(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Altijd al benieuwd geweest naar het prille begin en de rumoerige opkomst van de eerste Nederlandstalige hardcore hiphopband? Def P doet het ontstaan van Osdorp Posse uitgebreid uit de doeken in de flashback van dit 16e deel van zijn boek. Tijdens de wereldreis – de drode draad in ’t boek – bivakkeert hij bij het beroemde Baikalmeer, diep in Siberië.

Donderdag 20 mei – Baikalmeer

DSC_0961Ik word om twee uur ‘s nachts wakker volgens de klok aan boord van onze trein. Volgens de lokale tijd is het hier zeven uur, dus wat dat betreft is het mooi om te zien hoe snel het lichaam zich aanpast aan het geleidelijk schuiven van de tijd. Qua landschap is alles nog vrijwel hetzelfde gebleven, hoewel het nu wat heuvelachtiger lijkt te worden. Kwart voor tien komen we aan in Irkutsk. De bedoeling is dat we vanaf hier doorrijden naar het Baikalmeer. Dat is het grootste zoetwatermeer ter wereld, met een oppervlakte bijna zo groot als Nederland en een diepte van anderhalve kilometer. Het meer is zo groot dat ik het vaak gebruik als een handig ijkpunt op de kaart van Azië. En nu zijn we er dan echt vlakbij. Hoewel, het is nog een uur rijden met een busje vanaf het station naar het meer, dus onze reis naar het meer zit er nog niet helemaal op. We hebben alles prima geregeld en het busje staat al klaar. Zeer relaxed. Heerlijk ook om weer uit de trein te zijn. Het is redelijk weer en de Siberische lucht voelt aangenaam fris aan. Het is qua verkeer nog erg rustig in de stad. Tijdens de rit stoppen we al snel ergens voor een ontbijtje en daarna kunnen we iets van Irkutsk zien.

Van 27 graden naar nul in 1 week

DSC_0969Het is een aparte stad met veel verweerde houten gebouwen die de meest extreme temperaturen moeten doorstaan. Zo horen we dat het de afgelopen week nog 27 graden was en dat de temperatuur daarna plotseling weer omlaag dook naar 0 graden. Het weer kan dus erg wisselvallig zijn in deze periode, maar dat is nog niets bij de min 40 graden die hier ’s winters heerst. De wisselvalligheid kunnen we tijdens ons busritje al opmerken. We vertrekken na het ontbijt met lichte regen en komen droog aan bij het meer waarboven een onheilspellende wolkenpartij hangt. Een prachtig uitzicht. We stappen uit het busje en zien dat ons hotel een zeer stijlvol gebouw is met een groot terras aan het meer. ‘Dit belooft veel goeds.’

Even later lopen we ingecheckt en wel met onze tassen naar boven en treffen daar een mooie ruime en stijlvolle kamer aan. ‘Moet je dit zien!’ zeg ik. Ik ben nodig toe aan een douche en zie dat ze in de badkamer een moderne douchecabine hebben gebouwd. ‘Dit ziet er zo space uit dat het wel een decorstuk uit Startrek lijkt!’ ‘Ja, het is net zo’n “beam me up-cabine”, zegt Fens.’ Ik stap er in en kijk naar allerlei futuristische knoppen en functies. Ironisch genoeg komt er slechts een klein lauw pisstraaltje uit het hightech apparaat, maar na zo’n lange treinreis voelt het evengoed heerlijk om me even goed schoon te wassen.

De Russen die we tot nu toe zijn tegengekomen in Siberië zijn stuk voor stuk veel relaxter en vriendelijker dan de arrogante brompotten in Moskou

DSC_0970Nadat Fens en ik ons allebei gewassen hebben voelen we ons flink opgeknapt en willen we meteen een wandeling langs het meer gaan maken. Maar het weer is inmiddels weer omgeslagen. De dreigende donkere lucht bleek een nogal heftige sneeuwbui aan te kondigen die nu voluit is losgebarsten. ‘Zullen we ons eerst maar eens wat moed indrinken in het restaurant beneden?’ stelt Fens voor. ‘Goed plan.’ Ook het restaurant ziet er poepsjiek uit en we zijn zelfs aangenaam verrast door de leuke bediening. De Russen die we tot nu toe zijn tegengekomen in Siberië zijn stuk voor stuk veel relaxter en vriendelijker dan de arrogante brompotten in Moskou. Ze hebben hier goeie koffie en heerlijke taartjes dus we vermaken ons best.

