(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Def P en zijn nieuwe bruid zitten in de stad Ulan Batar, heel ver weg in Mongolië. Maar ook daar hebben ze kunstenaars en zelfs hiphopgroepen. In de autobiografische flashback kijkt de rapper terug op zijn meer dan onfortuinlijke brommeravonturen in Amsterdam.

Dinsdag 25 mei – Ulan Batar

DSC_1204Het is een schitterende dag. Tijdens het ontbijt genieten we nog even van de prachtige omgeving van het natuurreservaat en nu is het weer tijd voor een hobbelige busrit naar de stad. Als je hier door de stoffige buitenwijken de hoofdstad binnenrijdt kun je goed zien hoe arm Mongolië is. Als je wat dichter bij het centrum komt wordt alles wat schoner en netter. De mensen blijven hier echter wel autorijden alsof ze met een tracktor over het veld scheuren. Ze zijn in Ulan Batar duidelijk nog niet gewend aan drukke verkeerssituaties. Vooral met oversteken kun je maar beter extra goed uitkijken. Stoplichten en zebrapaden lijken hier puur ter decoratie geplaatst, want waar ze nou eigenlijk echt voor dienen lijkt hier een raadsel. We moeten weer even acclimatiseren na de serene rust van de ongerepte natuur, maar ook de stedelijke Mongoliërs komen vriendelijk en beleefd op ons over. Het vreemde is dat wij hier met ons blanke uiterlijk veel meer opvallen dan in Moskou, maar dat de mensen toch veel normaler op ons reageren. We worden hier amper aangestaard of nageroepen en de mensen die wel kijken en roepen doen dat met een glimlach. Dan heb je in ieder geval nog het gevoel dat ze het goed bedoelen.

Een monnik en een scheet…

In tegenstelling tot Moskou voelen we ons hier welkom en op ons gemak. Onze hotelkamer is ook prima. Na twee dagen als Mongoliër te hebben geleefd is het heerlijk om weer een warme douche te kunnen nemen en de vuurstank uit ons haar te wassen. Na wat zeer mooie plaatjes te hebben geschoten in een primitieve, maar zeer fotogenieke buitenwijk besluiten we het centrum op te zoeken. Eén van de prachtige foto’s die ons dat oplevert is die van een langslopende monnik in een rood gewaad. Ik sta net een paar meter verderop een ongelofelijk smerige scheet te laten terwijl Fenske de monnik met vriendelijke gebaren vraagt of hij even wil poseren voor de camera. De monnik gebaart naar mij dat ik er bij moet komen staan en ik vind het onbeleefd om te weigeren. Plechtig poseren we voor de camera. Precies nu ik naast die monnik sta ruikt het alsof er een beerput wordt opengetrokken. Elke keer als ik deze foto terug zie moet ik een beetje grinniken omdat je gewoon kunt zien dat ik me schuldig voel en de monnik kijkt alsof hij iets heel smerigs ruikt.

In het stugge en strenge Moskou hadden we weinig behoefte om aangeschoten over straat te lopen, maar hier voelen we onszelf zo op ons gemak dat we besluiten om wat van het nachtleven te proeven

DSC_1200Goed, we lopen dus door het centrum van Ulan Batar. Het wordt ons snel duidelijk dat vooral de rijkere Mongoliërs hier komen. De arme mensen proberen zich hier aan te passen door hun netste kleren aan te trekken, maar je pikt ze er toch zo tussenuit. Zoals in bijna elke Aziatische stad kun je ook hier duidelijk de grote contrasten zien tussen arm en rijk. Dat wordt mooi benadrukt bij een kunstexpositie die we bezoeken. Een Mongoolse kunstenaar heeft strakke schilderijen gemaakt van authentieke Mongoliërs in prachtige klederdracht, maar als je goed kijkt zie je dat alle patronen in hun traditionele kleding bestaat uit logo’s van dure westerse merken als Gucci en Louis Vuitton. Het lijken bijna een soort boeddhistische collages.

Kleurrijke kunst

Ook de kunst van de andere Mongoolse kunstenaars is vrolijk en kleurrijk. Een mooi contrast met de eerder besproken depressieve en sombere Russische kunst, die ik trouwens ook erg mooi vind. Het eten en de bediening in de Mongoolse restaurants en bars is uitstekend. Veel beter dan we verwacht hadden. Nadat we alle bezienswaardigheden in het overzichtelijke centrum hebben gefotografeerd gaan we op een leuk terras aan de drank. Niets te klagen over het weer. In het stugge en strenge Moskou hadden we weinig behoefte om aangeschoten over straat te lopen, maar hier voelen we onszelf zo op ons gemak dat we besluiten om wat van het nachtleven te proeven. Buiten dat, we kunnen nu ook eindelijk weer eens uitslapen in een comfortabel bed.

 Mongoolse hiphopgroepenDSC_1213

Die avond bekijken we aardig wat verschillende barretjes van de binnenkant, maar erg wild wordt het hier ’s nachts niet. Tenminste, niet waar wij hangen. Mijn aandacht wordt vooral getrokken door een paar videoclips van Mongoolse hiphopgroepen op een TV scherm dat aanstaat boven de bar. Erg interessant. Zo te zien rappen ze over de vele weeskinderen in de arme gerkampen rond de stad. Dit sluit mooi aan bij onze bijzondere ervaring van de vorige avond. Goed om te zien dat ook hier hiphop een steentje kan bijdragen aan maatschappelijke bewustheid.

