(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

De tweede extra lange zomeraflevering van de autobiografie slash het wereldreisverhaal van Def P speelt zich af in de trein. Zoals het hoort draait het dan om mensen ontmoeten en beren of elanden spotten, en om eten. Terugblikken doet de muzikant-schilder met o.a. een stinkende episode over een wel heel ongelegen scheet…

Zaterdag 19 juni – Trans Canadian

Zoals verwacht word ik vroeg wakker van de opkomende zon. De trein bevindt zich in een dor en bergachtig landschap met veel hoge rotspartijen. Hier en daar groeit een plukje gras waarop dankbaar wordt gekauwd door één van de vele steenbokken. Rond een uur of zes in de morgen gaat er een soort alarmpiep af als wake up-call. Vlak daarna beginnen de treinreizigers zich massaal op te frissen. Je kunt hier zelfs douchen in één van de badkamers. Vanaf half zeven kunnen we al een overheerlijk ontbijt uitkiezen in één van de restauratiewagens. We krijgen een uitgebreide menukaart en iedereen wordt op zijn wenken bedient. De sfeer, het eten en de bediening kan zich serieus meten met een toprestaurant.

Maar waar zelfs de beste restaurants ter wereld niet aan konden tippen is het continu veranderende uitzicht. Tijdens het eten zien we het landschap steeds groener worden en komen er steeds meer riviertjes en meertjes tussen het groen. ‘We zijn nu echt in Bob Rossland!’ zeg ik. ‘De zon begint steeds vrolijker te schijnen met hier en daar een “happy little cloud”.’ Het is een gezellige boel in dit rijdende restaurant. Stelletjes worden weer twee aan twee aan tafeltjes van vier gezet en iedereen is druk aan het kletsen. Vooral de oudere passagiers zien deze reis als een sociaal evenement waarbij je makkelijk mensen kunt ontmoeten. Allemaal prima, maar nog wel een beetje vroeg om nu al sociaal te doen met een stel vreemde mensen.

Ongestoord

Na het eten installeer ik me in een rustig hoekje van de panoramawagen om daar ongestoord te schrijven en het landschap goed in me op te nemen. Voordat ik het door heb is het alweer lunchtijd en gaan we weer richting het restaurant. We moeten in de koepelkar op onze beurt wachten. In twee ploegen wordt er ontbijt, lunch en diner geserveerd, dus er wordt zes keer per dag aangeschoven.  Het leuke van de koepelwagon is dat de steward die deze wagon runt zich als een soort reisleider gedraagt. De hele dag houdt hij interessante praatjes. Over het landschap, de stadjes en dorpjes die we passeren en de wilde beesten die je onderweg ziet. Maar ook zegt hij je van te voren al wanneer je een camera gereed kunt houden als we onverwacht een mooie waterval passeren die je anders zou missen. Deze man kent de hele route uit zijn hoofd.

De drie warme maaltijden die we hier elke dag krijgen zijn touwens een avontuur op zich. Er wordt uitmuntend gekookt, de bediening is voortreffelijk en je weet van te voren nooit met wie je aan tafel komt te zitten. Zo zie je maar weer dat een regel die ontstaat uit ruimtegebrek vaak nog hele aardige gesprekken en ontmoetingen kan veroorzaken. Vooral de oudere stelletjes vertellen elkaar de prachtigste verhalen. Ik hoop dat Fens en ik later ook zo worden. Niet zo’n saai oud stel dat alleen maar thuis op de bank zit.

Precies op dat moment hoor ik een paar oudere dames enthousiast gillen: ‘Look a bear! A bear!’ En natuurlijk mis ik dat beest verdomme net

Na de lunch trekken we dan echt door de Canadese Rocky Mountains. Het uitzicht is fenomenaal. Zoals de naam al doet vermoeden zijn we omringd door enorme rotsachtige bergen, met besneeuwde toppen en groen begroeide valleien met overal stroompjes, plasjes en watervalletjes. Een ideaal leefterrein voor beren, die hier ook regelmatig gespot worden. Ik trek me weer terug in de panoramawagon en tuur mijn ogen helemaal suf om een wilde beer te zien. Na een paar uur ben ik zo moe dat ik mijn ogen eventjes dicht doe en wegdommel. Precies op dat moment hoor ik een paar oudere dames enthousiast gillen: ‘Look a bear! A bear!’ En natuurlijk mis ik dat beest verdomme net.

