(advertentie)
(advertentie)
(advertentie)

Meer toppen betekent meer opbrengst, toch? Niet altijd. Er is een punt waarop extra toppen elkaar in de weg gaan zitten, en vanaf dat moment oogst je juist minder. Hoeveel toppen een wietplant aankan, hangt af van je lamp, je pot en je ruimte, maar er zijn wel vuistregels. Dit is wat je moet weten. 🌿

Toppen, fimmen, scroggen, dieven – allemaal technieken om het aantal oogstbare toppen te verhogen. Logisch, want elke extra top betekent extra grammen in de pot. Maar er is een valkuil waar veel kwekers intrappen: te véél toppen maken, en vervolgens teleurgesteld zijn over kleine, lichte buds. De oorzaak? De toppen hadden simpelweg niet genoeg ruimte, licht of energie om goed te ontwikkelen.

🌱 Wat is toppen? Toppen is het verwijderen van het groeipunt van de hoofdstengel of een zijtak. De plant reageert door twee nieuwe scheuten te vormen op de plek waar de top zat. Herhaal je dit meerdere keren, dan bouw je een plant op met veel gelijkwaardige toppen – ideaal voor een gelijkmatig verlicht bladerdek.

Het probleem met te veel toppen is niet moeilijk te begrijpen. Een wietplant heeft een beperkt energiebudget. Dat budget wordt aangevuld door fotosynthese – en fotosynthese hangt af van licht. Heb je meer toppen dan je lamp kan verlichten, dan verdelen de toppen diezelfde hoeveelheid energie over meer punten. Het resultaat: meer kleine toppen in plaats van minder grote.

Methode 1: buds op basis van je kweekoppervlak

In de professionele teelt wordt vaak gerekend met 6 tot 8 toppen per square foot. Vertaald naar vierkante meters betekent dat 54 tot 72 toppen per m². Voor een thuiskweker is dat een nuttig ijkpunt – al hangt het in de praktijk sterk af van de lichtintensiteit van je lamp.

Een kweektent van 60×60 cm heeft 0,36 m² kweekoppervlak. Op basis van die vuistregel zou je ruimte hebben voor pakweg 20 tot 26 toppen – maar alleen als je lamp dat oppervlak ook écht gelijkmatig en intensief verlicht. Met een bescheiden LED van 100 watt worden die 26 toppen misschien niet zo heel groot. Maar een goede 150–200 watt full-spectrum LED verlicht zo’n tent zeker wel voldoende voor dat aantal toppen.

💡 Praktische vertaling per tentmaat: 60×60 cm → 20–26 toppen | 80×80 cm → 35–46 toppen | 100×100 cm → 54–72 toppen | 120×120 cm → 78–104 toppen. Dit zijn maxima bij goede lichtintensiteit. Begin liever conservatief, je kunt altijd nog opschalen.

Foto: OpenRangeStock, Shutterstock

Methode 2: het aantal toppen op basis van je potmaat

Een tweede manier om het maximale aantal toppen te schatten, is via je potmaat. Je pot bepaalt hoe groot het wortelstelsel kan worden, en het wortelstelsel bepaalt hoeveel water en voeding de plant kan opnemen. Een klein wortelstelsel kan nu eenmaal niet genoeg biomassa produceren om tientallen toppen te vullen.

De vuistregel hier is 1 tot 2 toppen per liter potvolume. Een plant in een pot van 10 liter kan op basis hiervan 10 tot 20 toppen aan. In een pot van 18 liter zijn dat er 18 tot 36. Gebruik je grotere potten van 25 liter of meer, dan wordt de pot zelden de beperkende factor – dan zijn licht en ruimte dat eerder.

Potten van 12 liter: op basis van de vuistregel goed voor 12 tot 24 toppen.

Welke methode gebruik je?

Beide methoden geven je een ander perspectief op hetzelfde probleem. De oppervlaktemethode kijkt van boven naar beneden: hoeveel toppen past er in het verlichte kweekoppervlak? De potmethode kijkt van onder naar boven: hoeveel toppen kan de plant vanuit haar wortels voeden?

Het slimste is om beide te gebruiken en het laagste getal als maximum te nemen. Komt de oppervlaktemethode uit op 26 toppen maar de potmethode op 20, dan is de pot de beperkende factor – en heeft het geen zin om nog meer toppen te kweken. Andersom geldt hetzelfde: een grote pot in een kleine tent met een zwakke lamp leidt ook tot teleurstelling.

Concurrentie om licht: de echte bottleneck

Toppen die te dicht op elkaar groeien, beschaduwen elkaar. De onderste helft van een overvolle plant krijgt nauwelijks licht meer, en die toppen blijven klein of ontwikkelen zich helemaal niet. Dit is ook waarom dieven en ontbladeren – het verwijderen van zijtakken onderaan en grote bladeren – zo belangrijk is. Alles wat onder de lichtgrens hangt, kost alleen maar energie.

Dokter Groen probeert altijd zoveel mogelijk toppen te kweken in zijn kweekkast, en beschrijft dit treffend: hij verwijdert alles onder een denkbeeldige horizontale lijn halverwege de plant. “Dit kost de plant voornamelijk energie om te laten groeien, en onder de lijn schijnt niet veel licht meer,” schrijft hij. Wat overblijft zijn de toppen die wél in de sweet spot van zijn LED-lamp vallen – en die kunnen daardoor maximaal profiteren van de beschikbare lichtintensiteit.

✂️ Wat is de sweet spot? De sweet spot is de optimale afstand tussen een lamp en het bladerdek waarop de lichtintensiteit het hoogst is zonder dat de plant verbrandt. Groeien alle toppen op dezelfde hoogte in de sweet spot, dan profiteert elke top van maximale lichtintensiteit – en dat is direct zichtbaar in de opbrengst.

Minder toppen = grotere buds

Er is geen universeel antwoord op de vraag hoeveel toppen een plant aankan – maar er is wel een manier om het optimum te vinden. Gebruik beide vuistregels, neem het laagste getal als maximum, en check of je lamp daarmee in verhouding is.

Kom je er niet uit, kies dan voor minder toppen en meer ruimte per top. Een plant met 8 goed verlichte, goed gevoede toppen levert in de praktijk meer op dan een plant met 20 toppen waarvan de helft in de schaduw hangt. Minder is vaak meer – zeker als je net begint met technieken als toppen of scroggen.

Leer je liever eerst de basisprincipes van het lichtschema en de overschakeling naar de bloeifase? Lees dan ook ons artikel over lichtschema’s voor wietplanten. Want toppen heeft alleen zin als de rest van je opzet ook klopt. ✂️