Siberië in volle glorie

Maar ja, de sneeuwbui wil maar niet stoppen en de drang om naar buiten te gaan wordt steeds groter. ‘Laten we het er op wagen.’ Buiten is het koud en nat. De sneeuwwolken zijn zo dik dat het gigantische meer nog amper te zien is. Al gauw ligt er een flinke laag sneeuw op onze kragen en hebben we nog steeds weinig gezien. Maar grappig genoeg heb ik me Siberië altijd al zo voorgesteld. Ik vind het ergens ook wel mooi, zo’n clichébevestigend beeld. ‘Zullen we het op de hotelkamer maar gezellig maken?’ zeg ik. Een paar uur later slaat het weer opnieuw om. Aan het einde van de dag is het opeens weer aangenaam buiten en zien we een schitterende zonsondergang aan het meer. We kleden ons aan en lopen naar buiten. ‘Gelukkig zien we toch nog eventjes hoe mooi deze omgeving is’, zegt Fens. ‘Zeker, want zo lang blijven we hier niet’. Onze nieuwe camera komt weer goed van pas want de omgeving blijkt uitermate fotogeniek en het licht fantastisch. We zien Siberië in haar volle glorie en dat maakt indruk.

Het verbaast me dat de Russische mode van hele korte rokjes en hele hoge hakken zelfs in een ijskoude streek als Siberië nog populair is. Maar goed, er zijn ergere dingen, terug naar de vis

DSC_0976Later die avond eten we allebei een omoel. Dat is een bijzondere zoetwatervis die alleen maar in het Baikalmeer voorkomt. Het is dan ook terecht een plaatselijke delicatesse en er wordt flink in gehandeld. Vooral in gerookte vorm kom je de vis op veel plekken tegen. Er wordt vaak gezegd dat als je bij het Baikalmeer bent je zeker zo’n visje moet proberen, want de kans dat je dit visje ergens anders vers kunt eten is klein. Ik vind het dan ook bijzonder om dit visje te eten bij een ondergaande zon met uitzicht op het Baikalmeer. Zelfs de cd van Jennifer Lopez die hier de hele dag op repeat staat kan de pret niet drukken. De bedrijfsleidster, die er bij loopt alsof ze een kamertje verderop een pornofilm aan het opnemen is, kan er blijkbaar geen genoeg van krijgen. Het verbaast me dat de Russische mode van hele korte rokjes en hele hoge hakken zelfs in een ijskoude streek als Siberië nog populair is.

Een eigen zeehondensoort

Maar goed, er zijn ergere dingen, terug naar de vis. Ik moet namelijk wel toegeven dat het moment specialer is dan de smaak van het beestje. ‘Het smaakt best lekker, maar het had net zo goed een lekkerbekje kunnen zijn’, zeg ik droog. Later lees ik dat zo’n tachtig procent van alle beestjes in het Baikalmeer uitsluitend daar voorkomen. Ze hebben er zelfs een eigen zeehondensoort, dus eigenlijk een “meerhondensoort”. Een zoetwaterbeest dat zich daar ooit heeft ontwikkeld en volstrekt uniek is. Gezien de ligging van het meer vind ik dat een ongelofelijk verhaal. Als we later op de avond door het donkere dorpje lopen blijkt dat er in deze buurt eigenlijk bitterweinig te beleven valt. Tijd om te relaxen dus. En dat is geen overbodige luxe want zo’n lange reis hakt er in. Morgen hebben we alweer vroege plannen.

Zelfs in dit verre deel van Rusland word ik trouwens nog herkend door een paar Nederlanders. Ik voel me totaal geen BN-er en gedraag me ook zeker niet zo, maar soms word je door dit soort dingen toch weer even met je neus op de feiten gedrukt. Vakantie of niet. Mijn twintig jaren met de Osdorp Posse hebben hun sporen nagelaten. Ik zal nooit vergeten hoe het begon, toen we destijds als jonge pikkies onbewust een nieuw muzikaal genre opstartten.

