(advertentie)
(advertentie)
(advertentie)

Op hun treinreis over de aardbol pauzeren Def P en Fenske in Mongolië. Ze slapen er in een traditionele tent en zijn zelfs sociaal met medereizigers. In de flashback dit keer haalt de rapper hilarische en gênante herinneringen op aan zijn eerste eigen – zeer gehorige – huisje in Amsterdam.

Zondag 23 mei – Mongolië

DSC_1121Om zes uur ’s ochtends wordt er op onze coupédeur geklopt. We moeten ons snel aankleden en onze tassen inpakken want rond half zeven komt onze trein aan in Ulan Batar, de hoofdstad van Mongolië. We kijken nieuwsgierig uit het raam en onze eerste indruk van Mongolië is rustig. Volgens alle verhalen moet dit een hectisch station zijn dat wemelt van de zakkenrollers. We zijn dus op onze hoede en hebben alles goed opgeborgen. Eenmaal hier blijkt het gelukkig mee te vallen. Misschien is het nog iets te vroeg voor de boefjes, want er hangt een vredige sfeer op het station. Het is wel duidelijk dat we hier in een ander land zijn dan Rusland. Om te beginnen een heuvelachtig landschap, bijna nergens bomen en overal dun geelgroen gras. Hier en daar zien we wat ronde witte gertenten staan waar dit land zo bekend om staat. Soms met wat paarden of koeien er naast. Onze eerste twee nachten gaan wij ook in zo’n gertent slapen, maar dan in de natuur. Zo kunnen we zelf eens ervaren hoe zo’n zeventig procent van de Mongoliërs tot op de dag van vandaag nog altijd woont.

In een busje naar het tentenkamp

We stappen in een busje en rijden naar een tentenkamp dat ongeveer een uur buiten de stad ligt. Onderweg stoppen we even om Mongools geld te pinnen en een ontbijtje naar binnen te werken. Daarna begint ons busje dapper aan een lange en hobbelige rit. ‘We gaan naar een flink afgelegen plek’, hoor ik een andere Nederlander zeggen. We kijken onze ogen uit naar het bijzondere landschap met zijn grillige rotspartijen en ongerepte natuur. Op aanraden van onze chauffeur stoppen we onderweg nog even bij een gertent van een lokale kunstenaar. Zo kunnen we meteen ervaren hoe de meeste mensen hier wonen. We worden vriendelijk ontvangen en de beste man heeft de kachel al lekker warm gestookt. Voor een habbekrats kopen we (uiteraard zonder af te dingen) een paar kleine handgeschilderde kunstwerkjes van hem. Hij blij, wij blij. Alle Mongoliërs die we tegenkomen op deze vroege rit zijn stuk voor stuk allemaal relaxed, vriendelijk en behulpzaam. Heel prettig om eindelijk weer in een land te zijn waar we ons welkom voelen. Een land van mooie mensen met karakteristieke koppen en vriendelijke ogen. Ze hebben een totaal ander uiterlijk en karakter dan de Russen. En net als bij het landschap is deze verandering er vrij plotseling. Interessant om te ervaren hoe we na een nacht doortreinen in een hele andere wereld zijn.

DSC_1104Een fles wodka in de tent

‘Wauw, wat een schitterende vallei!’ ‘We zitten hier inderdaad midden in de natuur.’ We stappen uit de bus en een jongen van het kamp begeleid ons naar de tenten. Hij wijst trots naar een tent en zegt: ‘Kijk we hebben hier een speciale bruidssuite voor jullie!’ Dat wil zeggen: de enige tent met een tweepersoonsbed. Maar evengoed een leuke verassing die we totaal niet hadden verwacht. Fijn dat Fens en ik ons weer even bruidspaar kunnen voelen. Na twee nachten boven elkaar slapen op kleine harde treinbedjes geeft dit ons een welkom gevoel. Onze buren slapen op losse bedjes in soortgelijke tenten. Even verderop staat een gebouw met daarin een soort kantine en een binnenbad. We horen al gauw dat door de extreem strenge winter het bad kapot is gevroren. De baas van het kamp komt zich persoonlijk verontschuldigen. Om het goed te maken ligt er een fles wodka in de tent. Die komt goed van pas, want het is nog best koud in Mongolië. Omdat we nog behoorlijk moe zijn van de lange reis hakt de kou er extra in. ‘Ik wil eigenlijk meteen het tweepersoonsbed in duiken’, zegt Fens rillend. ‘Anders ik wel!’ We kruipen diep onder de dubbele dekens met onze kleren nog aan.

