- Bloeien, strekken en stekken met Dokter Groen
- Willies buitenkweek avontuur: Gorilla Automatic & Sticky Fingers
- Column • Temper de ‘THC race’ in wietsoorten
- Wietplanten perfect water geven met een weegschaal
- De 10 populairste wietsoorten van Nederland 🥦
- Onderzoek: geluid van regen helpt zaadjes sneller ontkiemen
Onderzoek: wietplanten kiezen zelf hun eigen bacteriën

Je wietplant doet iets opmerkelijks onder de grond: ze kiest actief welke bacteriën ze toelaat in haar wortels. Niet willekeurig, maar op basis van haar genen. En die keuze blijkt ook nog grote gevolgen te hebben voor de kwaliteit van je oogst. Heb je als kweker dan helemaal geen invloed meer? Gelukkig wel, lees maar mee. 🦠
Je darmen worden ook wel je tweede brein genoemd. Dat klinkt als de openingszin van een wellness-podcast die je nooit zou beluisteren, maar de wetenschap is er ondertussen behoorlijk serieus over. De afgelopen jaren stapelt het bewijs zich op: de biljoenen bacteriën in je darmen doen veel meer dan je eten verteren.
Je darmflora produceert neurotransmitters zoals serotonine, die je gedrag sterk beïnvloeden. Maar liefst 90% van alle serotonine in je lichaam wordt zelfs in je darmen aangemaakt, en niet in je hoofd. Via de nervus vagus, een lange zenuw die van je buik rechtstreeks naar je hersenen loopt, communiceren darmbacteriën voortdurend met je brein. Ze beïnvloeden je humeur, je stressniveau en zelfs je slaap. Geen wonder dat wetenschappers je darm ook wel je tweede brein zijn gaan noemen.
Maar dit verhaal gaat niet over jou. Het gaat over je wietplanten. Want ook planten onderhouden een innige, actieve relatie met de bacteriën in hun omgeving. En wietplanten, zo blijkt uit een reeks fascinerende onderzoeken, zijn daarin opmerkelijk kieskeurig…
Bacteriën: de oudste bewoners van aarde
Om te begrijpen hoe bijzonder dit is, helpt het om even terug te gaan in de tijd. Ver terug. De oudste fossiele sporen van bacteriën die we kennen zijn zo’n 3,8 miljard jaar oud. Ze werden gevonden in gesteenten in het noorden van Canada. Ter vergelijking: de eerste dinosaurussen verschenen pas 230 miljoen jaar geleden.
Bacteriën waren er honderden miljoenen jaren voordat er ook maar één meercellig organisme rondkroop op aarde. Ze hebben ijstijden, meteorieten en massa-extincties overleefd. Ze leven in kokendheet vulkanisch water, in de stratosfeer en in de diepste oceaantrechten.
De vraag of bacteriën ‘bewust’ zijn, in de zin zoals wij dat woord gebruiken, is wetenschappelijk nog onbeantwoord. Maar dat ze reageren op hun omgeving, communiceren via chemische signalen en complexe samenwerkingsverbanden aangaan, staat buiten kijf. Ze zijn in elk geval veel beter in overleven dan wij.

Hoe diverser het microbioom hoe beter. Maar de plant kiest zelf wat er binnenkomt. Foto: Shutterstock
Wat we al wisten: bodemleven breekt af en bouwt op
Dat de bodem leeft, is voor organische (biologische) kwekers geen nieuws. Schimmels, bacteriën, nematoden, springstaarten vormen samen een ecosysteem, dat organisch materiaal afbreekt en omzet in mineralen die planten kunnen opnemen. Mycorrhiza-schimmels vormen netwerken rond wortels, en vergroten het opnamevermogen van fosfaat en water. Dat is allemaal goed gedocumenteerd, en de reden waarom biologisch telen op levende aarde al jaren aan populariteit wint.
Maar er zat altijd een veronderstelling in dat plaatje. Namelijk dat de plant een passieve ontvanger zou zijn. De bodem levert, de plant pakt. Althans, dat dáchten we maar die aanname blijkt te simpel.
🔬 Wat is de rhizosfeer? De rhizosfeer is een bescheiden zone rondom de wortels van een plant, waar bodem en wortel elkaar raken. Deze zone bevat tien tot honderd keer meer bacteriën dan de omringende bodem. Ze worden aangetrokken door suikers en andere stoffen die de wortel uitscheidt.
De plant bepaalt zelf wie er binnenkomt
In 2014 publiceerde een team van onderzoekers van onder andere het Argonne National Laboratory en de Universiteit van Chicago een baanbrekende studie in PLOS One. De studie ging over het microbioom van vijf verschillende cannabisrassen: Bookoo Kush, Burmese, Maui Wowie, White Widow en Sour Diesel. De onderzoekers analyseerden de bacteriepopulaties in de bodem buiten de rhizosfeer, binnen de rhizosfeer zelf, en in de endorhiza, het innerlijke wortelweefsel van de plant zelf.