 

GEBOORTE VAN EEN GENRE

Nu ik veertig ben heb ik precies de helft van mijn leven besteed aan de Osdorp Posse. Als ik er aan terug denk verbaas ik me nog wel eens hoeveel gekkigheid een mens kan meemaken in twintig jaar. Ik heb in de loop der jaren honderden interviews afgegeven waarin steevast weer gevraagd werd hoe het allemaal begon. Ik moest dan altijd even diep zuchten, want ondanks dat de vraag makkelijk gesteld is, is het antwoord een dik jongensboek op zichzelf. En dat is dan ook precies wat ik gedaan heb met het boek “10 Jaar O.P. en het ontstaan van de Nederhop”. De tienduizend gedrukte exemplaren waren destijds in een poep en een scheet uitverkocht, dus misschien is het handig om voor al de geïnteresseerden die dat feestje gemist hebben het hele verhaal nog eens in een notendop te persen.

Een bezeten Def Puber

djaxhistory_osdorp-posse-foVanaf 1986 rapte en beatboxte ik als een bezeten Def Puber bij mijn eerste groepje, genaamd “Funky Fresh Force”. In het Engels uiteraard, want zo hoorde dat toen. Mijn DJ en producer was DJ Dov, later ook wel bekend op housefeesten als the Prophet. Met wat bij elkaar gescharrelde apparatuur en een hoop technische improvisatie namen we zo onze eerste hiphopdemo’s op. Toen ik in 1988 mijn familie in Amerika bezocht nam ik een hoop demo’s van Nederlandse rappers mee om die daar aan de plaatselijke westcoast-rappers te laten horen. Ik voelde gelijk aan dat de Amerikanen niet echt onder de indruk waren, en dat de rap uit Nederland daar op dat moment ook nog niet authentiek genoeg voor was. Zoals gezegd kreeg ik toen het idee om in mijn eigen taal te gaan rappen. Ik begon steeds meer te experimenteren met rap in het Nederlands en in 1989 richtte we met een ploegje vrienden de Osdorp Posse op.

Uit de hand gelopen grap

Niet dat dit zo’n bewuste actie was, het was eigenlijk meer een uit de hand gelopen grap. We kwamen allemaal uit Osdorp, dus de naam lag voor de hand. We namen puur voor de gein een cassettebandje op. Door met zijn allen “De Osdorp Posse is hardcooore!!!” als refrein over wat snoeiharde beats te schreeuwen waren we ineens een groep. Dat opnemen was vaak nog een hele klus. Alles moest in één keer lukken want we hadden geen losse sporen. Ik schreef toen al hele lappen tekst als “Moordenaars” en hoe dichter ik het eind van de rap naderde hoe moeilijker het steeds voor iedereen leek om zijn lachen in te houden. Totdat ik zelf ook in de lach schoot en ik weer helemaal opnieuw kon beginnen met de opname. Bij een nummer als “Bier” kun je zelfs nog duidelijk horen hoe ik uit alle macht mijn lachen probeer in te houden tot het einde van de rap.

De hiphopscene was toen nog een stuk heftiger en spannender dan nu. In die tijd liep je het risico om van het podium afgeslagen te worden als je niet hardcore was (zeker als blanke rapper)

Osdorp PosseMaar hoe dan ook, het cassettebandje kwam er. Niemand van ons kon toen vermoeden dat dit cassettebandje de geboorte van een nieuw muzikaal genre zou zijn. Het was sowieso een roerige tijd voor me. In 1989 werd ik middenin mijn examenjaar uit huis gezet en moest ik noodgedwongen bij mijn neef Marco inwonen. Je kunt je misschien wel voorstellen dat twee negentienjarige jongens in een piepklein kamertje eerder lol gaan trappen en met cassettebandjes kloten dan huiswerk maken. Daardoor begon onze opleiding er danig onder te lijden. Marco’s moeder, tante Gerda, regelde daarom snel dat ik bij de tachtigjarige ome Piet op zolder kon wonen zodat Marco en ik onverhinderd ons examenjaar konden afmaken. Wonderlijk genoeg slaagden we hier alsnog in, maar de Osdorp Posse was inmiddels geboren en we vonden het steeds leuker en spannender worden om hier onze tijd aan te besteden. De hiphopscene was toen nog een stuk heftiger en spannender dan nu. In die tijd liep je het risico om van het podium afgeslagen te worden als je niet hardcore was (zeker als blanke rapper) terwijl je tegenwoordig juist een held bent als je een inhoudsloos pophitje scoort.