Maar het wordt goedgemaakt. Ik krijg in de gaten dat als er vooraan bij de machinist een beer wordt gespot hij dit via de walkie-talkie meteen doorgeeft aan de rest van de crew. Dan hoor je ineens een kreet als ‘Bear on the right!’ door de trein schallen en zie je meteen het hele restaurant naar rechts hellen. We leunen mee en zien nog net een jong bruin beertje lopen.

Beren spotten

Eind van de middag maken we een lange tussenstop in Jasper. We staan er een paar uur stil. Jasper is een klein toeristisch plaatsje waar allerlei bergsporten worden beoefend. Tot onze verbazing is het hier bloedheet, maar we kunnen het lange binnen zitten van de treinreis even afwisselen met rondlopen en een beetje zonnebaden in de frisse lucht. Tegen het eind van de middag vertrekken we en kunnen we alweer aanschuiven voor het avondeten. We zitten met een Canadees stel aan tafel dat totaal niet op of omkijkt bij alle drukte rondom het beren spotten. Ze vertellen ons een grappig verhaal over hoe ze regelmatig ongewenste bezoekjes krijgen van beren in hun tuin. Ze hebben daar fruitbomen staan die voor de beren onweerstaanbaar zijn. En beren zijn natuurlijk gevaarlijke bezoekers waar je erg voorzichtig mee om moet gaan.

Aan alle anekdotes te horen hebben ze al aardig wat ervaring met beren. Waar ze wel van op hebben gekeken tijdens deze rit was een stel elanden in het water. Die heb ik ook gemist. Dat elanden ook niet altijd ongevaarlijk zijn blijkt wel uit een verhaal over een vriend van hen die zich pas had doodgereden toen zo’n reusachtig beest opeens de weg op liep. Zo’n eland is loodzwaar. ‘Ah, daar gaat weer een hert.’ Dieren in het wild zien is een stuk fascinerender dan dat je ze tussen hekken ziet staan.

Champagne in privé-cabine

‘Het diner was eigenlijk weer veel te lekker’ zeg ik met een volle buik. ‘Echt schandalig’ zegt Fens. ‘Je eet hier meer dan dat je eigenlijk op kan.’ We moeten even bijkomen op ons bed. Ons bovenbed doet nog steeds dienst als bagagerek, dus Fens en ik liggen uit het raam te kijken vanaf onderbed. Ik val net in slaap als onze steward er aan komt. Hij ziet ons samen liggen en vraagt of we wat meer privacy willen. ‘Nou, dat willen we wel’ zeg ik. Hij weet dat ik met een boek bezig ben over mijn treinreis. Hij heeft dat tegen zijn baas gezegd en gevraagd of hij ons mag overplaatsen naar een privé-cabine. Even later liggen we met al onze spullen in een privé-cabine met een eigen kraan en toilet. Deze ruimte is normaal twee keer zo duur als het bed dat we net hadden, dus we hebben een mazzeltje.

‘Het is onze huwelijksreis, dus de privacy kunnen we best gebruiken’ zeg ik met een glimlach. De steward knikt, loopt weg en klopt even later weer aan met een fles gekoelde champagne, twee glazen en wat chocolaatjes. ‘Wat een service!’ ‘Leve Via Rail, joehoe!’ roept Fenske. Die nacht lig ik heerlijk in onze privé-cabine en zie ik in gedachten de bossen nog voorbij komen. Volgens de kaart komen we morgen in een ander landschap, dus waarschijnlijk geen bos meer. Ik heb in ieder geval volop genoten van alle pure, wilde en ongerepte natuur op deze tocht. Voor een soortgelijke ervaring moet je vanuit Nederland zo’n beetje naar Bosnië rijden. Maar het blijft natuurlijk appels met peren vergelijken.

