(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Wanneer wiet kweken legaal was, zou iedereen daar waarschijnlijk stekken voor gebruiken. Stekken zijn namelijk genetisch 100% gelijk, altijd vrouwelijk en toch niet gefeminiseerd. Je hebt er alleen een extra kweekruimte en moederplanten voor nodig, of toch niet..?

Met een maximum van vijf gedoogde – ahum – wietplanten wordt het lastig om er nog een paar stekken en moederplanten bij te hebben. Maar met een beetje inventiviteit en een paar groene vingers kun je ook zonder een moederplant je eigen stekken maken. Zo doe je het.

Stekken zonder moeders

Om stekken te maken heb je dus niet per se moederplanten nodig, maar wel een kleine extra kweekkast of tent om je stekken in te laten wortelen en te laten groeien onder 18 uur licht. Een kleine kweekkast ter grote van een keukenkastje is al voldoende.

Om op deze manier stekken te maken, gebruik je je gewone af te bloeien planten als surrogaat moeders. Je snijdt de stekken van de planten wanneer deze nog in de groeifase staan, vlak voordat je de bloeifase in laat gaan. Combineer het snijden van de stekken met lollypoppen en sla twee vliegen in één klap. Kies de onderste takken om je stekken van te maken. Deze takjes prima geschikt om stekken van te maken en leveren bovendien toch niet veel wiet op. Sterker nog, de hoger gelegen toppen zullen meer energie krijgen zonder de onderste takken.

stekje

Het principe van stekken maken blijft ook zonder moederplant hetzelfde.

Temperatuur & luchtvochtigheid

Het maken van stekken kan voor beginnende kwekers wat intimiderend en moeilijk overkomen, maar is in feite vrij gemakkelijk. Het draait voornamelijk om de juiste temperatuur en de juiste luchtvochtigheid. Als je die twee factoren goed hebt, kan er niet veel misgaan. Zorg er ook voor dat je het stekblokje of de stekaarde niet al te nat maakt. Zeker in het begin wanneer je stek toch nog geen enkel worteltje heeft, doet een te nat stekblokje meer kwaad dan goed. Bevochtig je stekblokje en knijp hem daarna dus even uit voor je het stekje erin plaatst.

Probeer de temperatuur in je stekruimte tussen de 23 en 26 graden te houden en gebruik een propagator om de luchtvochtigheid hoog te houden

Probeer de temperatuur in je stekruimte tussen de 23 en 26 graden te houden en gebruik een propagator om de luchtvochtigheid hoog te houden. Gebruik zogezegd alleen jonge groene takjes, want oudere verhoutte takken zullen niet snel aanslaan. Snijd je stek met een schoon en vlijmscherp mesje zoals een glaskrabbertje of een stanleymes, schuin af onder een hoek van ongeveer 45 graden. Neem een takje van ongeveer 10 centimeter en snijd de stek een centimeter of 2, 3 onder een node (vertakking). Verwijder de onderste bladeren met je scheermes om teveel verdamping van vocht te voorkomen.

Een gezond en geworteld stekje klaar om in de aarde te worden gepoot. Foto: Eric Limon, Shutterstock

Doop de onderkant van je stek tot ongeveer 3 centimeter in de stekkengel of maak het even nat, schud het overtollige water eraf en haal het vervolgens door je stekpoeder (verkrijgbaar bij alle tuincentra). Zorg ervoor dat het stekblokje vochtig is, maar zeker niet drijfnat. Steenwolblokjes dien je voor gebruik even aan te zuren, dit doe je door de pluggen eerst 24 uur in water met een pH waarde van 5.0 te laten liggen.

Je stekken zijn amputaties en hebben rust en hersteltijd nodig, het beste wat je kunt doen is ze met rust laten. Niet aanraken en niet steeds kijken of je al wortels ziet dus

Maak met een pen een gaatje in het stekblokje dat ruim genoeg is, en prik je stekje hier voorzichtig in, niet forceren! Laat de bovenste twee schutbladeren en het topje aan je stek zitten en knip eventueel de bladpuntjes van de schutbladeren als ze erg groot zijn. Dit voorkomt dat ze teveel vocht verliezen door verdamping. Zet je stekken in de propagator onder 18 uur licht en behandel deze als een couveuse. Je stekken zijn amputaties en hebben rust en hersteltijd nodig, het beste wat je kunt doen is ze met rust laten. Niet aanraken en niet steeds kijken of je al wortels ziet dus. Laat ze een dag of 10 met rust, maar benevel ze om de dag met water.

Verpotten

Als je stekken goed zijn aangeslagen mogen ze na een dag of 10 verpot worden, maar niet eerder dan dat ze genoeg wortels hebben. Zet ze ook niet meteen onder een krachtige HPS lamp maar laat ze eerst wat wennen. Moeten ze wel onder HPS licht, hang de lamp dan wat hoger dan normaal en zorg voor een geleidelijke overgang. Terwijl de planten in je bloeiruimte afbloeien, laat je de stekken lekker groeien in je kleine groeiruimte en wanneer de oogst binnen is, kun je weer nieuwe stekken nemen en meteen doorgaan met het afbloeien. Zo kun je iedere 7 tot 10 weken oogsten zonder ooit nog een wietzaadje te kopen.

[Openingsfoto: CatrionaC, Shutterstock]
Delen via
Lekker bezig!
(advertenties)