(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Ook voor de jeugd die nog nooit een wietplantje van dichtbij heeft gezien, is het vandaag 420. We gaan dus vrolijk verder met de serie ‘Mijn eerste wietplantje’ waarin we in begrijpelijke taal uitleggen hoe je een heus wietplantje en échte wiet kweekt. Deze week leer je hoe je je eerste wietplantje kunt trainen voor een betere oogst en hoe je het beschermt tegen de elementen van moeder natuur. Ben je er klaar voor?

Hoewel ook wij vinden dat je voor je 18e levensjaar geen wiet zou moeten roken, mag de jeugd best weten waar wiet vandaan komt. Precies, van wietplantjes dus en in deze serie leer je hoe je zelf, buiten of voor het raam, zo’n wietplantje kweekt. Doe het vooral thuis na, dan heeft je vader of moeder er aan het einde ook wat aan maar vraag wel even toestemming aan je ouders.

Het echte kweken begint pas over een kleine maand, zo halverwege mei. Tot die tijd vertellen we je alles wat je moet weten om je eerste wietplantje groot te brengen. We hebben tot nu toe al uitgelegd wat wietzaadjes zijn en welke soort wietzaadjes je het beste kunt gebruiken voor je eerste wietplantje, hoe je zo’n wietzaadje laat uitkomen (ontkiemen) en hoe je het jonge plantje verpot en vorige week hebben we uitgelegd hoe de groeifase verloopt en hoe je je eerste wietplantje tijdens de groeifase verzorgt.

Vandaag zullen we je vertellen hoe je je eerste wietplantje tijdens die groeifase kunt trainen en hoe je het beschermt tegen ongedierte, wind en regen. Leuk dat je weer van de partij bent!

Training voor wietplantjes

Als je vorige week goed hebt opgelet, weet je hoe lang de groeifase duurt en hoe je je eerste wietplantje tijdens de groeifase water en voeding moet geven. In principe is dat al genoeg om je eerste wietplantje tot ze gaat bloeien te verzorgen. Maar wanneer je wil dat je eerste wietplantje bijvoorbeeld laag blijft of extra veel wiet produceert, kun je nog een stapje verder gaan en het plantje trainen.

Training betekent trouwens niet dat je je wietplantje mee moet nemen naar de sportschool. Nee, plantentraining betekent dat je je wietplantje bijvoorbeeld snoeit zodat het breder wordt en meer takken krijgt. Ook kun je de takken openbuigen zodat ze meer zonlicht opvangen of zelfs knakken om het wietplantje een betere vorm te geven. Er zijn een aantal technieken die je tijdens de groeifase op je eerste wietplantje kunt toepassen, de belangrijkste zijn toppen, supercroppen, en als je het aandurft scroggen.

Nodes zijn de plekken op een stam of tak waar zijtakjes uit groeien. Beeld: Andrei Verner, Shutterstock

Toppen is wanneer je de bovenste groeipunt van de stam van je wietplantje, of van een van de zijtakken afknipt. Hierdoor krijgt de tak of stam twee nieuwe groeipunten waar er eerst maar één groeide. De twee uitlopers onder de afgeknipte groeipunt zullen namelijk uitlopen en worden nieuwe groeipunten. Wanneer je alle takken en de stam van je wietplantje afknipt, verdubbelt het aantal groeipunten en wordt het wietplantje breder in plaats van hoger.

De plek op een stam of tak waar zijtakjes uit groeien, noem je een node, op het plaatje hierboven kun je goed zien hoe zo’n node eruit ziet. Tel even hoeveel van deze nodes je wietplantje op de middelste stam heeft. Als er uit vier of vijf plekken op de middelste stam, twee zijtakjes groeien, kun je je wietplantje voor het eerst toppen. Probeer het eerst eens met alleen de bovenste groeipunt om te zien wat er gebeurt. Daarna kun je je wietplantje in de groeifase altijd nog vaker toppen als je wil. Hier is een filmpje waarop je kunt zien hoe een wietplantje getopt moet worden.

Supercroppen is nóg een manier om de vorm van je wietplantje te veranderen en meer takken te laten groeien. In plaats van de tak af te knippen, knak je hem bij het supercroppen zonder de tak te breken. Omdat de tak nu horizontaal groeit zullen alle zijtakjes die aan het omgeknakte deel groeien, groter en belangrijker worden en later allemaal nieuwe groeipunten vormen waar in de bloeifase wiet aan groeit.