De conclusie was opvallend: elk van de wietsoorten had een significant andere bacteriegemeenschap in zijn wortels, ook al groeiden ze in dezelfde grond. De bodem bepaalt welke bacteriën er beschikbaar zijn, maar de plant bepaalt welke daarvan ze toelaat in haar wortels. De selectie aan bacteriën is genetisch bepaald. Wietplanten kiezen dus actief, via chemische signalen vanuit de wortel, wat (of beter: wie) er wel en niet naar binnen mag.
Een belangrijke keuze
Dat roept de voor de hand liggende vraag op: maakt het dan ook uit, welke bacteriën er binnenkomen? Een reviewstudie uit 2021 van de Universiteit van Montreal, gepubliceerd in het Journal of Cannabis Research, concludeert van wel. Bacteriën in en rondom de wortels beïnvloeden de opname van voedingsstoffen, maar ook de productie van secundaire metabolieten. En dat zijn precies de stoffen waar wij als kwekers en consumenten het meest om geven: cannabinoïden en terpenen.
De onderzoekers stellen dat gerichte manipulatie van het bodem-microbioom, bijvoorbeeld door toevoeging van bacteriestammen uit bosgrond, de cannabinoïde-opbrengst kan verhogen en de verhouding tussen THC en CBD kan beïnvloeden. Het zijn veelbelovende bevindingen, al benadrukken de onderzoekers wel dat er meer onderzoek nodig is om dit mechanisme volledig te begrijpen.
🌱 Zaad of stek? Een studie uit 2024 (Dumigan & Deyholos, Frontiers in Plant Science) laat zien dat niet alleen de grond, maar ook het zaad zelf bacteriën meebrengt die in symbiose leven met de plant. Zaailingen hebben daardoor een ander startmicrobioom dan stekken van dezelfde moederplant. Weer een reden om goed na te denken over de aloude vraag: zaad of stekken?
Zaadplanten dragen hun eigen microbioom al bij zich in het zaadje.
Foto’s: Shutterstock
Wat betekent dit voor jou als kweker?
De wetenschap is hier nog volop in ontwikkeling, en niemand kan je nu vertellen welke exacte bacteriestam je hoeveel extra procent terpenen oplevert. Maar de richting is duidelijk genoeg om een paar praktische conclusies te trekken.
Werk met levende bodem. Steriliseer je potgrond niet, en gebruik geen fungiciden of bactericiden. Je vernietigt daarmee precies de gemeenschap die je plant wil opbouwen. Compostthee, mycorrhiza-inoculanten en wormenhumus zijn geen hippy gimmicks. Ze zijn een bewuste aanvulling op het microbioom dat je plant nodig heeft.
Hergebruik aarde met beleid. Gebruikte aarde bevat een rijke bacteriepopulatie, maar ook mogelijke ziekteverwekkers. Revitaliseer hergebruikte aarde met compost en mycorrhiza, en geef het microbioom de kans zich te herstellen voor je opnieuw plant.
Denk na over de wietsoort. Omdat elke strain dus zijn eigen bacterieselectie maakt, reageert het ook anders op dezelfde bodem. Een ras dat goed gedijt in een rijke, biologische aarde hoeft dat in een uitgekiend hydrosysteem of kokos niet per se ook te doen – en vice versa. Het microbioom is onderdeel van de genetische uitdrukking van je plant.
Bosgrond als geheim wapen?
De Montréal-studie suggereert dat diversiteit van bacteriestammen, zoals je die bijvoorbeeld vindt in bosgrond, de cannabinoïdeproductie positief kan beïnvloeden. Sommige kwekers mengen al jaren een handvol bosgrond door hun potmix. De wetenschap begint nu te begrijpen waarom dat misschien werkt.
Let wel op de risico’s: Hoewel de diversiteit van bosgrond waardevol is, waarschuwen onderzoekers ook voor ongecontroleerde factoren. Verse bosgrond kan ongewenste gasten bevatten, zoals schadelijke schimmels, insecteneitjes of bodemplagen (zoals wortelluis), die in een gecontroleerde kweekomgeving sneller een probleem kunnen vormen dan in de vrije natuur. Probeer het dus eerst maar eens bij je buitenwiet.
💡 De link met je eigen darmen Net zoals jij een gezonder microbioom opbouwt door gevarieerd te eten, bouw je een gezonder plantenmicrobioom op door een gevarieerde, levende bodem te gebruiken. Monoculturen – in de darmen én in de pot – leiden tot verarming. Diversiteit is de sleutel.
Foto: Shutterstock
We staan nog aan het begin van het begrijpen van deze relatie tussen mens, dier, plant en bacteriën en schimmels. Maar één ding is duidelijk: de wietplant is geen passieve consument van wat je haar geeft. Ze is een actieve deelnemer in een microbieel netwerk dat al miljarden jaren bestaat – lang voordat wij er überhaupt waren om het te bestuderen.








































