Na een beetje doorzetten zitten we bovenop de hoogste bergtop onze flesjes water te drinken. We kijken tevreden om ons heen

Na een uurtje of twee worden we wakker en zijn we aardig opgeknapt. We halen een paar bakken hete soep in de kantine en voelen ons fit genoeg om het landschap te ontdekken. Ik kijk om me heen waar de hoogste bergtop is en wijs er naar. ‘Zullen we die beklimmen?’ zeg ik tegen Fens. ‘Dat is goed’ zegt ze tot mijn grote verassing. We lopen dapper omhoog. Omdat we al aardig hoog zitten beginnen we vermoeid te hijgen door de ijle lucht. De zon is inmiddels flink gaan branden en we krijgen het bloedheet van alle inspanning. Na een beetje doorzetten zitten we bovenop de hoogste bergtop onze flesjes water te drinken. We kijken tevreden om ons heen. Het landschap is werkelijk prachtig. De geelgroene heuvels lijken zo glad als een laken en de hoge steile rotspartijen doen me een beetje denken aan Amerikaanse canyons. Op de top staan allemaal bomen die zo te zien nog even bij moeten komen van de strenge winter. Hier en daar grazen kuddes wilde koeien en in de verte zien we kleine witte stipjes van andere kampen met gertenten.

DSC_1093Dwars door kudde wilde koeien

‘Zullen we weer teruggaan?’ zegt Fens na een tijdje. Bij de afdaling moeten we dwars door zo’n kudde wilde koeien en stieren heen. Een paar jonge stieren kijken ons dreigend aan. ‘Ik vindt dit doodeng’ zegt Fens. ‘Straks verpletteren ze ons nog!’ Eigenlijk is het een beetje mijn schuld omdat ik net een verhaal over op hol geslagen koeien heb verteld. Zwetend loopt ze tussen de stieren door. Ik heb met haar te doen en probeer mijn lachen in te houden. Als Fenske bang is wordt ze altijd heel ernstig en kan ik dat maar beter serieus nemen. Gelukkig heeft de kudde niet de ambitie om ons aan te vallen en lopen we even later opgelucht weer verder. Bij het tentenkamp aangekomen zien we onze buren al bij de vuurplaats zitten. We hebben in de trein een heel ploegje Nederlandse reizigers leren kennen en die zitten nu gezellig bij elkaar te ouwehoeren onder het genot van de flessen wodka die in de tenten lagen. We gaan er bij zitten en merken hoe makkelijk reizen mensen kan binden. Ongeacht leeftijd, geslacht of beroep hebben we deels allemaal dezelfde reis gemaakt en iedereen geniet zichtbaar van alle bijzondere indrukken van deze trip.

Geen zin in groepswandeling

DSC_1160We besluiten om met zijn allen naar het restaurant te lopen en gaan als één groep aan een lange tafel zitten. Het Mongolische personeel zet ons een prima maaltijd voor met verse lokale ingrediënten. Later op de avond zet de gezelligheid zich voort bij de vuurplaats. We hebben een leuk gesprek met de moeder en de dochter uit Amsterdam die bij Perm al bij ons in de trein stapten. Ze zijn een gezellig stel samen. De dochter, Lisette, is met haar negentien jaren de jongste van de Nederlanders hier, maar ze heeft veel boeken gelezen en al aardig wat verre landen gezien. Ze babbelt moeiteloos mee met de oudere reizigers. Zo heeft iedereen wel wat mooie reisverhalen om in de groep te gooien. Er ontstaat een plan om de volgende dag een groepswandeling te maken, maar Lisette, Fens en ik voelen daar weinig voor. ‘We gaan morgen wel iets leuks met zijn drieën doen’, zegt Fens.

