(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Veel thuiskwekers kweken wietplanten uit zaadjes maar stekken kunnen vele malen beter zijn. Een stek heeft gegarandeerde eigenschappen, stekken gaan sneller in bloei en stekken zijn homogeen en dus allemaal hetzelfde. Goede stekken zijn echter lastig te krijgen en dus kun je ze het beste zelf maken van je eigen moederplant.

Stekken bieden de thuiskweker inderdaad grote voordelen. Ze zijn genetisch gelijk, hebben gegarandeerde kwaliteiten, zijn 100% vrouwelijk en kunnen in feite meteen in bloei omdat ze al volwassen zijn. Stekken kun je alleen lastig krijgen en als je ze koopt hebben ze vaak al last van ongedierte. Je kunt ze dus beter zelf maken van je eigen moederplant. Maar hoe kies je zo’n moederplant, en hoe hou je een moederplant lang in leven, zonder dat ze letterlijk de tent uit groeit?

Het kweken en in stand houden van sterke, vitale moederplanten vereist geduld, toewijding en een tweede maar eenvoudige kleine kweekruimte. Maar dan moet je natuurlijk wel eerst een moederplant selecteren.

Een moederplant selecteren

Een goede moederplant moet altijd gezond, krachtig en vitaliteit zijn. Daarnaast heb je natuurlijk je eigen voorkeuren, zoals smaak en aroma, opbrengst en natuurlijk het effect. Als je dit soort secundaire aspecten echter belangrijker maakt dan kracht en vitaliteit, dan krijg je daar waarschijnlijk later spijt van. Kies daarom planten die aan al je wensen voldoen maar die ook zeker gezond, krachtig en vitaal zijn.

Moederplanten moeten eigenlijk extra sterk en gezond te zijn want ze moeten steeds opnieuw goede klonen produceren. Goede moeders kunnen wel tien jaar of ouder worden (er schijnen zelfs 35 jaar oude moederplanten te zijn die het nog steeds goed doen).

moedertjes

Moederplanten hoeven niet enorm groot te zijn. Deze twee kleine dames leveren ook uitstekende stekken.

Of een moederplant aan al je wensen voldoet, weet je pas nadat je de plant hebt laten bloeien en haar toppen hebt geproefd. Als je uit een aantal zaden een moeder wil selecteren, dien je dus van iedere plant een stek te maken en die allemaal in leven te houden tot alle planten klaar zijn. Geef iedere stek een label zodat je weet welke plant erbij hoort. Sommige kwekers menen dat je beter geen gefeminiseerde zaden kunt gebruiken voor een moederplant, in verband met een hoger risico op hermafrodiete planten later.

Jonge moederplanten

Nadat je een moederplant hebt gekozen, is het belangrijk om die meteen op de juiste manier te verzorgen, voor een lang en productief leven. Als je moeders uit stekken hebt, geef ze dan alleen water totdat ze duidelijk beginnen uit te lopen. Als je potentiële moeder uit een zaadje komt kun je beter wachten met voeding geven totdat de eerste echte bladeren zijn ontstaan.

Zodra je planten nieuwe groei produceren, kun je beginnen met een kwart of halve dosis groeivoeding. Een lagere dosis voeding zorgt ervoor dat je moederplant niet te snel groeit, maar toch internodes produceert die lang genoeg zijn om stekken van te maken. Zolang je moederplant groen blijft heeft ze genoeg voeding, als ze te licht van kleur wordt, kun je wat meer groeivoeding toedienen.

Gewoonlijk is een standaard vegetatief groeimiddel voldoende om je moeders gezond te houden. Microrhizomen en wortelstimulatoren kun je in aarde vanaf dag één gebruiken. Ze stimuleren de jonge planten en versterken het bodemleven in de aarde. En natuurlijk dient de lichtcyclus constant te blijven op 18 uur licht per etmaal. Je hebt goed wit licht (full spectrum) met blauwtonen nodig. Dit lijkt op het natuurlijke daglicht in de lente, en stimuleert de aanmaak van nieuwe bladeren en vertakkingen.

Voeding voor moeders

Je volwassen moederplanten hebben voldoende voeding nodig om gezond te blijven, en steeds nieuwe stekken (takken) te produceren. De NPK-verhouding moet bovendien worden geperfectioneerd voor optimale vegetatieve groei en takvorming. Voor vegetatieve groei is veel stikstof van groot belang. Andere belangrijke voedingsmiddelen zijn calcium, dat de hormoonbalans in evenwicht houdt, en magnesium, dat niet alleen fotosynthese stimuleert maar ook de productie van suikers die essentieel zijn voor de groei.

Naast het zorgen voor de basale aanwezigheid van macro- en microvoedingsstoffen en een goede balans daarvan, zijn er allerlei andere aanpassingen waarmee je de algehele gezondheid en vitaliteit van de plant kunt bevorderen en de takvorming kunt stimuleren.

Een enorme moederplant van een commerciële kweker. Thuiskwekers halen meer dan genoeg stekken van een veel kleinere moederplant. Foto: FGunn, Shutterstock

Blijf snoeien, ook als je geen stekken nodig hebt

Hoe en hoe vaak je je moederplant gaat snoeien hangt af van de snelheid waarmee ze nieuwe takken aanmaakt. Deze takken worden soms je nieuwe klonen maar het is belangrijk om je moederplant regelmatig te snoeien, dus ook als je even geen stekken nodig hebt. Het is dus belangrijk om je moeders regelmatig te snoeien, en dat ook gericht te doen. Op die manier produceren ze het maximum aan gezonde, vitale nieuwe takken.

Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat je moeders kort en struikachtig blijven in plaats van lang en slank. Om dit te bereiken moet je regelmatig de bovenste toppen van je moeders verwijderen. Deze zogeheten apicale scheuten produceren namelijk auxine dat zich via de scheuten omlaag naar de wortels verplaatst. Onderweg remt dat de groei van extra toppen en takvorming in de breedte. Wanneer de apicale takken worden verwijderd, zakt het auxineniveau en kunnen de lagere takken zich ongehinderd in de breedte ontwikkelen. De aanwezigheid van cytokinine zorgt er in deze fase bovendien voor dat de apicale dominantie zich verplaatst naar de breedtetakken, waardoor die sterker groeien.

[Openingsfoto: Sabrina Calderon, Shutterstock]
(advertenties)