(advertentie)
(advertentie)
(advertentie)

Waarom lukt het de ene kweker wel om een intense geur of hoog THC-gehalte te halen, en de andere niet, met dezelfde wietzaadjes? Dat verschil zit ‘m in de invloed van de genetica vs. de kweekomstandigheden. Sommige eigenschappen van wietplanten liggen namelijk al vast in het zaadje, en andere bepaal je zelf tijdens de kweek. Per eigenschap zoeken we uit hoe die verhouding ligt – lees je mee?

Het onderscheid tussen genetica en kweekomstandigheden helpt je om slimmere keuzes maken. Voor eigenschappen die vooral genetisch vastliggen, investeer je vooral in de juiste genetica en betrouwbare wietzaadjes.

Bij eigenschappen die vooral door de omgeving worden bepaald, loont het juist om te sleutelen aan licht, voeding en klimaat. Hieronder gaan we per eigenschap na, hoe die verhouding bij benadering ligt. Waar heb je met andere woorden veel invloed op als kweker, en wat kun je niet veranderen?

🌱 Wat is het genotype en wat is het fenotype? Het genotype is de complete genetische blauwdruk van een plant, vastgelegd in het DNA in het zaadje. Het fenotype is wat je uiteindelijk ziet en ruikt: hoe die genen tot uiting komen onder specifieke kweekomstandigheden. Het genotype staat vast, wat er tot uiting komt kun je (deels) beïnvloeden tijdens de kweek zelf.

Het genotype in de zaadjes vs. het tot uiting gekomen fenotype (phenotype).

Foto: Shutterstock

Geur en terpenen

Circa 75% genetisch, 25% omstandigheden: De geur van je wiet ligt al grotendeels vast in het genoom: terpenen worden aangemaakt volgens de genetische aanleg, zoals wetenschappelijk onderzoek naar terpeenbiosynthese in cannabis laat zien. Toch spelen temperatuur, lichtspectrum en een zorgvuldige cure ook een niet te verwaarlozen rol in hoe intens die geur uiteindelijk wordt.

Wil je een specifiek geurprofiel? Kies dan vooral het juiste zaadje bij een betrouwbare zadenbank. Daarna optimaliseer je met relatief lage temperaturen een langzame droog- en curingfase voor het beste resultaat. Via de volgende link lees je nog veel meer over het verbeteren van de geur en smaak van cannabis.

THC-gehalte

Circa 70% genetisch, 30% omstandigheden: Onderzoek naar hoge-THC medicinale cannabis laat zien dat genetisch verschillende cultivars soms bijna identieke THC-percentages hebben. Terwijl stekken van dezelfde cultivar in dezelfde kas al enkele procenten in THC kunnen verschillen. Genetica bepaalt dus vooral het plafond, niet het exacte percentage.

Praktijkfactoren kúnnen flinke invloed hebben: bestuiving kan het cannabinoïdengehalte bijvoorbeeld met tot 75% laten dalen, een virusinfectie als hop latent viroïde met 6 tot 50%, terwijl gecontroleerde droogtestress het THCA-gehalte juist met zo’n 12% kan verhogen. Ook het oogstmoment en de plek van een top in de plant spelen mee.

Wil je jouw 30% invloed van de omstandigheden zo goed mogelijk laten gelden? Dan zijn hier 10 kweektips voor meer THC en trichomen, die het THC-percentage kunnen opkrikken.

THC zit bij cannabis in de trichomen, en je hebt als kweker ongeveer 30% invloed op dat percentage. Foto: Shutterstock

THC/CBD-verhouding

Circa 95% genetisch, 5% omstandigheden: Deze verhouding wordt vrijwel volledig bepaald door één enkel gen met twee varianten, die vastleggen of een plant vooral THC, vooral CBD of een mix van beide aanmaakt. Wetenschappelijke studies naar de overerving van cannabinoïden bevestigen dit patroon. Kweekomstandigheden veranderen deze verhouding nauwelijks.

Opbrengst

Circa 40% genetisch, 60% omstandigheden: Genetica bepaalt het opbrengstplafond van een strain, maar hoe dicht je daarbij komt, ligt vooral aan jou. Onderzoek naar lichtintensiteit bij binnenteelt toont een vrijwel evenredige toename van de opbrengst bij meer licht. Opbrengst is daarmee de eigenschap waar je als kweker de meeste invloed op hebt.

Voeding, CO2, potgrootte en trainingstechnieken zoals scroggen of toppen bepalen samen het grootste deel van het eindresultaat. Wil je nog meer opbrengstverhogende kweektips? Lees dan hier verder…

Meer oogsten? Dat heb je voornamelijk zelf in de hand.