Een campingbaas in ons milieuvriendelijke Nederland zal niet zo gauw zou voorstellen om plastic te smelten

Terwijl we te praten wordt het langzaam donker. Onze kampbeheerder heeft in al onze tenten vast de kolenkacheltjes aangestoken. Als we straks de tent inkruipen hoeven we er volgens hem alleen nog maar een hele zak kolen bovenop te gooien en dan moet de tent de hele nacht warm blijven. ‘De hele zak, met zak en al?’ vraag ik vrij nadrukkelijk. ‘Ja, ook de zak.’ ‘Vreemd dat ik de plastic zak op het vuur moet gooien’, mompel ik tegen Fens. Niet alleen omdat een campingbaas in ons milieuvriendelijke Nederland niet zo gauw zou voorstellen om plastic te smelten, maar ook omdat ik bang was dat de zak door zijn gewicht het vuurtje zou verstikken. ‘Het vuur wordt minder!’ roept Fens even later. ‘Nou, dan moet nu die zak er op!’ Ik gooi de zak op het vuur en zie hoe mijn vermoeden bevestigd wordt. Het vuur dooft. Ik doe een paar vergeefse pogingen om het vuur weer aan te krijgen, maar dat gaat met die kolen toch lastiger dan ik dacht. ‘Lastig zonder aanmaakblokjes!’

Fikkie stoken in de tent

DSC_1129We halen die jongen van de camping er weer bij en die heeft duidelijk heel veel ervaring met fikkie stoken. ‘Ik ben opgegroeid in een gertent en dan hoort fikkie stoken zo’n beetje bij je belangrijkste overlevingskunsten’ zegt hij grijnzend. ‘En wij zijn een stel hulpeloze westerlingen die te stom zijn om een vuurtje te stoken’ lach ik. Ik ben blij dat de jongen ons helpt, want zonder vuur daalt de temperatuur snel in de tent. Hij rommelt wat met papiertjes en lucifers en heeft al vrij vlot een paar stukjes hout aan het fikken. Even later fikken de kolen en we danken de jongen vriendelijk. Het vuur laait nu hoog op en de tent wordt aangenaam warm. Het enige nadeel is dat onze tent nu helemaal blauw staat van de rook. Alles stinkt als de hel. ‘Ik vrees dat de rest van de reis al onze kleren naar vuur zullen stinken.’ ‘Ik beschouw het als integratie.’

Onze “love-gertent”

Daar liggen we dan. Op ons comfortabele bruidsbed in de gezellige “bruissuite”. Midden in de natuur. ‘Het is superromantisch, maar we houden er wel een paar longen als een mijnwerker aan over’, zeg ik. ‘Gelukkig maar dat dit overdag wordt gecompenseerd met schone frisse berglucht’, zegt Fens. Deze manier van overnachten voelt voor ons aan als primitief kamperen, maar voor de meeste Mongoliërs is dit dagelijkse realiteit. Ongeveer dertig procent van de bevolking woont in Ulan Batar in stenen huizen en de rest van het volk trekt nog altijd het land rond met hun kuddes en gertenten. Als je daarbij ook nog bedenkt dat het hier ’s winters veertig graden onder nul kan zijn en de meeste Mongoliërs te arm zijn om brandhout te kopen, dan durf ik al bijna niet meer te zeggen dat het nu in mei nog verrekte koud kan zijn als je wakker wordt in je tent. Wat een verwende doetjes zijn wij toch vergeleken met dit bikkelharde volk. Ik krijg steeds meer respect voor hun manier van leven. Gelukkig weet ik ook nog wel iets om ons warm te houden in onze “love-gertent”. Ik hoop alleen niet dat de buren hebben meegenoten, want we liggen allemaal in een even gehorig huisje.

 

GEHORIG HUISJE

Van 1990 tot en met 1997 heb ik met veel plezier in de Pieter Vlamingstraat in Amsterdam Oost gewoond. Vanaf 1 hoog had ik daar een mooi en levendig uitzicht op de beroemde Dappermarkt. Dit was echt zo’n ouderwetse volkswijk met oude huizen en dunne houten wandjes. Als mijn buurman een harde scheet liet kon ik dat boven horen. Deze buurman was overigens een compleet gestoorde junk en dealer tegelijk waardoor er regelmatig vreemde figuren aan mijn deur stonden op zoek naar hem. Vaak lag hij dan naakt in de tuin compleet weg te spacen. Deze buurman was niet alleen een mafkees, maar ook een AIDS-patiënt. Omdat hij dit tegen iedereen zei wist de hele straat dat ook. Hierdoor kon hij tegen iedereen een grote bek hebben want niemand durfde hem te slaan uit angst voor besmetting.

