroppen. Het scroggen begint vaak wel met toppen of fimmen, daarmee creëer je namelijk een goede basisplant met veel takken om goed te kunnen scroggen. Scroggen is niet één enkele handeling, maar gaat eigenlijk gedurende de gehele groeifase door. Begin met toppen of fimmen zodra je wietplant ongeveer een vijftal nodes heeft, buig de nieuwe takken die hierdoor ontstaan vast een beetje open en plaats het scrogrek een centimeter of 5 tot 10 horizontaal boven je plant. Wanneer de takken een centimeter of 10 door het rek heen zijn gegroeid, bind je ze verspreid over de oppervlakte vast aan het rek. Dit blijf je steeds doen totdat ongeveer 70% van de oppervlakte gevuld is, daarna schakel je over op 12/12 om te bloeien.

Scroggen is een effectieve kweektechniek voor hoogtebeperking en opbrengstverhoging.

Lollypoppen of dieven

Lollypoppen wordt in het Nederlands dieven genoemd maar heet in het Engels lollypopping omdat het de wietplant een soort lolly-vorm geeft. Aan de onderkant wordt een wietplant bij de techniek namelijk bijna kaal gesnoeid zodat de kale stam op het stokje van een lolly lijkt. Dieven is wellicht een betere naam, aangezien het de bedoeling is om de energieslurpende kleine zijtakjes onderaan de plant weg te halen. Deze ‘energiedieven’ leveren zelf nauwelijks wiet op, maar tappen wel energie af van de bovenste toppen die wel potentie hebben.

Vooral voor binnenkwekers heeft dieven/lollypoppen zin. Aangezien het licht recht boven de wietplanten schijnt, groeien de onderste topjes vaak in de schaduw. Door deze vlak voor, of uiterlijk in de tweede week van de bloeifase weg te snoeien, zullen ze geen energie bij de bovenste toppen wegkapen. Dieven vereist een goede inschatting en wat ervaring, maar zal ervoor zorgen dat de beste toppen aanzienlijk groter worden, en dat je geen tijd hoeft te steken in het knippen van luchtige en lichte topjes.

Dieven zorgt voor planten met dikke hoofdtoppen die iets weg hebben van lolly’s op een stokje.

Delen via
Lekker bezig!
(advertenties)