(advertentie)
(advertentie)
(advertentie)

Je kunt maar in één kweektent tegelijk kweken, en daar ook maar één keer van oogsten. Met een tweede kweektent ben je echter snel van die beperking af. En als je de twee kweekruimtes vervolgens goed op elkaar afstemt, dan heb je met een goede timing altijd wat te oogsten. Een perpetual harvest dus; zo zet je het systeem op.

De meeste thuiskwekers beginnen met één tent, en dat is logisch want alle begin is moeilijk. En dus begin je met zaaien, dan komt de groeifase, dan de bloei en de oogst, en dan begin je weer van voren af aan. Niets mis mee, maar je benut je tijd en kweekruimte niet optimaal.

Een tweede kweektent lost dat op. Niet door meer wiet tegelijk te kweken, maar door de cycli te verschuiven zodat er altijd iets in de afrondende fase zit. Dat is het principe achter het twee-tenten-systeem: twee kweekruimtes, één continu proces.

Twee kweektenten, één cyclus

Een wietplant heeft twee duidelijk verschillende levensfasen met verschillende behoeftes. In de groeifase wil de plant lange dagen met 18 uur licht en 6 uur duisternis. In de bloeifase schakel je terug naar 12/12, waardoor de plant denkt dat de zomer voorbij is en in bloei gaat. Die twee lichtschema’s zijn onverenigbaar in één ruimte. Zet je de klok op 12/12, dan bloeien je zaailingen mee. Zet je hem op 18/6, dan gaan je bloeiende planten weer in de groei en kun je pas oogsten met Sint-juttemis.

Met twee kweektenten los je dat probleem op. De groeiruimte draait op 18/6 en huisvest jonge planten of stekken in de eerste fase. De bloeiruimte draait op 12/12 en brengt de volwassen planten naar de oogst. Zodra de bloeiruimte na de oogst weer leeg staat, schuif je de planten uit de groeiruimte meteen door. Terwijl die bloeien, stoom je de volgende lichting klaar in de groeitent.

🌿 Snelle consistentie met een moederplant en stekken De meest efficiënte manier om je groeiruimte te benutten is door te werken met een moederplant. Dat is een vrouwelijke wietplant die je permanent op 18/6 licht houdt in je groeiruimte, en nooit laat bloeien. Van die plant snij je regelmatig stekken, die je vervolgens laat wortelen en meteen verder doorschuift naar de bloeiruimte.

Voordelen: stekken zijn genetisch identiek, groeien gelijkmatig en bloeien synchroon af. Je weet precies wat je krijgt. En omdat stekken in feite al volwassen planten zijn, kun je ze vrijwel direct in bloei laten gaan, zonder ze eerst weken te moeten laten groeien. Dat verkort de totale cyclus aanzienlijk. Meer over een dergelijk kweekschema met stekken lees je in: Elke 10 weken oogstfeest – dat doe je zo.

Met een moederplant in je groeiruimte kweek je sneller en gegarandeerde kwaliteit.

Hoe groot moet elke kweekruimte zijn?

Dit is waar de meeste kwekers de fout ingaan. Ze kopen twee identieke tenten en verwachten dat het systeem vanzelf werkt. Maar groei- en bloeiruimte hebben een fundamenteel andere verhouding nodig. Een wietplant heeft in de groeifase maar weinig ruimte nodig. Stekken zijn klein, en je hoeft ze maar een paar weken te bewaren voor je ze doorschuift.

De bloeiruimte heeft meer volume nodig omdat planten daar tot twee keer zo groot kunnen worden. Zodra de planten onder 12/12 staan, beginnen ze te strekken en worden ze dubbel zo groot. De bloeitent moet dus flink groter zijn dan de groeiruimte, net als de kweeklamp die je voor de bloeifase gebruikt.

Een bewezen verhouding voor de thuiskweker: een kleine groeiruimte van 60 x 60 cm (zoals de CNNBS G-Kit) of 80 x 80 cm naast een grotere bloeiruimte van 1,20 x 1,20 cm of groter. De vegruimte is als het ware de wachtkamer, en de bloeiruimte is je productiehal. Ga je voor een 1-op-1 verdeling, dan staat je groeiruimte structureel te vol of je bloeiruimte structureel te leeg.

Een ideale groei- en bloeiruimte zijn 60×60 en 80×120 cm groot.

Timing: wanneer verhuis je van groei naar bloei?

Het systeem werkt het soepelst als je de doorschuifmomenten van tevoren goed op elkaar afstemt. Een gemiddelde bloeicyclus duurt 8 tot 10 weken afhankelijk van de soort. Dat is je ritme. Snij dus elke 8 weken nieuwe stekken, laat die 2 weken wortelen in de vegruimte, en schuif ze door zodra de bloeiruimte leegkomt na de oogst. Dan staat er nooit een week niets te groeien, en wisselen de oogsten elkaar mooi af.

Voor snellere rondes kun je stekken ook iets groter laten worden in de vegruimte voordat je ze doorschuift — een week of drie in plaats van twee. Grotere stekken vormen sneller grote toppen in de bloeiruimte. Nadeel: je hebt iets meer ruimte nodig in de vegruimte. Experimenteer met wat past bij je genetica en je setup.

Welke lamp voor de groeiruimte?

De groeiruimte hoeft niet indrukwekkend sterk verlicht te zijn. Een LED van 100 tot 150 Watt is meer dan genoeg voor een 60 x 60 cm kweekkast met een kleine moederplant en een handvol stekken. Goedkopere full spectrum LED’s voldoen prima. Je hoeft hier geen high end LED bloeilamp op te hangen. Besteed je budget aan de bloeiruimte, want daar wordt de oogst gemaakt.

In de bloeiruimte geldt de vuistregel van 200 tot 300 watt LED per vierkante meter als absoluut minimum, maar 300 tot 400 Watt per m² geeft natuurlijk betere resultaten. Een moderne full-cycle LED van een betrouwbaar merk zorgt voor uitstekende resultaten.

Voorgroeien kan met 100 tot 150 Watt maar bezuinig niet op je bloei-kweeklamp. Licht = gewicht! Foto: Shutterstock

Nooit meer wachten op wiet

Het twee-ruimtes-systeem klinkt als extra investering, en dat is het ook – een tweede tent, een tweede lamp, iets meer stroom. Maar wat je terugkrijgt is niet alleen meer wiet: het is ritme. Je kweektent staat nooit meer leeg, en je hebt altijd iets om naar uit te kijken. En je bouwt twee keer zo snel kweekervaring op, omdat je vaker door de cyclus gaat. Kwekers die overstappen op twee tenten komen daar bijna nooit meer op terug.

Begin klein als je twijfelt. Een tweede kast van 60 x 60 cm als groeiruimte kost weinig en verandert je kweekroutine fundamenteel. Je hoeft de bloeiruimte niet groter te maken – je hoeft alleen te zorgen dat die nooit meer leeg staat.