- Onderzoek naar 2 biostimulanten levert 2,22 keer zoveel wiet op!
- Frisse lucht in de kweektent: zo richt je een ventilatiesysteem in
- London Pound Cake: dikke dessertwiet met zoete gebaksmaak
- Als je wiet rookt of vapet vermindert je onregelmatige hartslag
- Buitenwiet test ’26 update #21: tropische hitte, topoogsten, trips & Septoria (wat is dat ook alweer?)
- Studie • Wat zijn de ‘volgende dag-effecten’ van cannabisgebruik?
Onderzoek naar 2 biostimulanten levert 2,22 keer zoveel wiet op!

Een nieuwe studie claimt dat een cocktail van biostimulanten de droge bloemenopbrengst bij cannabis meer dan verdubbelt. Klinkt geweldig, maar 2,22 keer zoveel oogst is een claim die om een kritische blik vraagt, zeker aangezien de fabrikant hier zijn eigen onderzoek financierde. We zochten uit wat de onderzoekers precies deden, welke cijfers ze presenteren en of de resultaten echt zo hard zijn als de onderzoekers presenteren.
Het onderzoek verscheen begin juni 2026 in het wetenschappelijke tijdschrift Frontiers in Plant Science en is uitgevoerd door onderzoekers van RMIT University en Monash University in Melbourne. Ze testten twee verschillende biostimulantenmixen op wietplanten in een gecontroleerde hydrokweek, en vergeleken de resultaten met een onbehandelde controlegroep.
Melasse, aloë vera, vis, prebiotica & triacontanol
Voor het experiment gebruikten de onderzoekers achttien vrouwelijke wietplanten van de variëteit CBG Force van Dutch Passion, verdeeld over drie groepen van zes planten. Alle planten groeiden in een gesloten hydro-kweeksysteem op een kokos-perlietmengsel, vier weken in de groeifase met een 18/6-lichtschema, en acht weken in bloei onder een 12/12-schema.
De twee biostimulantenmixen kregen de namen BC1 en BC2. BC1 bevat melasse (een bijproduct van suikerproductie), aloë-vera-extract en vishydrolisaat (gemalen vis); BC2 bestaat uit galacto-oligosachariden (een prebiotica), aloë vera en triacontanol (een vetalcohol dat onder andere voorkomt in de kiemgroente alfafa).
Beide mixen werden vanaf week vijf (week 1 op 12/12) tot en met week twaalf (week 7 op 12/12) via het voedingswater toegediend, in een dosering van 2 milliliter per liter voedingswater.