 

BOSNIË-HERZEGOVINA

Wekelijks worden mij de vreemdste klusjes aangeboden en ik probeer natuurlijk de krenten uit de pap te vissen. Ik doe veel afwisselend creatief werk en ben ontzettend blij dat ik mijn tijd zo op een leuke en nuttige manier kan doorbrengen. Maar het gebeurt mij zelden dat er klusjes in het buitenland worden aangeboden. Ergens in 2005 had ik een expositie van mijn schilderijen bij de Go Gallery. Daar kwam kunstenares Rienke Enghardt kijken en die sprak mij enthousiast aan over alle buitenlandse kunstprojecten die zij al jaren organiseerde.

Het ging allemaal een beetje snel en ik begreep op dat moment de helft van haar verhaal niet. Het kwam er op neer dat ze mij een keer mee naar Bosnië wou nemen als voorbereiding op een wat langere tour. Ik moest maar gewoon in het avontuur springen zei ze, dan zou de rest vanzelf wel duidelijk worden. En zoiets kon ik me geen twee keer laten zeggen.

Oorlog is ook idioot

Vier dagen voor de jaarwisseling stapte ik op het vliegtuig via Zagreb naar Sarajevo. Samen met Rienke en Nerko, die daar is opgegroeid en er ook een appartementje heeft. Eerlijk gezegd wist ik nog niet zo veel van de heftige geschiedenis van het land af, dus ik was van te voren flink in de boeken gedoken om daar niet als een compleet onwetende nitwit te arriveren. Maar dat was nog knap ingewikkeld. Hoe meer ik er over las, des te idioter leek het allemaal. Oorlog is ook idioot. En als je er zelf niet midden in zit (en niet jarenlang met propaganda en haat bent bestookt) zijn de motivaties vaak moeilijk te begrijpen. Je blijft toch een buitenstaander.

Vlak na de oorlog moet Sarajevo net een Zwitserse gatenkaas zijn geweest. Het levert soms ook wel aparte humor op

Ik heb daar veel mensen ontmoet en veel interessante gesprekken gehad. En grappig genoeg kwamen mijn onbevooroordeelde denkbeelden soms wel van pas. Zo vertelde een jonge man bijvoorbeeld dat hij zich erg bezorgd maakte over de toekomst van Bosnië. Hij vond de situatie hopeloos en zei dat hij het hier vaak moeilijk mee had. Ik zei hem dat hij daar beter blij om kon zijn. Je zou je naar mijn idee pas echt zorgen moeten maken als het de mensen geen moer meer kan schelen wat de toekomst hen brengt. ‘Zolang er mensen zijn die denken zoals jij, is er ook nog hoop.’ Zo had hij het nog niet bekeken. Ik zag aan zijn hoofd dat zijn avond hierdoor een klein beetje beter was.

Gatenkaas

Het lijkt me vreemd om in een stad te wonen waar je tien jaar na de oorlog nog steeds overal de kogelgaten in de muren ziet en waar je soms bijna struikelt over de granaatinslagen in de grond. Vlak na de oorlog moet Sarajevo net een Zwitserse gatenkaas zijn geweest. Het levert soms ook wel aparte humor op. Zo had iemand het over een brug die niet meer bleek te bestaan. Iemand anders reageerde hierop door te zeggen: ‘They took it down because of the winterseason.’ De Bosniërs vonden dit uitermate grappig. Ik bevond me in een gehavend land. De plekken waar geen huizen meer stonden werden gretig benut door massale kerkhoven met blinkende witte steentjes.

Missie geslaagd

Hoe tragisch ook, ik was daar met Rienke en Nerko om iets positiefs te brengen. In het kader van culturele uitwisseling met landen waar ze wel wat hoop en inspiratie kunnen gebruiken. We hebben met mensen gepraat, gegeten, gedronken, getekend en muziek gemaakt. En op de laatste avond hebben we in één van de barakken aan de rand van de stad Rienkes Bosnische graffitifilm vertoond en een hiphopfeestje met open mics opgezet. ‘Eindelijk gebeurt er hier weer wat leuks!’ was de algemene reactie. De dankbaarheid en vreugde was gelukkig zeer groot. Missie geslaagd dus.