Als we ‘s nachts naar ons hotel teruglopen is het opvallend rustig in de stad. Het drukke verkeer van overdag is ’s nachts bijna compleet afwezig. Wat me ook opvalt is dat het alleen maar auto’s zijn. Geen motors, fietsen of brommers. Terwijl je in een land als Vietnam juist weer het omgekeerde ziet. Als je daar oversteekt zie je een horde van honderden ronkende brommers voor de streep. Net een zoemend wespennest. Klaar voor de start van een bizarre race zonder regels. Zelf heb ik mijn portie brommerpech wel gehad. Ik hoef niet zo nodig meer.

 

BROMMER EN KWEL

brommToen ik vierentwintig was haalde ik mijn autorijbewijs. Ik was natuurlijk bijzonder blij en omdat ik nog helemaal in de theorie zat leek het mij wel handig om meteen door te gaan voor mijn motorrijbewijs. Dit bleek een grote vergissing! Ik boekte tien lessen en kreeg meteen met vier verschillende motorinstructeurs te maken. Zonder dat ze het van elkaar wisten vertelden ze me alle vier in soortgelijke bewoordingen dat ik niet oud zou worden als ik motor ging rijden. Als rasechte eigenwijs was drie maal nog steeds geen scheepsrecht, maar na de vierde waarschuwing ging zelfs ik twijfelen. Toch wou ik me niet helemaal uit het veld laten slaan, dus besloot ik als alternatief een vette schakelbrommer te kopen. Je weet wel, zo’n zware opgevoerde Honda MTX. Net of je echt motor rijdt, maar dan op het fietspad. Ik zal nu proberen om een lang verhaal even heel kort te houden: Ik heb twee jaar op dat verdoemde ding rond gereden en binnen die korte tijd vijf behoorlijk heftige ongelukken gehad. Een paar keer scheelde het zeer weinig of ik was dood of invalide geweest. De reparatiekosten waren ook altijd schrikbarend hoog. Erg lullig, maar in ieder geval waren de ongelukken nooit mijn schuld. Maar ja, daar koop je weinig voor als je in je kist ligt.

Vreemd ongeluk…

Het meest vreemde ongeluk ging als volgt: Ik reed ‘s avond laat op een koude vochtige winternacht met ongeveer 60 km/u over de Lelylaan vanuit Osdorp richting het centrum. De weg was lang, recht en leeg, dus zo’n snelheid moest kunnen dacht ik. Maar… tot mijn grote schrik bleek onder de spoortunnel het fietspad plotseling gedeeltelijk weg te zijn gehaald. Er zat opeens een enorme kuil in het midden. Een levensgevaarlijke grappenmaker (of de wind) had het roodwitte waarschuwingsbord plat in het zand gegooid. Vanuit de verte was de kuil niet te zien, maar toen ik er vlakbij was, was het eigenlijk al te laat. In volle vaart dook mijn brommer die kuil in en ik maakte een salto over mijn stuur. Zonder dat ik het besefte plofte ik een paar meter verderop in de berm neer met mijn rug vlak naast een groot hoekig betonblok dat uit het zand stak.

Terwijl ik nog helemaal bij moest komen en nog niet eens op mijn geknakte benen kon staan werd ik alweer aan een vragenvuur onderworpen door twee overenthousiaste malloten

0Een klein stukje meer naar links en ik had dit waarschijnlijk niet naverteld. Als er echt zoiets bestaat als een beschermengel dan was die toen bij me. Mijn brommer, die loodzwaar was, landde met zijn volle gewicht op mijn benen. Zo lag ik daar bewusteloos van de harde klap in die kuil met mijn brommer compleet in de prak bovenop me. Gelukkig hadden twee mannen in een passerende auto het ongeluk gezien, dus die kwamen meteen kijken hoe het met me ging. Eén van hen schudde een beetje aan mijn hoofd zodat ik weer bijkwam. Toen ze op mijn verzoek de loodzware brommer van me af hadden getild kon ik weer een beetje rechtop gaan zitten en van de schrik bekomen. Ik had overal pijn en voelde me zo slap als een vaatdoek. Met veel moeite deed ik mijn helm af. ‘Hé!’ riep een van hen, ‘Jij was gisteren op televisie! Ja toch? Bij Barend en van Dorp! Jij bent toch die rapper? Leuk man! Wat een toeval!’

Rare gasten

Die rare gasten waren het ongeluk onmiddellijk vergeten. Terwijl ik nog helemaal bij moest komen en nog niet eens op mijn geknakte benen kon staan werd ik alweer aan een vragenvuur onderworpen door twee overenthousiaste malloten. Even later kwam de politie er ook nog bij met wat vragen. Er zat een hele rare deuk in mijn been en ik kon bijna niet meer staan of lopen. Ze vroegen of ze een ziekenauto moesten bellen, maar ik wou alleen maar zo snel mogelijk weg van die plek. Een beetje bijkomen in een warme huiskamer zonder gezeik aan m’n kop. Gelukkig woonde mijn neef vlakbij de plek van het ongeluk, dus ik zette mijn brommerwrak op slot en strompelde weg naar de tramhalte. De twee getuigen en de politie verbaast achterlatend. Sukkels. Wat een idiote avond zeg! Had ik weer. De intense pijn genas na een maandje, maar de deuk in mijn been zit er nu nog. Ik ben er nooit mee naar een dokter gegaan. Mijn brommer werd een paar harde klappers (en dure reparaties) later in beslag genomen door de politie. Eind slecht, al slecht. Hoewel, ik leef nog.

Volgende keer in Def P ‘Heen en Onweer’: Ulan Batar + GIRI’S

(advertenties)