(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Met een goed functionerende kweekruimte, komt de dagelijkse verzorging van wietplanten voornamelijk neer op water en plantenvoeding geven. Wanneer je dát goed doet ben je eigenlijk al halverwege een prima oogst. Helaas gaat het juist bij het water en voeding geven het vaakst mis. Maar vanaf nu dus niet meer…

De meest gemaakte kweekfouten

Mogen we je even voorstellen aan teveel/te weinig water en teveel/te weinig voeding. Ze zijn de meest gemaakte kweekfouten door beginnende hobbykwekers. Helaas kom je ze nog erg vaak tegen. Maar dat is dus helemaal nergens voor nodig.

Waarom geven mensen toch zo vaak teveel water en planten voeding? Dat heeft meestal te maken met angst en een drang om wietplanten te willen verwennen. Vooral beginnende hobbykwekers kunnen de hele dag met hun wietplanten bezig zijn. ’s Ochtends even kijken en ’s middags meteen weer om te kijken of ze al gegroeid zijn. Niet echt veel, misschien nog maar een beetje water en wat voeding erbij doen dus. Voor je het weet staan de bladeren te verbranden van de voeding en liggen de wortels te rotten door het drijfnatte medium.

Teveel kwekers geven hun wietplanten teveel water. Dit is nergens voor nodig. Foto: SEASTOCK, Shutterstock

Ook net begonnen met een paar wietplanten? Besef je dan dat wietplanten geen huisdieren zijn en dat je ze niet verwent met teveel water en teveel plantenvoeding. Wil je je wietplanten verwennen? Zorg dan voor wat meer licht, een optimaal klimaat en bewaar wat geduld. Planten groeien in hun eigen tempo, dat kun je niet met water en plantenvoeding versnellen.

Plantenvoeding is eigenlijk ook een slechte term voor meststoffen. Het impliceert namelijk dat planten er sneller door groeien, maar dit is niet het geval. Besef dat een plant het snelst groeit met veel licht en plantenvoeding en water op maat.

Op maat water geven

Over het bewateren zijn veel artikelen te lezen en vele trucjes om ervoor te zorgen dat je niet teveel of te weinig water geeft. Zo kun je wietplanten in potten dagelijks even optillen om een goed gevoel te krijgen van het gewicht wanneer je plant weinig, genoeg of veel water heeft. Een ander foefje is om de bovenste vier, vijf centimeter aarde tussen iedere waterbeurt te laten opdrogen. Maar veruit het beste is om simpelweg te kijken naar je plant. Die geeft met haar bladeren namelijk haarfijn aan of ze te droog staat, genoeg water heeft of juist teveel water heeft.

Voorbeeld van een extreem water tekort.

De bladeren van wietplanten zijn de beste indicators om te zien hoe het er met de water-huishouding voor staat. Het is gemakkelijk en duidelijk af te lezen ook. Bij een water tekort zal ze haar bladeren namelijk laten hangen. De bladeren hangen dan niet alleen naar beneden, maar ze voelen ook slap aan. Natuurlijk moet je het niet zover laten komen maar juist proberen om de bladeren schuin omhoog, naar het licht toe te richten. Dat is namelijk de manier waarop je wietplant aangeeft dat ze het qua water in ieder geval goed maakt.

Een wietplant vlak na een flinke regenbui. De grond is wat te nat wat zich uit in omlaag krullende bladvingers. 

Wanneer een wietplant te nat staat, kun je dat ook gemakkelijk zien aan de bladeren. In dat geval krullen de bladvingers namelijk als een soort klauwen naar beneden. Verwar het niet met slap hangende bladeren; in het geval van een teveel aan water voelen de bladeren namelijk wel stevig aan. De bladeren indicatie methode werkt zowel voor wietplanten op aarde als wietplanten die in hydrosystemen gekweekt worden.

Op maat meststoffen geven

Ook wanneer het op voeding – of beter gezegd meststoffen – aankomt, zijn de bladeren van je wietplant uitstekende indicators. Natuurlijk, er zijn voedingsschema’s die precies aangeven hoeveel van een bepaalde plantvoeding een wietplant van week tot week zou moeten hebben, maar iedere situatie is anders. Beter is het dus om je wietplanten zelf om raad te vragen.

Of je nu op aarde kweekt, of een hydrosysteem gebruikt, de bladeren geven haarfijn aan of ze meststoffen nodig hebben of niet. Alleen kijk je in dit geval niet zozeer naar de stand van de bladeren, maar naar de kleur ervan. Ze zouden er gedurende de groeifase en het grootste gedeelte van de bloeifase een mooie frisse groene kleur moeten hebben. Wanneer je aan het einde van de bloeifase gaat spoelen, vergelen de bladeren door een gebrek aan voeding en gewoon omdat de cyclus erop zit. Dit is normaal en geen reden om meer voeding te geven.

Let dus altijd goed op de kleur van de bladeren tijdens het leven van je wietplanten. Wanneer je merkt dat die steeds lichter van kleur worden dan is dat een duidelijk teken dat ze wat meer meststoffen nodig hebben. Een frisse groene kleur is waar je op moet mikken. Een wietplant die meer dan genoeg voeding heeft, zal dan ook donkergroene bladeren krijgen. Dit is op het randje van veel en teveel voeding.

Geef je echt teveel voeding, dan zie je dat aan de bladpunten. Deze zullen vergelen en bij een langdurig overschot ook verdorren. Probeer de bladpunten dus ook gezond en groen te houden en geef niet teveel meststoffen.

Een voorbeeld van een extreem voedingsoverschot.

Op maat voeden in hydro

Voor wietplanten die in een zogenaamd recirculerend hydrosysteem staan, kun je door de EC-waarde van het gebruikte water, heel nauwkeurig uitrekenen wat de ideale hoeveelheid voeding is. Bij zulke systemen loopt het niet opgenomen voedingswater namelijk terug in het voedingsreservoir. Door de EC-waarde van het water in dat vat elke dag te meten, weet je precies of de planten naar verhouding meer water of meer voeding hebben opgenomen. En aan de hand daarvan kun je dan de EC-waarde weer aanpassen om zo tot de ideale EC-waarde op maat te komen. Het werkt als volgt.

Begin met de EC-waarde van het water in het reservoir te meten. Stel dat die bijvoorbeeld 1,5 is en je meet de volgende dag een EC-waarde van 1,7. Dan betekent dat, dat je planten dus meer water dan voeding hebben opgenomen en een EC-waarde van 1,5 te hoog is. Verlaag de EC-waarde van het voedingswater in dat geval, bijvoorbeeld naar 1,3. Meet de EC-waarde elke dag en pas hem steeds op deze manier aan, dan geef je uiteindelijk helemaal op maat voeding.

Stel dat de EC-waarde een dag later lager is geworden, hij ging bijvoorbeeld van 1,3 naar 1,2 of 1,0. Dan betekent het juist dat de planten meer voeding dan water hebben verbruikt. Er is dus behoefte aan meer voeding. Verhoog de EC-waarde in dat geval naar 1,4. Blijf op deze manier steeds meten en aanpassen en je plant heeft altijd exact de juiste hoeveelheid meststoffen.

[Openingsfoto: VladKK, Shutterstock]
Delen via
Lekker bezig!
(advertenties)