Ik was alleen door ernstig slaapgebrek en de tien uur vertraging helemaal gaar toen ik thuis kwam op de oudejaarsdag van 2005. Ik heb in twee uur tijd wat geslapen, wat koppen soep naar binnen geramd en me daarna met alcohol op de been gehouden. En dat lukte aardig gezien ik half tien ‘s ochtends pas weer thuis was. Ik was toen net sinds een hele lange tijd weer vrijgezel, dus ik kon wel een feestje gebruiken.

 

Zondag 20 juni – Trans Canadian

Ik had gisteravond expres het raamluikje open gelaten, dus nu word ik vanzelf vroeg wakker door het felle ochtendlicht. De natuur wekt toch wat fijner dan een wekker. Ook fijn om nu in een privé-cabine wakker te worden. Ik ben elke dag weer benieuwd naar hoe het landschap is veranderd na een nacht rijden. Ik druk mijn neus tegen het raam. We zijn nu duidelijk door het berg en bosgedeelte heen en bij een grote groene vlakte aangekomen. Het is eigenlijk net een Nederlands landschap, maar dan met af en toe een lichte heuvel. Het gras lijkt iets groener bij de buren. Er is duidelijk veel meer ruimte dan bij ons, dus je ziet hier minder bebouwing. Af en toe zie ik een wild hert lopen en op een gegeven moment zelfs een hele bizonfarm.

“Final call for breakfast” hoor ik op de gang roepen. Fenske ligt nog diep te slapen. Omdat ik het eten van gisteren nog in mijn buik voel zitten moet ik er eigenlijk niet aan denken om nu alweer een uitgebreid ontbijt in drie gangen voorgeschoteld te krijgen. Ik besluit om het ontbijt over te slaan en Fenske lekker uit te laten slapen. Zo komen we ook eens toe aan de wagon waar je de hele dag onbeperkt verse muffins, fruit, koffie en thee kan pakken. Ja, wat eten betreft valt hier niets te klagen, of het zou moeten zijn dat het te vaak en te veel is. Het is moeilijk om nee te zeggen tegen zo veel lekkers. Voor eetverslaafden is deze trein een paradijs op wielen.

Gratis (muggen)festival

Bij de lunch en het diner ontmoeten we weer een paar leuke en interessante mensen. Tussendoor genieten we van onze privé-cabine. We kunnen nu voor het eerst douchen in de trein en dat bevalt goed. Het begint te regenen en zelfs te onweren. We gaan vast een staatsgrens over. Na het avondeten stopt de trein in Winnipeg en hier blijven we ongeveer drie uur staan. Een mooie gelegenheid om weer eens de benen te strekken en sfeer van de stad te proeven. Hoewel, door een extreme muggenplaag wordt er eigenlijk meer van ons geproefd. In een parkje is er net een gratis festival aan de gang, dus dat is op zich wel leuk. Maar we worden zo extreem belaagd door stekende muggen dat we snel doorlopen over een brug naar de andere kant van de Red River. Uiteindelijk duiken we een café in om even in een mugvrije zone te zijn. Best jammer eigenlijk, want het festival had normaal gesproken leuker geweest dan binnen zitten.

Echt hartstikke leuk en interessant allemaal, maar we voelen letterlijk elke minuut wel ergens een nieuwe jeukende muggenbult ontstaan

