(advertentie)
(advertentie)
(advertentie)

We kennen allemaal de westerns waarin cowboys en indianen elkaar naar het leven staan. Maar wist je dat onze favoriete plant in diezelfde jaren al een stevige voet aan de grond had gezet in Amerika? Van een koninklijk hennepbevel tot een blowend revolutieleger: deze video laat zien hoe wild én groen die geschiedenis eigenlijk was.

Al in 1611 namen de eerste kolonisten van Jamestown hennepplanten mee over de oceaan. Koning Jacobus I gaf ze in 1619 zelfs opdracht om meer te verbouwen, ten dienste van Engeland. Ook latere grootheden uit de geschiedenis deden mee, en George Washington kweeke hennep als een van zijn hoofdgewassen op Mount Vernon.

Pancho Villa & het blowende revolutieleger

Nadat cannabis in 1629 zijn weg vond naar New England, werd het tot na de Burgeroorlog een vitaal gewas in Noord-Amerika. In 1775 begonnen mensen hennep te verbouwen in Kentucky, en in de jaren 1800 verrezen grote hennepkwekerijen in Mississippi, Georgia, Californië, South Carolina en Nebraska.

Tijdens de Mexicaanse Revolutie kreeg cannabis er een heel ander imago bij: dat van de Cannabis Cowboys. Legendarische rebellenleider Pancho Villa stond bekend als notoire wietliefhebber. Naar schatting blowde de helft van zijn troepen voor het gevecht, in de overtuiging dat het ze kracht en moed gaf. Het strijdlied La Cucaracha, nog altijd wereldberoemd, bezingt die wietliefde tot op de dag van vandaag.

Van cannabis cowboys naar wietverbod

De vrije cannabisperiode in de geschiedenis van het wilde westen duurde niet lang. Vanaf de jaren 1910 werd cannabis steeds vaker geassocieerd met Mexicaanse immigranten, en die vooroordelen legden de basis voor de Marijuana Tax Act van 1937, waarmee het land het roer volledig omgooide. Precies dat verhaal, van vitaal handelsgewas tot verboden middel, vertelt de video hieronder in geuren en kleuren. Kijk ‘m en geniet met terugwerkende kracht van vrije cannabis in het oude Wilde Westen.