De altijd gezellige Dappermarkt in Amsterdam-Oost [foto: Kevin Gessner/Flickr]

De altijd gezellige Dappermarkt in Amsterdam-Oost [foto: Kevin Gessner/Flickr]

De wildste taferelen

Recht onder mijn dunne houten vloer speelden zich dagelijks de wildste taferelen af. Dat varieerde van vage drugsfeestjes tot vechtpartijen en bedreigingen. Ik had speciaal voor deze junkenbende een grote honkbalknuppel achter mijn deur klaar staan. Ik hoefde deze gelukkig nooit te gebruiken omdat ik één van de weinigen was waartegen mijn onderbuurman nog wel normaal deed. Het duurde niet lang voordat er ook geschoten werd. De politie kwam nu steeds regelmatiger aan de deur. Op een dag was hij kennelijk toch te ver gegaan want zijn hele raam lag er uit. Ik kwam buiten en zag mijn buurman onder het bloed huilend zijn stoepje aanvegen. Hij was vakkundig in elkaar geslagen. Ik was benieuwd of zijn belager nou ook AIDS had. Hoe dan ook, ik hoorde daar altijd de raarste dingen en die gehorigheid gold voor het hele blok.

Ik hoorde schuin boven mij een stelletje neuken en de dame in kwestie begon steeds harder en aanstelleriger te kreunen alsof ze een goedkope pornofilm aan het nasynchroniseren was

Soms leidde dit ook wel tot grappige situaties. Zo had ik op een zwoele zomeravond mijn raam open staan en ik was duidelijk niet de enige. Ik hoorde schuin boven mij een stelletje neuken en de dame in kwestie begon steeds harder en aanstelleriger te kreunen alsof ze een goedkope pornofilm aan het nasynchroniseren was. De gozer die bovenop haar lag vond het kennelijk net zo irritant als ik, want ik hoorde een mannenstem vragen of ze niet wat minder luidruchtig kon genieten. Verontwaardigd begon die chick te piepen van: ‘Hoezo? Niemand kan ons horen hoor!’ Ik moest me inhouden om niet heel hard ‘Welles!’ te roepen, maar dat zou waarschijnlijk het einde van dit grappige hoorspel betekenen. Er werden namelijk nog een paar neukpogingen gedaan, maar blijkbaar kon dat rare wijf niet anders dan zeer luidruchtig neuken. De discussie of ze wel of niet hoorbaar waren werd uiteindelijk een ruzie om een slappe van te krijgen. Dat was dus letterlijk het geval. Einde geneuk, maar ik kon mijn andere buren ook horen lachen.

Hard muziek draaien

Een andere keer, op een zondagochtend, waren de buren schuin onder mij nogal hard muziek aan het draaien terwijl een hoop andere mensen nog uit probeerden te slapen. Aan de overkant hoorde ik een raam open gaan waaruit een luide stem vroeg of de muziek wat zachter kon. Kwak! Raam dicht. Toen dit genegeerd werd ging hetzelfde raam weer open en begon de boze stem nog harder te schreeuwen. Deze stem werd nu ook beantwoord vanuit de tuin en het kwam er zo’n beetje op neer dat hij zijn bek moest houden. De stem uit het raam ging nu helemaal uit zijn dak. ‘Luister! Ik zeg het je godverdomme nog één keer!’ ‘Als je niet nu meteen die kankerradio uitzet, dan schiet ik hem uit!’ Kwak! Het raam ging weer dicht en de muziek speelde vrolijk verder.

Pang! Pang! Pang!

Uit de tuin klonk wat gemompel over bluf. Even later schoof het raam weer open en hoorde ik: ‘Pang! Pang! Pang!’ Gevolgd door wat glasgerinkel en wat gestommel. Hierop volgde een complete stilte. De lawaaimaker was kennelijk behoorlijk onder de indruk van deze actie, want het bleef verder ook stil. Zelfs geen gescheld meer! Voor de laatste keer kwakte het raam aan de overkant weer dicht en het leek alsof de “Kwak!” zelfs een beetje spottend klonk. Ja, dat is ook een manier van conflicten oplossen. Ik heb er in ieder geval altijd met plezier gewoond en me nooit onveilig gevoeld. Een mooie tijd was dat. Mijn eerste echte eigen huis. Domweg gelukkig in de Dapperstraat.

Volgende keer in Def P ‘Heen en Onweer’: Mongolië + COMAZUIPEN

(advertentie)