Op de terugweg doen we daarom nog een dappere poging om daar eventjes stil te staan. Er is net een plaatselijke hiphopgroep begonnen met Indianen. Zo komen we er achter dat dit festival georganiseerd is door “Native Canadians”. Echt hartstikke leuk en interessant allemaal, maar we voelen letterlijk elke minuut wel ergens een nieuwe jeukende muggenbult ontstaan. Overal zag je die kutbeesten landen: op je wangen, in je nek, je benen, armen, overal! ‘Dit is echt verschrikkelijk!’roept Fens. Ik vraag aan een stoere Indiaan in een zwart leren motorjack of hij er geen last van heeft, maar hij is er aan gewend zegt hij. ‘Nou, wij blijkbaar niet.’ ‘Ons bloed valt bijzonder goed in de smaak.’ ‘Alsof we een exotische delicatesse zijn voor de lokale muggen.’ Na één of twee nummers van de hiphopgroep vluchten we het station weer in. Onze trein kan hier elk moment weer gaan boarden en daarbinnen zijn we veilig. Ik hoor iemand vertellen dat het een terugkerende politieke issue is in Winnipeg of ze de muggen hier wel of niet met gif zullen bestrijden. Vast een interessante discussie, maar als je hier staat kan het je niet giftig genoeg zijn.

Scheten maskeren

Onze trein heeft nu deels nieuwe passagiers, nieuw proviand en een nieuwe crew. We hopen dat deze crew net zo goed is als de vorige. Fenske kan het goed vinden met een Chinees meisje uit Vancouver, dus daar zit ze mee te kletsen. We kwamen haar tegen bij het concert en zij zit nu ook helemaal onder de muggenbulten. Het blijkt dat sommige mensen op de trein al van te voren wisten van de muggenplaag in Winnipeg. Helaas heeft niemand ons gewaarschuwd. Anders hadden we ons minder luchtig gekleed, want die beesten prikken zelfs dwars door je T shirt heen. Terug in onze privé-cabine doe ik de airco en de ventilator volop aan om eventuele muggen te verjagen. Zo heb ik meteen wat luchtcirculatie om mijn scheten te maskeren. Na al dat zware tafelen komt er nog al wat gas los. Arme Fenske. Maf eigenlijk hoe ongegeneerd je wordt als je eenmaal getrouwd bent. Ik vergeet nooit meer de eerste scheet die ik in haar bijzijn liet. Jezus, wat baalde ik!

 

GETROUWD MET EEN SCHEET

Rond de jaarwisseling van 2006 was ik voor het eerst sinds lange tijd weer vrijgezel. Tijd om volop te daten dus. Zo doe je eigenlijk meteen een vergelijkend warenonderzoek voor wat eventueel nog kan komen. Van de meeste dates weet je eigenlijk meteen al dat het niet voor lange duur is. Soms komt dat besef al na één nacht. Je kunt ook mazzel hebben en zomaar opeens de vrouw van je leven tegenkomen. De kunst is alleen om op dat moment wel het inzicht te hebben om dat te beseffen. Toen ik haar ontmoette had ik het gelukkig bliksemsnel in de gaten. Ik was met een handjevol dames beurtelings aan het daten en om gezeik te voorkomen had ik ze gelijk gemeld dat het klaar was. Niet meer bellen, niet meer mailen, klaar. Met deze ene bijzondere dame wou ik geen risico nemen en ik wou me ook van mijn beste kant laten zien.

Wat mannen fout doen in bed

Toen ik voor het eerst met haar uit eten ging merkte ik dat ik een beetje zenuwachtig was. Een duidelijk signaal dat het me echt een fuck kon schelen wat zij van me dacht. We hadden een spannend en interessant gesprek over alle dingen die ons bezig hielden. Wat meteen al een hoop gespreksstof opleverde was het feit dat we allebei columns schreven voor bladen. Ik vergeet nooit meer het moment dat ik haar vroeg waar haar columns over gingen. Ze keek me brutaal aan en zei letterlijk: ‘Over alles wat mannen fout doen in bed’.

Ik verslikte me bijna in mijn slok bier. Ik probeerde natuurlijk niets te laten merken, maar mijn gedachten gingen meteen razendsnel te keer. Wat als “het” er ooit van komt? Zou ik dan zenuwachtig zijn? Zeker weten! Zo erg dat ik dan ook niet meer kan presteren? Ik mag hopen van niet! En wordt dat dan een column? Wat zijn de gevolgen? Een beetje spanning is wel leuk bij het daten, maar dit was haast zenuwslopend.