Van undergroundlegende naar gevestigde naam

Toen we in 1990 op de TV kwamen met een videoclipje van het bloederige nummer “Moordenaars” was het hek van de dam. De eerste fanmail en aanvragen voor optredens begonnen binnen te stromen. De mensen hadden zelden zo’n vreemde en spraakmakende groep gezien. Iedereen wilde ons live meemaken en onze demo’s verkochten als warme broodjes. In 1992 werden we gevraagd voor de Rhythm & Rhyme-tour, een soort verzameling van negen veelbelovende rapgroepen van dat moment. Van die negen groepen waren wij de enige blanke groep en ook de enige die in het Nederlands rapte. We vielen dus behoorlijk op. In dat zelfde jaar kregen we plotseling een platendeal aangeboden bij Djax Records. We zetten onze krabbel en namen in een paar dagen ons debuutalbum “Osdorp Stijl” op. Tegenwoordig zou zo’n opname nog geen demo mogen heten. De Osdorp Posse ging zonder airplay of promotie van undergroundlegende naar een gevestigde naam in de Nederlandse muziekwereld. Ironisch genoeg mede door onze starre houding tegenover commercie. Steeds meer groepen gingen ook in het Nederlands rappen en in 1994 bracht ik in samenwerking met Djax de verzamel-cd “Nederhop Groeit” uit. Dit was het allereerste moment dat Nederlandstalige rap op cd geen typisch Osdorp Posse-verschijnsel meer was, maar echt als een genre werd neergezet. Nederlandstalige hiphop was geboren en de rest is zo’n beetje muziekgeschiedenis.

Het woord “moederneuker” wat ik ooit letterlijk vertaalde van “motherfucker” kwam zelfs in het Groene Boekje en werd daarmee “officieel Nederlands”

OP-610x400In de loop der jaren is alles steeds meer in een stroomversnelling geraakt. Nederhop was opeens overal. Op schoolpleinen, in de top 40, in reclames, tot wassen beelden en rappende ministers als Dönner aan toe. Het woord “moederneuker” wat ik ooit letterlijk vertaalde van “motherfucker” kwam zelfs in het Groene Boekje en werd daarmee “officieel Nederlands”. Ik werd steeds meer als een soort taalkunstenaar of taalvernieuwer gezien, hoewel dat eigenlijk niet bewust mijn bedoeling was. Ik kwam hierdoor ook steeds vaker in literaire tijdschriften en op literaire festivals terecht.

Gedicht voor Willem en Maxima

Net toen ik dacht dat het niet gekker kon worden werd ik gevraagd om een officieel felicitatiegedicht te schrijven voor de trouwdag van Willem en Maxima. Uiteraard werd dat een gedicht in de bekende kritische O.P. stijl en ik kwam dan ook niet meer bij toen het sarcastische gedicht live op TV met wit fluwelen handschoenen door de burgermeester als officieel geschenk namens de stad Amsterdam werd uitgereikt. Wat een mop! Als kers op de taart mocht ik diezelfde avond op het acht uurjournaal mijn gedicht voordragen op de Dam. Ze hadden mij gekozen uit een hele rij bekende en gerespecteerde dichters. Geheel in stijl had ik net als Willem Alexander een zwart colbert aangetrokken met al mijn medailles van de avondvierdaagse daar op gespeld. Lekker een beetje het koningshuis stangen. Toch heerlijk dat zoiets gewoon kan in Nederland.

Volgende week in Def P ‘Heen en Onweer’: Irkutst + LOS ANGELES 1992

(advertenties)