Kies een lange tak of de middelste stam en tel even vanaf de bovenste punt een stuk of vier tot vijf plekken waar zijtakjes groeien. Pak de stam of tak op die plaats tussen je duim en wijsvinger en druk hem met een rollende beweging voorzichtig beurs. Misschien moet je even aan je vader of moeder vragen om te helpen want het is een secuur werkje. De stam moet een beetje zacht worden zodat je hem kunt knakken zonder hem te breken. Laat de tak na het knakken in een rechte hoek hangen, hij zal snel weer herstellen. Herhaal het trucje bij alle takken op dezelfde hoogte en knak de takken steeds van het midden van de plant af. Kijk op het filmpje om te zien hoe het moet. Het filmpje is in het Engels maar dat maakt niet uit, misschien kunnen je ouders even meekijken.

Scroggen is wanneer je je wietplantje langs een horizontaal rek laat groeien. Hierdoor wordt het plantje heel breed en krijgt het later heel veel groeipunten waar in de bloeifase wiet aan komt. Door een wietplantje te scroggen kun je ervoor zorgen dat er veel meer wiet aan komt, en dat is fijn voor je ouders want die hoeven dan heel lang geen wiet te kopen in de coffeeshop.

Om je wietplantje te scroggen, moet je haar eerst één of twee keer toppen zodat het lekker veel takken heeft. Top je wietplantje bijvoorbeeld wanneer het vier nodes op de stam heeft, en top alle nieuwe takken daarna nog eens wanneer die allemaal een nieuwe node hebben. Je wietplantje heeft dan ongeveer 12 groeipunten.

Dan kun je het rek aanbrengen. Hiervoor kun je het beste een stuk gaas kopen in het tuincentrum. Maak het stuk gaas met tie-wraps vast aan een paar stokken die je in de aarde prikt, en zorg ervoor dat het gaas een paar centimeter boven je wietplantje zit. Op het plaatje hieronder zie je hoe dat er ongeveer uitziet. Laat je vader of moeder even helpen want het plaatsen van zo’n rek kan best een lastig werkje zijn.

Nu het rek stevig boven je wietplantje vastzit, kun je met het scroggen beginnen. Hiervoor moet je elke tak steeds wanneer die ongeveer 10 centimeter boven het rek uitgroeit, aan het rek vastbinden. Soms kun je een tak gewoon onder het rek door vlechten maar je kunt ze ook losjes aan het rek vastbinden met een stukje binddraad uit het tuincentrum. Wanneer je op deze manier alle takken steeds opnieuw blijft vastbinden aan het rek, zal je wietplantje er aan het einde van de groeifase ongeveer zo uitzien: het scroggen zorgt voor enorm veel groeipunten!

Wietplantjes beschermen

Omdat de groeifase best lang duurt, lopen wietplantjes soms ook gevaar. Ze kunnen aangevreten worden door slakken of bladluizen en als het hard waait, kunnen takken afbreken. Het is een goed idee om je wietplantje hiertegen te beschermen.

Vooral wanneer je wietplantje nog klein is, zijn slakken een gevaar. Als ze teveel blaadjes opvreten kan je wietplantje dood gaan. Bij de Gamma kun je kopertape zoals op het plaatje hieronder kopen, om rond de pot van je wietplant te plakken. Slakken kruipen niet graag over deze kopertape en kiezen dan liever een andere plant om op te eten. Ook helpt het om de tuin eens goed op te ruimen en het gras te maaien, daar help je je ouders ook nog mee! Slakken verstoppen zich namelijk graag in de schaduw onder rommel en blaadjes in de tuin.

Rond juni en juli wordt het heerlijk warm, goed voor je wietplantje maar ook voor bladluizen. Let op dat je wietplantje in deze periode niet in de buurt van een mierennest staat. Mieren dragen bladluizen namelijk graag je wietplantje in omdat ze van de zoetigheid snoepen die bladluizen uitscheiden. Zie je een mierennest, haal je wietplantje dan weg of giet kokend water in het nest. Zie je groene of zwarte bladluizen in je wietplantje probeer ze er dan af te spoelen met koud water. Let vooral op met autoflower wietplantjes want die bloeien in deze periode.

Een autoflower bescherm je met tuingaas tegen de wind.

Van regen heeft je wietplantje je in de groeifase nog niet zoveel te vrezen maar storm kan wel veel schade aanbrengen. Bescherm je wietplantje daarom door de takken te ondersteunen. Wietplantjes in potten kun je het best beschermen door de takken aan stokken te binden die je stevig in de aarde prikt. Grote wietplanten die in de grond van je tuin staan bescherm je het best door er een net overheen te spannen én de takken met stokken te verstevigen. Tuingaas rond de pot is ook een hele goede manier om wietplantjes in potten tegen de wind te beschermen.

[Vraag, wanneer je nog geen 18 bent, toestemming aan je ouders om een eerste wietplantje te kweken. Volgens de letter van de wet is ook het kweken van je allereerste onschuldige wietplantje namelijk niet toegestaan, dan weet je dat.]
(advertentie)