Precies op het moment dat ik deze om mijn paraat staande lid rolde vond een knetterharde scheet het nodig om mijn reet geheel onverwachts te verlaten

[beeld: Nomad_Soul/Shutterstock]

Je voelt hem al aankomen. We gingen elkaar steeds leuker vinden en op een zekere dag kwam het er van. We gingen naar een concert in de Melkweg (van Roxanne Shanté en Biz Markie) en zij zou bij haar zus logeren die daar vlakbij woonde. Toen we vanaf mijn huis vertrokken liet ze haar tas met logeerspullen staan. ‘Moet je die tas niet meenemen?’ vroeg ik nog braaf. ‘Als we hier weer terugkomen ga ik er niet mee heen en weer sjouwen’ was haar antwoord. ‘Laat dan maar staan!’ zei ik stoer, maar ik realiseerde me toen ook meteen dat “het” moment die nacht zeer waarschijnlijk zou komen. Bij het concert dronk ik me de nodige moed in en daarna nam ik nog een stevige borrel bij de Korsakof. Tegen de tijd dat we weer bij mij thuis kwamen was ik gelukkig te aangeschoten om nog zenuwachtig te zijn en tot mijn grote opluchting verliep alles uitstekend die nacht. Mevrouw had geen klachten. ‘Yes!’

Boos op mijn reet

Toen ik de volgende ochtend een beetje was bijgekomen voelde ik me zelfverzekerd genoeg om mijn geluk nuchter te beproeven. Na wat voorspel waren we allebei in de stemming en ik pakte een condoom. Precies op het moment dat ik deze om mijn paraat staande lid rolde vond een knetterharde scheet het nodig om mijn reet geheel onverwachts te verlaten. Pfrrrrt! ‘Shit! Waarom juist nu?’ Ik voel ze altijd aankomen, maar net nu even niet.

Terwijl zij me zwijgend aankeek, keek ik naar mijn lul die acuut kromp. Zijn rubberen jas zat van de schrik al twee maten te ruim. Ik verontschuldigde me en vreesde dat dit mijn laatste poging was om deze dame te penetreren. En dat door een godverdomde scheet! Ik schaamde me en was boos op mijn reet. Wat ik toen nooit had kunnen vermoeden was dat ik precies vier jaar later met deze dame getrouwd zou zijn. Jawel, precies vier jaar later! En inderdaad, de dame in kwestie was Fenske. Wat een scheet is het toch.

 

Maandag 21 juni – Trans Canadian

We worden weer eens wakker met een verassend uitzicht. Ik had verwacht dat het vlakke groene landschap met hier en daar een boom zich zou voortzetten tot aan de volgende kust. Maar nu zien we opeens één en al bos in een heuvelachtig gebied. Om de haverklap rijden we langs een klein meertje of een stroompje dat weer een mooi open uitzicht geeft op schilderachtige taferelen. We slaan het ontbijt expres weer over. Een keer uitslapen en bij de lunch echt trek hebben is ook fijn. Als je het eetschema van de trein aanhoudt voel je je al gauw een volgevreten varken. Nu liggen we heerlijk in het onderbed een beetje honger te kweken en te genieten van de natuur.

Het is ook meteen een goeie buikspieroefening, want elke keer als we langs een open plek rijden veer ik op uit bed. En dat is om de haverklap. Meestal is het dan een meertje waar soms ook wilde beesten bij rondhangen. Met wat koekjes en vruchtensap uit onze eigen voorraad houden we het lang vol zonder ontbijt en zo hebben we eigenlijk een perfecte ochtend. Tenminste, als ik niet te veel let op de ruim dertig jeukende muggenbulten die over mijn hele lijf verspreid zitten als kleine souveniertjes uit Winnipeg. Bij de lunch zitten we aan tafel te praten met een moeder en een dochter uit Saskatoon en ik zit ondertussen heerlijk te smullen van een Griekse salade met grote garnalen. Op een gegeven moment floept er een glibberig staartje tussen mijn vingers door, waardoor de garnaal met een boog door de lucht vliegt. Precies in het decolleté van de moeder. Floep! Een stukje vlees blijft hangen aan haar trui en een stukje schaal van de rug valt op haar bord. Gelukkig is deze dame wel wat gewend. ‘Ik ben bejaardenverzorgster’ zegt ze. Ik voel me meteen een beetje seniel.

