(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Wie binnen voor eigen gebruik wiet wil kweken, die heeft daarvoor opties genoeg. Compleet ingerichte kweektenten of onze eigen CNNBS kweekkasten voorzien je planten van een uitstekende leefomgeving. Alleen waar laat je de warme afgevoerde lucht als je planten er klaar mee zijn? Vijf opties voor de hobbyist.

Een kweekruimte hoef je tegenwoordig allang niet meer zelf te bouwen. Kweektenten en kweekkasten zijn er in allerlei vormen en maten en bieden een kant en klaar oplossing voor iedere hobbykweker. Ze bevatten alle benodigde apparatuur om verse lucht aan te voeren, en warme gebruikte lucht af te voeren. Alvorens het eerst te filteren met een koolstoffilter zodat je niets van je groene hobby ruikt.

Maar hoewel gebruikte lucht dankzij het koolstoffilter niet meer naar wiet ruikt, is het nog wel vochtige en warme lucht. Die kun je dus ook niet zomaar even in een niet geventileerde leefruimte blazen. De warmte en het hoge vochtgehalte in de lucht maakt je leefomgeving namelijk behoorlijk onprettig. Dat niet alleen maar het kan je huis ook serieus ongezond maken, en in het ergste geval zelfs voor zwarte schimmel zorgen. Het is dus belangrijk om lucht naar buiten af te voeren als je planten er klaar mee zijn, en daar zijn verschillende opties voor.

Optie #1: Een open raam

De eerste optie is zeker niet de allerbeste maar wel de makkelijkste en meest gebruikte manier om gebruikte lucht af te voeren. Eigenlijk is het niet eens afvoeren van lucht, maar gewoon ventileren van de ruimte waarin je kweekkast of kweektent staat. Dit kan een goede oplossing zijn voor de kleine kweekruimtes zoals de CNNBS G-Kit maar komt helaas ook met een aantal nadelen.

Een raam dat altijd een stukje open staat is op zich al een nadeel omdat het de temperatuur in de ruimte sterk beïnvloedt. Is het buiten erg heet of koud dan is het binnen al net zo wisselvallig qua temperatuur. Een open raam is dus eigenlijk alleen een optie als je zelf niet in de ruimte leeft, zoals een extra kamer of wasruimte. Verder is een open raam niet erg discreet, en een open raam dat direct naar een kweektent of -kast leidt daarom misschien niet zo’n goed idee.

Aan de andere kant biedt een open raam wel een eenvoudige oplossing die je kunt toepassen zonder te hoeven timmeren. Bijna iedere kamer heeft wel een raam dat open kan, en als die geen directe kijk op je kweektent of -kast biedt, en van buiten niet gemakkelijk bereikt of gezien wordt kan het een goede optie zijn.

De meest eenvoudige oplossing: een open raam. Foto: quadshock, Shutterstock

Optie #2: Passieve ventilatie

Een open raam is eigenlijk ook een vorm van passieve ventilatie maar daarvoor hoef je niet altijd een raam te gebruiken. (Bestaande) passieve ventilatie openingen bieden een discretere en daarmee veiliger optie van passieve ventilatie. Veel ruimtes in huis, zoals kelders en zolders, zijn al voorzien van passieve ventilatiekanalen. Om daarvan gebruik te maken heb je twee opties.

Het eenvoudigste is om je kweekkast of kweektent direct in een ruimte met een passieve ventilatie te zetten. Met het oog op de temperatuur is het echter beter om je kweekruimte in een naastgelegen kamer te plaatsen, en de lucht in de passief geventileerde ruimte af te voeren via een slang. Verzeker je er echter wel van dat de passieve ventilatie voldoende lucht afvoert, om geen last van schimmels of overmatige warmte te krijgen. Is dit niet het geval, dan moet je de passieve ventilatie wellicht een handje helpen met een extra afzuiger. En dat brengt ons meteen bij de derde optie.

Passieve ventilatieroosters vallen niet op en zijn prima voor kleine kwekers. Foto: Lost_in_the_Midwest, Shutterstock

Optie #3: Actieve ventilatie

Als je geluk hebt, dan beschikt jouw huis over een ruimte met een actieve ventilatie. Badkamers hebben vaak een actieve afzuiger die lucht direct naar buiten blaast, maar we raden je niet aan om in je kweektent in je badkamer te zetten. Er zijn soms echter ook andere ruimtes met een actieve afzuiging, zoals waskamers waar je je was te drogen hangt. Soms zijn wasdrogers ook aangesloten op zo’n actieve ventilator, die je kunt splitten zodat je er ook je kweektent of -kast op kunt aansluiten. Let dan wel op dat warme vochtige lucht van je wasdroger niet in je kweekruimte kan blazen.

Een actieve ventilator kun je natuurlijk ook zelf maken. Je hebt dan wel een opening naar buiten nodig zoals een bestaande passieve ventilatie, of door die zelf te maken. Sluit er een (badkamer) afzuiger op aan en je hebt een actief ventilatiekanaal.

Bestaande actieve ventilatie is ideaal voor binnentuinders. Foto: Andrey Sayfutdinov, Shutterstock

Optie #4: Raamafdichting voor airco’s

Hoewel ze niet speciaal voor binnentuintjes bedoeld zijn, kun je een kweektent of kweekkast er wel op aansluiten: raamafdichting kits voor mobiele airconditioners. Zo’n kit zorgt waarschijnlijk ook voor minder argwaan dan een open raam, omdat ze ook voor wasdrogers en airco’s vaak gebruikt worden.

Je moet wellicht wat aanpassingen doen om de kit op de afzuiger van je kweekruimte aan te sluiten maar dan heb je wel een goede directe afvoer van je gebruikte lucht. Dat de lucht warm is valt ook niet enorm op, aangezien de lucht uit een wasdroger of airco dat ook is. Zorg er alleen wel voor dat je je koolstoffilter op tijd vervangt, want dat ruik je zelf niet meer als je de lucht direct naar buiten afvoert.

Een raamafdichting kit voor mobiele airco’s valt niet erg op en is makkelijk aan te sluiten.

Optie #5: Een raam zelf aftimmeren

In plaats van gebruik te maken van een raamafdichting voor airco’s kun je tenslotte ook zelf een raam aftimmeren. Dit heeft als voordeel dat het aan de buitenkant niet zo opvalt en van een afstandje lijkt op een verduisterd raam.

Om een raam af te timmeren neem je een stuk multiplex van het formaat van je raam dat je zwart verft. Zet het raam op een kier en maak een gat in het triplex om je luchtafvoer op aan te sluiten. Bevestig de plaat tegen het raamkozijn en sluit je afvoer aan. Gordijntjes aan de buitenkant maken de oplossing nog discreter en houden het afvoerkanaal uit het zicht. Zo heb je een afvoer die weinig geluidsoverlast veroorzaakt en niet opvalt.

[Openingsfoto: Pavlovska Yevheniia, Shutterstock]
(advertenties)