(advertentie)
(advertentie)
(advertentie)

Terwijl coffeeshops hun spreekwoordelijke koppen al decennia onder het maaiveld houden – om hun fel begeerde vergunning maar niet te verliezen – duiken vergunde experimentkwekers overal op in mainstream en sociale media. Maar is dat vooruitgang? Volgens jurist Kojo Koram moeten we juist nú scherp zijn over de inrichting van het nieuwe drugsbeleid. De beslissingen van vandaag liggen er over twintig jaar nog.

De vraag of drugs gelegaliseerd moeten worden, is eigenlijk al achterhaald. In Canada, Uruguay, Duitsland en steeds meer Amerikaanse staten is cannabis al legaal. Australië legaliseerde psilocybine en MDMA voor medisch gebruik. Zelfs Donald Trump tekende een decreet om onderzoek naar psychedelica te versnellen. Of moeten we zeggen juist Donald Trump? 

Hoe legaliseer je (soft)drugs?

Koram schetst in de Tegenlicht-aflevering Na de war on drugs hoe het wereldwijde drugsverbod diep geworteld is in racisme en geopolitiek, en niet in volksgezondheid. Cannabis, opium en cocaïne werden tijdens het Europese imperialisme gewoon als handelswaar behandeld – net als koffie, tabak en suiker.

De morele paniek kwam pas later, aangedreven door de VS, die andere landen via sancties dwong mee te doen. Het resultaat: er zijn bijna 2,5 miljoen mensen wereldwijd vastgezet voor kweken, gebruiken of verkopen, terwijl verslavings- en sterftecijfers bleven stijgen.

Vier modellen

Nu het verbod wereldwijd begint te barsten, ziet Koram een nieuw gevaar opdoemen: de markt grijpt zijn kans. In Canada groeide de cannabismarkt na legalisering met 76 miljard dollar. Op de beurs zijn cannabis-ETF’s te koop. Op Instagram zie je cannabisreclame. En bij psychedelische therapie in Australië of de VS zijn de behandelingen al zo duur dat ze voor gewone mensen onbetaalbaar zijn – terwijl kleine biotechbedrijven zich er rijk aan patenteren. Dat is geen toevallige bijwerking – dat is het model.

Koram loopt vier opties langs. Uruguay koos voor staatsapotheken: cannabis onder toezicht van de overheid. De VS koos grotendeels voor het puur commerciële model – en produceerde inmiddels al een cannabismiljardair, aldus Forbes.

New York probeerde een tussenvorm met sociale gelijkheid als uitgangspunt: belastingopbrengsten gaan naar zwaarder gecontroleerde wijken, en de helft van de vergunningen is gereserveerd voor mensen die eerder zijn vastgezet voor drugsmisdrijven. En dan is er nog het coöperatieve model uit Catalonië, dat ook in Duitsland als blauwdruk dient: geen commerciële winkels, maar gemeenschappen die samen hun eigen wiet kweken en kennis delen.

Nu scherp zijn op cannabis legalisering

In Nederland lopen de eerste vergunde telers inmiddels rond in talkshows, terwijl coffeeshophouders nog steeds niet hardop mogen zeggen waar hun wiet vandaan komt. Dat is geen kleinigheid – dat is een signaal over hoe de overheid de toekomstige markt wil inrichten.

Koram waarschuwt: zodra vergunnings- en belastingstructuren eenmaal zijn vastgelegd, zijn ze bijna onmogelijk te veranderen. Er bestaat nu nog een uniek venster om keuzes te maken die de markt eerlijker, gezonder en duurzamer maken. De vraag is alleen of we dat venster ook gebruiken…