Bingo met bejaarden

Er zijn af en toe ook activiteiten in de trein. We spelen puur voor de gein een paar potjes bingo mee tussen kinderen en bejaarden. Fenske wint een sleutelhanger met een ijsbeer er op. ‘Cool!’ roepen de kinderen. Voordat we het door hebben is het na een korte tussenstop alweer “dinnertime” en zitten we weer met een paar nieuwe mensen aan tafel. Dit keer een stel van onze eigen leeftijd. Ze hebben niet echt een baan, want het enige dat ze doen is thuis hun geld beleggen. De vader van het gezin heeft allerlei theorieën en formules bedacht waarmee hij zijn geld investeert en blijkbaar werkt dat uitstekend. Hij doet het immers al jarenlang en leeft er goed van.

De vader en ik proberen allerlei Canadese biermerken uit. Die zijn steeds weer verassend lekker. Zo zakken we een beetje door terwijl hun kindjes braaf gaan slapen

Het is een hele relaxte kerel. Hij is verstandig genoeg om zich niet te veel door zijn werk te laten opslokken en dag en nacht door te gaan voor het grote geld. Hij is er van overtuigd dat hij schatrijk kan worden met zijn formule, maar hij heeft nu ook niets te klagen en gaat lekker veel op vakantie met zijn vrouw en kinderen.

Ze blijken echte levensgenieters te zijn. Ze zijn allebei hoog opgeleid, hebben overal een beetje verstand van en zijn allebei ook hele leuke en vriendelijke mensen om een goed gesprek mee te hebben. We ouwehoeren over van alles en nog wat totdat we het restaurant moeten verlaten. We hebben het inmiddels zo gezellig aan tafel dat we besluiten om ons gesprek voort te zetten in de achterste wagon. Daar is een bar met een mooie lounge en kun je helemaal rond kijken. De vader en ik proberen allerlei Canadese biermerken uit. Die zijn steeds weer verassend lekker. Zo zakken we een beetje door terwijl hun kindjes braaf gaan slapen.

Verdomd, een eland!

En ja, verdomd! Opeens zien we allemaal een enorme eland staan langs het spoor. ‘Wauw!’ ‘Wat een grote en bijzondere beesten zijn dat toch.’ Het is ook net op de valreep, want het begint nu pas tot me door te dringen dat dit onze laatste avond in de trein is. Toch wel een bijzonder moment na zo’n lange wereldreis. Het voelt ook wel wat vreemd na twee maanden rondtrekken. Morgen zullen we in Toronto aankomen en dat is dan ons voorlopige eindstation. Op de treinreis van Schiphol naar Amsterdam na dan.

Hare Krishna’s

Gelukkig hebben we in Toronto zelf nog een week om een beetje bij te komen en af te kicken van het reizen. Morgen moeten we er weer vroeg uit en zullen we zeker aanschuiven bij het ontbijt. Daarna, om een uur of half tien, moeten we met de bagage al ingepakt klaar staan om uit te stappen. Straks nog één keertje slapen in de trein. Moet lukken na al die biertjes. Ik ben blij dat ik na al mijn getuur van de afgelopen dagen toch nog een wilde eland heb gezien. Heel bijzonder! Het is sowieso de eerste keer dat ik een eland zie. Ik ben blij dat de anderen het ook bevestigden, want soms wordt je zo tureluurs van het ingespannen kijken dat je misschien dingen gaat zien die er niet zijn. Zo dachten we op een geven moment dat we een klein Canadees dorpje met een moskee zagen, maar dat bleek bij navraag een dorpje te zijn waar veel Hare Krishna’s wonen. En die houden er nog wel eens vreemde tempeltjes op na die een beetje oosters aandoen. ‘In Toronto heb je een Hare Krishna-restaurant waar je voor vijf dollar kan eten.’ ‘Nou nee, dank u beleefd.’