Bloeitijd

Circa 90% genetisch, 10% omstandigheden: De bloeiduur van een wietsoort ligt grotendeels vast in de genetica: een indica bloeit doorgaans 7 tot 9 weken, een sativa vaak langer. En hybride kruisingen tussen de twee subsoorten zitten ergens tussenin. Het omschakelen naar een 12/12-lichtschema triggert de bloei, maar de lengte van die fase wordt grotendeels bepaald door de wietsoort. Stress of temperatuurschommelingen kunnen de bloei een paar dagen vervroegen of vertragen, maar wijzigen zelden de bloeiduur zelf.

Planthoogte (strek)

Circa 40% genetisch, 60% omstandigheden: Sativa-genetica kan tijdens de bloei verdubbelen of zelfs verdrievoudigen in hoogte, terwijl indica’s iets minder hard groeien tijdens de strekkende fase. Dat vast liggende strekpercentage is echter maar een startpunt, en geen eindresultaat.

Als kweker heb je hier dan ook veel grip op de zaak: lichtintensiteit, het moment van omschakelen en toppen en snoeien vóór de bloei houden een plant compact, ook bij genetica met een sterke neiging om veel te strekken.

Structuur en vorm

Circa 60% genetisch, 40% omstandigheden: Of een plant van nature bossig vertakt of juist één dominante hoofdtop vormt en niet veel zijtakken maakt, ligt aan de indica- of sativa-aanleg in de genetica. Toch stuurt training die vorm flink bij: low-stress-training (LST) en supercroppen verdelen de groeikracht over meerdere toppen, ongeacht de natuurlijke groeivorm.

Weinig uitlopers aan je wietplant? Buig hem om, en alle zijtakjes worden bijna zo groot als hoofdtoppen! Foto: Wolkenwietje

Kleur (paarse toppen)

Circa 50% genetisch, 50% omstandigheden: Paarse toppen ontstaan als beide factoren samenkomen. Om te beginnen hebben wietplanten een genetische aanleg voor anthocyanen nodig, en vervolgens een koude trigger tijdens de bloei. Nachttemperaturen onder de 13°C zullen de pigmenten van een wietsoort met een genetische aanleg zeker zichtbaar paars maken.

Harsproductie en trichomen

Circa 60% genetisch, 40% omstandigheden: De aanleg voor een dikke laag trichomen zit in de genetica, maar lichtspectrum en milde stress zoals UV-B-blootstelling kunnen de harsproductie verder stimuleren. Wetenschappelijk onderzoek naar trichoomdichtheid bevestigt dat beide factoren samen het eindresultaat bepalen.

Wil je zelf dus meer trichomen kweken, dan heb je daar best wat invloed op. Zeker als je deze tips ter harte neemt.

De trichomen-dichtheid ligt voor 60% vast in het wietzaadje. Je hebt dus 40% invloed voor nóg meer kristallen!

Harde toppen

Circa 35% genetisch, 65% omstandigheden: Sommige rassen – vaak met wat meer sativagenen – produceren van nature luchtige toppen, ongeacht wat je doet. Maar bij de meeste strains is onvoldoende licht de belangrijkste oorzaak van slappe, luchtige toppen, gevolgd door hoge temperaturen en een verkeerde voeding in de bloei. Hier ligt dus veel in jouw handen, en een CNNBS klassieker is dan ook dit artikel over kogelharde toppen, net zo compact als de spruiten van Dirk van den Broek.

Weerstand tegen schimmels en plagen

Circa 70% genetisch, 30% omstandigheden: Sommige wietsoorten, vaak met een hoog terpinolinegehalte, zijn van nature een stuk weerbaarder tegen schimmel en plagen, zoals blijkt uit de praktijk van pheno hunting door zadenbanken. Toch blijft goed klimaatbeheer met de juiste luchtvochtigheid en ventilatie onmisbaar, ook bij resistente genetica.

Kies wietzaadjes slim en stuur bij

Bij eigenschappen die vooral genetisch vastliggen, zoals geur, de THC:CBD-verhouding en bloeitijd, loont het om te investeren in de juiste genetica bij een betrouwbare breeder. Bij eigenschappen als opbrengst, THC percentage, planthoogte en de dichtheid van je toppen heb jij als kweker meer invloed.

Het mooiste resultaat ontstaat wanneer beide samenkomen: goede genetica als basis, en optimale kweekomstandigheden die daar maximaal op inspelen.