(advertentie)
(advertentie)
(advertentie)

Nog een paar maanden en dan kun je weer gaan zaaien en voorgroeien voor het buitenwietseizoen. Als je dat goed doet scheelt dat het halve werk. Een wietplant die een goede start heeft gehad, zal namelijk ook een vitaler leven leiden en uiteindelijk een betere oogst opleveren.

Het is bekend dat naast de genetica, de omstandigheden waaronder je het opgroeit, bepalen hoe een wietplant zich gaat ontwikkelen. Dit houdt dus in dat je uit kostbaar zaad met topgenen toch nog vreselijke slechte planten kunt kweken. Simpelweg door een belabberde start, en dat willen we natuurlijk voorkomen!

Bij een slechte start zie je vaak lange dunne zielige plantjes opgroeien, die niet in staat zijn grote buds te produceren. Met stekken is dit probleem iets minder groot omdat een deel van de kweek in dat geval al door de stekkenboer is gedaan. Wanneer je met zaden gaat kweken, dan heb je het gehele kweekproces in eigen hand, en dat is zeer leerzaam. Erg belangrijk zijn de eerste levensweken van je plantjes. Op een zwak fundament kun je geen zware constructie bouwen, en dat geldt in feite ook voor wietplanten.

wietplanten opgroeien start ontkiemen wietzaden

Jonge wietplanten groeien uitstekend onder TL balken of spaarlampen. Foto: Xela Person, Shutterstock

Licht

We moeten de zaailingen zodra ze boven de grond komen daarom direct van voldoende licht voorzien, daarmee leggen we een goed fundament. TL buizen of spaarlampen met kleur code 33, 840 (Philips kleurcodes) of 640 (Osram) zijn hiervoor geschikt mits je er genoeg van dicht op elkaar plaatst zoals je hier ziet.

Jonge plantjes kunnen gedurende de groeiperiode onder dit (witblauwe) licht staan. Daarna is het verstandig om op ander licht zoals bijvoorbeeld een HPS (High Pressure Sodium) kweeklamp of een daarvoor bestemde LED kweeklamp over te stappen. Of je kunt je jonge wietplanten vanaf april/mei naar buiten verhuizen. Als gevolg van het intense licht van de CFL lampen zien jonge zaailingen er na 2 weken ongeveer zo uit:

Een zaailing zou na twee weken ongeveer dit formaat moeten hebben.

Water

Een jonge zaailing drinkt nog niet zoveel water. Hierdoor geven veel hobbykwekers al snel te veel. Om dit te voorkomen, kun je je wietplanten het beste in een klein potje laten ontkiemen. Ongeveer ter grote van een koffiebekertje. Dat maakt het makkelijker om op maat te bewateren. Geef je een keer te veel dan is het nog geen probleem want het kleine potje met aarde is snel weer droog. Verpot je plant steeds naar een iets groter potje als ze daaraan toe is. Op deze manier krijgt ze ook steeds wat nieuwe aarde en daarmee dus voldoende meststoffen.

Lucht

Wietplanten hebben ook voldoende lucht nodig. En niet alleen dat, maar ook een licht briesje waarin ze zachtjes heen en weer bewegen. Deze beweging zorgt voor een goede ontwikkeling van de stammen, die daardoor steeds dikker en steviger zullen worden. De luchtbeweging zorgt voor stevige stammen en daarmee een gezonde sapstroom, terwijl CO2 uit de lucht zorgt voor een optimale stofwisseling (fotosynthese).

Zet je planten in beweging met een briesje, liefst van een zwenkventilator.

Temperatuur

Wanneer je wietplanten voor buiten opkweekt, en je doet dit bijvoorbeeld al in maart, dan heb je rond halverwege april/mei een voorsprong wanneer ze naar buiten kunnen. Je moet er dan wel tijdens de eerste maand buiten, voor zorgen dat de temperatuur niet te laag wordt. Is het onder de 10 graden buiten, haal de jongedames dan even naar binnen, want dat is te koud.

Kweeklampen zorgen al voor enige warmte. Maar wanneer je je zaailingen bijvoorbeeld in een onverwarmde schuur zet, kan het ook te koud voor ze worden. Een zaailing die te koud staat, zal maar heel langzaam groeien, of als je het echt te gek maakt helemaal niet groeien. Zorg dus voor een aangename temperatuur. Als jij het aangenaam vind is de kans groot dat de zaailing het ook prima naar de zin heeft. De temperatuur zou in ieder geval binnen, minimaal 20 graden moeten zijn (en onder de 28 graden).

[Openingsfoto: ElRoi, Shutterstock]
(advertentie)