 

HIGH AND DRY

Ook in 2006 stonden we fanatiek met tent en al op het jaarlijkse Landjuweelfestival op Ruigoord. Ik had hier erg naar toe geleefd, want mijn vriend en kruidendokter Meile zou er zijn verjaardag weer vieren in een grote tipi, die tevens dienst deed als smartshop. Als vanouds dus! Mijn graffitimaatje Juice en ik hadden zelfs voor de gelegenheid hanenkammen laten scheren om er als echte indianen bij te lopen. Ik zou de eerste dag bij Juice in zijn atelier vier siervlaggen beschilderen met stierenschedels en de rest van de ploeg ging ondertussen de tipi inrichten.

Fenske ging vast onze tent opzetten en kreeg daarbij hulp van de vriendin van mijn neef. Eigenlijk heeft Fenske een schurfthekel aan alles wat met kamperen te maken heeft, dus ik had niet verwacht dat diezelfde avond mijn tent al zou staan. Verliefdheid laat mensen gekke dingen doen. Trouwens, ik had haar in eerste instantie wijs gemaakt dat we waarschijnlijk in een bus zouden slapen, maar niet de moeite genomen om dit plan door te zetten. Hoe dan ook, de sfeer was opperbest en zelfs mijn “antikampeervriendin” had er zin in.

Smartshop in tipi

Toen ik ‘s avonds laat aan kwam stond de tipi al in volle glorie als smartshop te pronken en hoefden we alleen de vlaggen nog op te hangen. Mijn tent stond een eindje verderop. De dames hadden hem eerst vlak achter onze tipi opgebouwd, maar daar moest hij weer weg. Onze buren, een hele grote groep Hare Krishna’s, hadden eerst vrolijk zitten kijken hoe de dames een half uur met die tent aan het ploeteren waren. Toen de tent eindelijk stond kwamen ze doodleuk met het verzoek deze te verplaatsen. Ze hadden zelf namelijk gepland om precies op die plek hun eettafel neer te zetten.

Toen ik later het verhaal over de Hare Krishna’s en hun gezeik om ons tentje hoorde was ik ze eigenlijk nog dankbaar ook

[foto: padmak/Shutterstock]

Na veel gezeik en onder hevig protest hadden de dames toen de tent verplaatst. Ze hadden er behoorlijk de pleuris in en konden die kale Harries wel schieten. Tegen de tijd dat ik aan kwam waren de verhitte gemoederen gelukkig alweer afgekoeld, want ik merkte er niets van. Ook niet bij de Harries.

Grote blubberzooi

De grap kwam eigenlijk pas na de tweede nacht. Het begon opeens hard te regenen. Toen we ‘s ochtends wakker werden regende het nog steeds. En de buien werden alleen nog maar harder en heviger. Er leek geen einde aan te komen! Tegen de tijd dat wij onze tent uit kwamen was het hele terrein één grote blubberzooi met diepe plassen. Gelukkig stond ons tentje nog precies op een droog stukje. Onze oude plek (waar de Harries ons weg hadden gestuurd) was compleet onder water gelopen. Het zag er naar uit dat hun feestje was afgelopen. Dit gold voor meer mensen, want helaas was onze tipi ook helemaal onder water gelopen. Je moest je over kratten en vlonders een weg banen om er met droge voeten aan te komen. Het was een trieste aanblik. Sommige mensen stonden letterlijk te janken om de schade aan hun spullen. Heel lullig allemaal.

Karma is a bitch

Zo zie je maar weer hoe een goed feest kan vallen of staan met het weer. In ieder geval, toen ik later het verhaal over de Hare Krishna’s en hun gezeik om ons tentje hoorde was ik ze eigenlijk nog dankbaar ook. Wij stonden dankzij hun gezeik nog steeds hoog en droog terwijl zij zelf tot hun knieën door de modder moesten waden. Zou het dan toch iets met karma te maken hebben?

Delen via
Lekker bezig!
(advertenties)