- Hoe legalisering de cannabiswereld om zeep helpt
- Crop steering bij cannabis: zo ‘stuur’ je wietplanten beter aan
- Bokashi: sneller en beter composteren voor bio thuiskwekers
- Kweek je eigen Oreoz: indica-bom met 30% THC & zoete chocolade ’terps’
- Buitenwiet test ’26 update #18: steeds meer bloeiverschijnselen
- Studie • ‘Beter slapen van wiet gaat niet op bij gezonde mensen’
Hoe legalisering de cannabiswereld om zeep helpt

Een Amerikaanse craft cannabis teler schreef in High Times hoe legalisering zijn droom verpletterde: niet de politie brak hem op, maar de markt zelf. Herkenbaar, want in Nederland speelt hetzelfde mechanisme. Terwijl coffeeshops de rekening betalen voor het wietexperiment, kopen Canadese beursfondsen zich alvast in bij onze nog niet eens gelegaliseerde cannabismarkt.
Journalist Christopher Connolly beschrijft in High Times hoe hij en zijn vrouw na de legalisering in Michigan een kleine, biologische wietkwekerij probeerden op te zetten. Vergunningen, gemeentelijke willekeur en vooral een overschot aan legale wiet duwden de bevlogen telers uit de markt. Zijn conclusie: het verbod op cannabis kon de ambachtelijke teelt niet breken, legalisering (bijna) wel.
Canadelaar verkoopt wiet voor een prikkie
Dat overschot-mechanisme is in Nederland inmiddels ook al zichtbaar. Wietexperiment-teler CanAdelaar, veruit de grootste van de gelicentieerde kwekers, verkoopt zijn C.O.G.-lijn (CanAdelaar Original Grow) aan bijna alle 72 deelnemende coffeeshops. Reguliere wiet kost daar doorgaans 8 tot 11 euro per gram.
Maar gebruikersreviews op cannabisplatform Greenmeister melden dat CanAdelaars ‘Mixed Up’, die alleen per 5 gram verkocht wordt, voor slechts €3,50 per gram verkocht wordt: €17,50 dus voor de hele zak van 5 gram. Dat is precies het patroon dat Connolly in High Times beschrijft: bij overvloed verliezen tijd en vakmanschap hun waarde, en wint de partij die het grootst en goedkoopst kan produceren.
Twee van de tien telers zijn nu al Canadees eigendom
En dat is nog niet alles. In december 2025 verkocht CanAdelaar zichzelf voor €57,5 miljoen aan het Canadese, aan de Nasdaq genoteerde Cronos Group. Eerder nam het eveneens Canadese Village Farms al een meerderheidsbelang in wietexperiment-teler Leli Holland. Twee van de tien officiële Nederlandse cannabistelers zijn dus al in buitenlandse beurshanden.
Opvallend detail: Cronos is voor 41 procent in handen van tabaksgigant Altria, eigenaar van Marlboro. Dat is geen toeval, schrijft cannabisondernemer Edwin Bax vandaag in een column op cannabisindustrie. Ook British American Tobacco stapte in bij de beursgenoteerde Canadese kweker Organigram. En de eveneens Britse tabaksgigant Imperial Brands kocht zich in bij het eveneens Canadese Auxly Cannabis Group. “Ze zien geen plant. Ze zien een verdienmodel,” aldus Bax.
🌱 De cijfers achter de deal: CanAdelaar groeide van 17,7 miljoen dollar omzet in 2024 naar 47,3 miljoen dollar in de twaalf maanden tot oktober 2025, met een EBITDA (Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization – winst vóór aftrek van rente, belastingen, afschrijvingen en amortisatie.) van 28,2 miljoen dollar. Cronos-CEO Mike Gorenstein noemt de overname “een ideale match voor onze grenzeloze productstrategie.”
Coffeeshops kunnen niet meebieden
Voor de meeste coffeeshops pakt die schaalvergroting anders uit dan voor Cronos-aandeelhouders. Onze eigen columnist Derrick Bergman signaleerde al in februari een groeiende prijzenoorlog binnen het experiment. Grote coffeeshopketens zoals Boerejongens en The Plug kunnen kortingsdeals sluiten met telers. Kleine, zelfstandige shops kunnen dat niet, en zitten bovendien vast aan één van de tien telers.
De Amsterdamse burgemeester Femke Halsema waarschuwde al in 2021 voor ketenvorming en monopolievorming, en herhaalde dat in 2025. Concrete maatregelen tegen het zogenoemde ‘supermarktscenario’ bleven echter uit. Precies de vraag die Connolly in Michigan stelt: dacht iemand na over de economische gevolgen? Of ging het alleen om zo veilig mogelijk experimenteren?
Ook thuiskwekers voelen de klem
De ironie wordt groter als je kijkt naar thuisteelt. CNNBS rekende zelf al eens voor dat zelfgekweekte topkwaliteit nog geen twee euro per gram hoeft te kosten, een fractie van de coffeeshopprijs. Toch blijft thuisteelt in Nederland grotendeels verboden, terwijl een handvol grootschalige, kapitaalkrachtige kwekers wél een vergunning kreeg.
Diezelfde afweging speelt in Duitsland. De niet-commerciële Anbauvereinigungen (cannabisclubs) zijn er sinds 2024 toegestaan, en ruim 430 clubs kregen inmiddels een vergunning. Populaire clubs zitten echter snel vol, met wachtlijsten van maanden voor nieuwe leden tot gevolg. Het kweken van legale wiet blijft dus, net als in Michigan en Nederland, vooral een kwestie van op tijd en met genoeg kapitaal binnenkomen.
Wie profiteert er?
Connolly’s slotconclusie past naadloos op de Nederlandse situatie: de cultuur won niet zomaar omdat de plant legaal werd, ze werd overgenomen. Precies de coffeeshops en thuiskwekers die decennialang het risico droegen en de cultuur levend hielden, staan nu met lege handen terwijl buitenlands kapitaal binnenstroomt.
Dat betekent niet dat legalisering verkeerd was, of dat de wiet slechter wordt. Maar de vraag die zowel Bax als Bergman stellen, verdient een antwoord van politiek Den Haag: is dit de markt die we wilden, of gewoon de markt die toevallig ontstond?








































