De studie onderzocht 2 biostimulanten met 18 wietplanten in een gecontroleerde hydrokweek. Foto: Shutterstock.
Opbrengst, kwaliteit en terpenen
De resultaten verschilden flink tussen de twee mixen. BC1 leverde een bescheiden stijging van 1,17 keer de oogst van de controlegroep op, met een statistische waarde die net niet significant is (p = 0,097; de p-waarde geeft de kans aan dat een verschil op toeval berust – onder de 0,05 geldt het als betrouwbaar).
BC2 daarentegen zorgde voor een droge bloemenopbrengst van maar liefst 2,22 keer die van de controlegroep, met een sterke significantie (p = 0,003).
Ook de wietkwaliteit ging bij BC2 omhoog. Het aandeel top-kwaliteit bloemen (Grade A) steeg van 61 naar bijna 89 procent, terwijl de laagste kwaliteitscategorie compleet verdween. Reken je opbrengst en kwaliteit samen, dan komt BC2 uit op een 2,93 keer hogere waarde per plant.
De terpeenprofielen veranderden eveneens. Bij BC2 steeg de totale terpeenconcentratie met 30 procent, met flinke stijgingen in onder meer limoneen, caryofylleen en guaiol. THC bleef bij alle planten onder de detectiegrens – logisch, want CBG Force is een hoog-CBG cultivar.
🌱 Wat is een biostimulant? Een biostimulant is een stof die zelf geen voedingsstof is, maar wel de opname van voeding, de groei of de stresstolerantie van een plant verbetert. Denk aan aminozuren, algenextracten, humuszuren of – zoals in deze studie – een mix van aloë vera, melasse en visproducten.
Biostimulanten zijn zelf geen voeding maar stimuleren de opname, groei of stresstolerantie van planten.
Foto: Shutterstock
Is 2,22 keer zoveel opbrengst geloofwaardig?
Een verdubbeling van de opbrengst is een uitzonderlijk grote claim. De meeste serieuze biostimulant-onderzoeken laten verbeteringen zien van pakweg 10 tot 30 procent – een stijging van 122 procent valt daar ver buiten. Dat betekent niet dat het onmogelijk is, maar het vraagt wel om een kritische blik op de opzet.
Allereerst is de steekproef piepklein: zes planten per groep, achttien in totaal. Bij zulke aantallen kan toeval een grote rol spelen, en de auteurs noemen hun eigen studie expliciet ‘preliminair’ (voorlopig). Daarnaast testten ze tientallen variabelen tegelijk – cannabinoïden, terpenen, geurprofielen, kleuren – wat de kans op toevallige, schijnbaar significante uitkomsten flink vergroot.
Opvallend is ook dat de twee mixen, die qua opzet op elkaar lijken, compleet uiteenlopende resultaten gaven: BC1 gaf amper effect, BC2 een meer dan verdubbeling. Zulke inconsistentie tussen vergelijkbare behandelingen is een teken dat toeval of een fout in de opzet meespeelt.
Ook de meetmethode zelf kent een zwak punt: geoogste bloemen werden per plant samengevoegd vóór analyse, zonder rekening te houden met de positie van een bloem aan de plant – terwijl bekend is dat dit bloemgrootte en samenstelling beïnvloedt. De onderzoekers erkennen deze beperking zelf.
Tot slot speelt er een financieel belang: het Australische bedrijf Nutrifield leverde beide biostimulantmixen, financierde het onderzoek en betaalde deels de onderzoeksbeurs van de hoofdauteur. De onderzoekers vermelden expliciet dat Nutrifield geen inspraak had in de opzet, analyse of het schrijven van het artikel – een belangrijke nuance. Toch blijft het reden om de resultaten niet zomaar als onafhankelijk hard bewijs te beschouwen.

2,22 Keer zoveel opbrengst met slechts één biostimulant? Dat spul moet zijn gewicht in goud wiet waard zijn! Foto: Shutterstock
Allemaal aan de triacontanol?
Voor de gemiddelde thuiskweker verandert dit voorlopig weinig. De proef vond plaats in een strak gecontroleerde hydrokweek met één specifieke CBG-cultivar, en is dus niet zomaar te vergelijken met een kweektent op aarde. Of dezelfde mix bij jouw planten hetzelfde effect heeft, is dus nog volstrekt onduidelijk.
Ook is BC2 geen kant-en-klaar product dat je zomaar kunt kopen. De galactooligosachariden en de precieze triacontanol-dosering zijn een onderzoeksformulering van Nutrifield, geen standaard schapproduct bij de growshop. Zelfs als je de resultaten voetstoots zou aannemen, kun je de proef dus niet exact namaken.
Wat je eventueel wél kunt proberen is triacontanol zelf. Onafhankelijk onderzoek van onder meer de Wageningen Universiteit liet tot 28% meer tomatenopbrengst zien, en Indiaas rijstonderzoek leverde zelfs 51% meer rijst. Bij maisplanten deed het middel dan weer niets. Triacontanol wordt door meerdere fabrikanten geproduceerd, ook specifiek voor cannabis.
Let wel op: de winstpercentages van triacontanol liggen ver onder de 2,22 keer zoveel opbrengst uit deze studie. Bovendien wijzen de onderzoekers zelf niet naar triacontanol, maar naar de galactooligosachariden als vermoedelijke motor achter het effect. Triacontanol alleen is dus geen garantie om deze resultaten na te bootsen.
De onderzoekers roepen zelf op tot vervolgonderzoek met meer planten, meer cultivars en andere teeltmethodes. Tot die tijd is dit een interessante, maar voorlopige bevinding – interessant om te volgen, maar geen reden om je hele voedingsschema overhoop te gooien.






































































