(advertentie)
(advertentie)
(advertentie)

Welkom bij de ‘making of’, een serie over het veredelen van cannabis voor de creatie van een nieuwe soort. Tot nu toe hebben we ons vooral gefocust op het veredelen van bepaalde gewenste eigenschappen, in dit deel gaan we het hebben over verenigbare wietsoorten.

Cannabisplanten zijn verenigbaar met alle cannabisplanten, dat is de eerste regel voor wat betreft verenigbare wietsoorten. Alle wietsoorten die je als zaad kunt kopen zijn gemaakt door andere cannabisplanten te kruisen; er zijn met andere woorden, geen andere plantensoorten bij aan te pas gekomen.

Alle wietsoorten zijn dus verenigbaar, waarom dan toch een artikel erover? Wel, dat heeft te maken met de cannabis-subsoorten sativa’s, indica’s en ruderialis en het behouden van hun eigenschappen in het licht van het genetisch zuiver kweken. Klinkt allemaal een beetje cryptisch misschien, maar het wordt een stuk duidelijker wanneer we gaan kijken naar de genotypen van deze subsoorten.

Sativa’s indica’s en ruderalis

Er zijn drie cannabis subsoorten: sativa’s, indica’s en ruderalis. Wanneer je een pure sativa met een andere pure sativa kruist, dan noemen we die zeer goed verenigbaar. Veel eigenschappen zijn namelijk hetzelfde en bovendien al voor een groot deel homozygoot in beide planten aanwezig. Het nageslacht zal dus niet veel variatie kennen en gemakkelijk een genetisch zuiver nageslacht opleveren. De eerste regel van verenigbare wietsoorten is dan ook dat het nageslacht van twee pure wietsoorten van dezelfde subsoort veel van de eigenschappen van het subras zal behouden.

Een Blueberry en een Kush zijn goed verenigbaar omdat ze veel eigenschappen delen. Foto: Canna Obscura, Shutterstock

Homozygoot

Wanneer in beide ouders een groot deel van dezelfde eigenschappen homozygoot aanwezig zijn, dan zullen deze eigenschappen ook in het nageslacht homozygoot aanwezig zijn. Dit vertelt je dat de ouders heel verenigbaar zijn en een genetisch zuiver nageslacht zullen opleveren zonder dat daar een uitgebreid veredel-programma voor nodig is. Dit geeft ook aan hoe lastig het is om een werkelijke nieuwe wietsoort te maken tussen twee soorten van verschillende hoofdrassen. Zulke genetisch verschillende subrassen zijn dan ook niet erg verenigbaar zijn. Het nageslacht vertoont veel variatie en er zal veel verder mee moeten worden door- en terug gekruist om een stabiele nieuwe hybride te maken. Helaas voor breeders die snel geld willen verdienen, zijn het juist de niet makkelijk verenigbare wietsoorten die de meest interessante nieuwe hybrides opleveren.

Stel dat we een Kush met een Blueberry willen verenigen voor een nieuwe strain. De Kush die we gebruiken is een kruising tussen twee andere kushvarianten die beiden pure indica’s zijn. Dit maakt ons werk een beetje makkelijker; de Kush is een pure indica. De Blueberry is daarentegen een indica dominante plant en draagt ook sativa eigenschappen. De kweker van de Blueberry heeft veel moeite gedaan om de juiste eigenschappen stabiel te krijgen in de Blueberry. Blueberry maakt het verenigen van de twee soorten dus iets moeilijker dan wanneer we twee pure indica’s zouden willen kruisen.

Hoe goed zijn twee wietsoorten met elkaar verenigbaar?

Sativa dominant, indica dominant

Wanneer je voor het eerst een nieuwe stabiele soort wil kweken dan gaat dat dus makkelijker met verenigbare soorten. Het helpt ook om daarbij te kijken naar de ouders van de planten waarmee je een nieuwe soort wil maken. Als die bijvoorbeeld hetzelfde zijn dan maakt dat het veredelen ook een kleinbeetje makkelijker, zeker wanneer de kweker van de ouders de gewenste eigenschappen homozygoot heeft weten in te sluiten.

Voor sativa dominante en indica dominante wietsoorten gaat dezelfde regel op. Sativa dominante soorten zijn minder verenigbaar met indica dominante soorten maar meer verenigbaar met andere sativa dominante wietsoorten. Het is in feite net zo lastig om van een indica dominante en een sativa dominante soort een nieuwe stabiele wietsoort te maken, als van een pure sativa en een pure indica.

Uiteindelijk draait het niet zozeer om sativa’s en indica’s, maar om hoe de genotypes van eigenschappen eruit zien: homozygoot dominant, homozygoot recessief of heterozygoot

Uiteindelijk draait het niet zozeer om sativa’s en indica’s, maar om hoe de genotypes eruit zien: homozygoot dominant, homozygoot recessief of heterozygoot. Hoe meer homozygoot dominante eigenschappen een plant met een andere plant deelt, hoe makkelijker het is om van de twee planten een nieuwe stabiele soort te maken, een voorbeeld:

Stel je voor dat we de paarse kleur van de Blueberry in ons voorbeeld van de Kush en de Blueberry kruising mooi vinden. De Kush en de Blueberry zijn alletwee indica dominante soorten en zullen dus al veel eigenschappen delen. Het insluiten van de paarse kleur zal dan niet erg moeilijk zijn, waarschijnlijk levert een eerste F1 kruising al direct veel planten op met de de juiste (homozygote) eigenschappen. Zouden we onze Blueberry daarentegen met laten we zeggen een Silver Haze kruisen, dan zou het een veel moeilijker verhaal worden aangezien de beide soorten waarschijnlijk nauwelijks 25 procent van de eigenschappen met elkaar delen.

Waarom verenigbare wietsoorten?

Wat heb je nou aan deze informatie, behalve dat je nu weet dat het lastiger is om een sativa met een indica te kruisen voor een nieuwe stabiele wietsoort? Wel, soms wil je als zadenveredelaar gewoon één enkele eigenschap in je kweekprogramma introduceren, laten we voor het gemak zeggen een mooiere topstructuur. Er zijn veel soorten met een mooie topstructuur net zoals er veel paarse soorten zijn. Door die plant te kiezen voor die eigenschap die het best verenigbaar is, bespaar je jezelf als veredelaar een hoop werk.

(advertenties)