(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Het voeden van een wietplant is een van de belangrijkste zaken die je als kweker onder de knie moet hebben. Om beter te begrijpen wat een wietplant nodig heeft, alles over NPK, de drie belangrijkste stoffen in plantvoeding: Stikstof, Fosfor en Kalium. 

Op vrijwel elke fles voeding die je koopt, zit een etiket met de hoeveelheid van deze drie elementen. Altijd in dezelfde volgorde, NPK. Corresponderend met de voedingsstoffen Stikstof (N), Forfor (P) en Kalium (K). Even kort door de bocht: de nummers geven de verhouding van deze stoffen in de voeding aan.

stikstofStikstof (N)

Stikstof zit overal in de lucht, het is geurloos en maakt ongeveer driekwart van de atmosfeer van de aarde uit. Ondanks deze grote hoeveelheden stikstof in de lucht zijn het vooral peulvruchten die het effectief uit de lucht kunnen opnemen. Aangezien een wietplant geen peulvrucht is, zul je het via de voeding moeten aanvullen.

Voor plantvoeding kan stikstof synthetisch geproduceerd zijn of uit een natuurlijke bron komen. Natuurlijke bronnen van stikstof zijn onder vele andere bloedmeel, mest van vogels en vleermuizen.

Omdat stikstof zo belangrijk is voor de fotosynthese, is het rijkelijk aanwezig in voeding die voor de groeifase ontwikkeld is. Stikstof is cruciaal voor de aanmaak van chlorofyl en eiwitten en bij fotosynthese gebruikt de plant het om koolstofdioxide (CO2) om te zetten in organische stoffen zoals onder andere glucose (suikers).

Voeding die rijk is aan stikstof worden gebruikt voor snelle groei en om chlorofyl aan te maken. De plant krijgt er ook een mooie groene kleur van. Het veroorzaakt snelle celdeling (toename in volume) en maakt bladeren gezond.

Fosfor (P)

Fosfor is een vluchtig element dat snel reageert met andere elementen, het komt dan ook bijna niet in zijn pure elementaire vorm voor in de natuur. Omdat het zo vluchtig is wordt op verpakkingen van voeding meestal de hoeveelheid oxide van fosfor weergegeven (P2O5). Het wordt gewonnen uit steen of uit vogel of vleermuizen uitwerpselen. Het komt ook veel voor in beendermeel.

Gedurende de hele cyclus gebruikt een wietplant fosfor, en in de bloeifase heeft ze extra veel fosfor nodig. In deze mooie fase van een wietplant verbruikt ze minder stikstof en juist meer fosfor. Omdat wietplanten ook fosfor nodig hebben om de wortels mee te vormen, vind je het ook (in een lagere dosis) terug in stekkengel of stekpoeder.

Voeding die voor de bloeifase van wietplanten ontwikkeld is hebben een hogere concentratie aan fosfor. Het verbeterd de aanmaak van toppen en helpt de ontwikkeling van een gezond wortelstelsel.

Samen met stikstof en fosfor vormt kalium de heilige drie-eenheid van elke wietkweker

SAMSUNG DIGIMAX 420Kalium (K)

Kalium reageert heftig met water en oxideert vrij snel als het blootgesteld wordt aan lucht. Een vrij onstabiel goedje dus dat kalium. Vandaar ook dat kalium in een gebonden vorm in je voeding zit. Kaliumoxide (k2O) kun je trouwens maar beter niet aan je wietplanten geven, deze geoxideerde vorm van kalium is namelijk bijtend en trekt vocht aan. Net als fosfor wordt het uit erts.

Samen met stikstof en fosfor vormt kalium de heilige drie-eenheid van elke wietkweker. Het speelt net als de andere twee stoffen een cruciale rol in de stofwisseling van de plant. Het is nodig bij de fotosynthese en voor de productie van eiwitten. Daarnaast verbeterd kalium het afweersysteem, zodat de plant beter bestand is tegen stress, insecten en ziektes. Bloeivoeding bevat vaak een verhoogde hoeveelheid kalium aangezien het de kwaliteit van de wiet verbetert.

Kalium kom je tegen in groei- en bloeivoeding, het helpt het afweersysteem van de plant en verbeterd de kwaliteit van de toppen.

 

(advertenties)