(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Een goed begin is het halve werk, en dat gaat zeker ook op voor het kweken van (wiet)planten. In de eerste fase van het leven van een plant wordt namelijk het fundament gelegd dat later voor de ontwikkeling van de zo gewilde toppen zal zorgen. En hoe beter dat fundament, hoe beter de toppen zich kunnen ontwikkelen. Capiche?

Direct na het ontkiemen van een wietzaadje begint het peuterplantje met het opbouwen van de structuur van de plant. Eerst komen de lob blaadjes uit het zaadje, dan het eerste setje 1-vingerige gekartelde blaadjes, het tweede setje blaadjes, de eerste zijscheuten, enzovoorts enzovoorts. Het maakt niet uit welke wietsoort je kweekt, deze opbouw gaat in het begin altijd min of meer volgens hetzelfde bouwplan.

ontwikkeling1

Zodra de eerste groene blaadjes uit het zaadje komen, beginnen ze meteen met het absorberen van licht voor de fotosynthese. Dit is de motor van je plant, hij loopt voornamelijk op licht, maar ook op water, meststoffen en CO2. Het is daarom dus belangrijk dat je een ontkiemd zaadje niet te lang tussen natte watjes laat zitten, maar in de grond stopt en van licht voorziet. Dat zaadje kan niet eeuwig op eigen kracht groeien!

ontwikkeling2

hemp

Voor de duidelijkheid een wietplant zonder zijtakken. Ze heeft 9 nodes en 9-vingerige bladeren en oogt heel gezond

Nadat de niet gekartelde lobblaadjes hun werk hebben gedaan, groeit het eerste setje gekartelde blaadjes, deze hebben als enige maar 1 vinger. Dan volgt het tweede setje, deze blaadjes hebben drie vingers, het volgende setje hebben er vijf, en daarna zeven. Het aantal vingers per blad kan oplopen tot negen, en heel soms wel tot dertien. Sommige soorten maken, mits ze voldoende groeitijd krijgen, van nature meer vingers aan, zoals de meeste sativa’s. Een plant die voor haar doen veel bladvingers aanmaakt heeft het in de regel goed, het is een teken dat ze gezond is.

Na een week of drie zou een opgroeiende wietplant vijf tot zes nodes moeten hebben, uit de nodes groeien de zijtakken en de bladeren. De zijtakken beginnen zich nu ook te ontwikkelen.

Zorg ervoor dat wietplanten in de groeifase een stikstofrijke voeding krijgen. Organische mest zoals vleermuizenmest of beendermeel bevatten veel stikstof en kun je prima gebruiken in de groeifase van een wietplant. Je kunt natuurlijk ook een kant-en-klare groeivoeding gebruiken. Kijk uit dat je ze niet teveel geeft, let extra goed op wanneer je met minerale voeding werkt. Deze voeding is helder van kleur en stinkt in tegenstelling tot de meeste organische voedingstoffen niet.

Wanneer je planten nog klein zijn hebben ze logischerwijs ook nog niet zoveel voeding nodig. Een globale richtlijn is een EC waarde van 1 tot de plant ongeveer vier nodes heeft gekregen. Daarna kun je de EC waarde opvoeren tot 1,4. Als de plant later ook wat zijtakken heeft gevormd kun je de voedingswaarde verder opvoeren naar 1,8. Blijf altijd goed naar de wietplant kijken om te zien of ze niet teveel voeding krijgt of juist te weinig. Aan de bladeren zul je eventuele voedingsfouten het eerst ontdekken.

Groei ze!

(advertenties)