(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Op de wereldreis per trein zijn Def P en Fenske inmiddels bij de grens tussen Mongolië en China. Uiteraard is er ook midden in deze woestijn een hoop gedoe… In de flashback nemen de rapper en zijn vrienden een iets te enthousiaste OP-fan genadeloos in de bier-wodka-zeik-mix!

Donderdag 27 mei – Peking Express

DSC_1280We moeten weer eens vroeg aan de bak. We hebben een wake-up call gevraagd om kwart voor zes maar die kwam niet. Gelukkig hebben we zelf ook een wekkertje gezet. We starten onze inpakroutine en staan al snel klaar voor de bus naar het station. Als we bij onze trein aankomen zien we dat de vierpersoons coupé nog helemaal leeg is. Het lijkt er steeds meer op dat dit zo blijft. Een minuut voor het vertrek komen Harold en Chris onze coupé instormen. Ze blijken opnieuw bij ons ingedeeld te zijn, maar ze misten bijna de trein door een slechte planning van het reisbureau in Mongolië. Zij zaten net nog midden in het natuurreservaat en daarom moesten ze hals over kop met een roestige hobbelbus naar het station scheuren. Nog helemaal gestresst en nahijgend van hun race tegen de klok beginnen ze ons hun verse avontuur te vertellen.

Van de regen in de…

De manager van het tentenkamp zou hun met een busje naar het station brengen, maar toen deze niet verscheen werden ze steeds zenuwachtiger. Toen ze hun beklag deden bij de balie was daar niemand die hun helpen kon, dus toen zijn ze ten einde raad maar naar zijn slaapvertrek gegaan. Daar hebben ze net zo lang op de deur gebonkt tot de manager half slapend naar buiten kwam. Vervolgens moest er acuut een busje worden geregeld en dat werd een oud barrel zonder ruitenwissers. Toevallig regende het die ochtend en de weg die ze af moesten leggen was lang, kronkelig en vol met gaten. Dat werd dus een bijzonder wilde rit met zeer slecht zicht op het wegdek. Ze wisten niet of ze nou banger moesten zijn om met de bus over de kop te gaan of om de trein naar China te missen. Hoe dan ook, ze hadden het net op het nippertje gehaald. En zonder kleerscheuren. Terwijl ze het hele verhaal in geuren en kleuren aan ons vertellen worden ze langzaam weer rustig. De trein is inmiddels gaan rijden en onze lange rit van Mongolië naar Beijing is begonnen.

Dwars door de Gobiwoestijn 

DSC_1272Dit bijzondere traject voert ons naar het zuidoosten, dwars door de Gobiwoestijn. We weten van tevoren dat het tijdens deze rit steeds warmer en droger gaat worden. Dat zien we al snel aan het gras, dat elk uur geler en dunner wordt. Het duurt niet lang voordat we door een grote stoffige vlakte rijden. Zowat om de kilometer zien we een half weggerot karkas liggen van een koe, paard of geit die de extreme weersomstandigheden niet heeft overleefd. Verder wordt de geelbruine vlakte alleen doorbroken door telefoonpalen, af en toe een klein dorpje of een stoffige autoweg. Om de lange dag wat te breken gaan we ’s middags uitgebreid lunchen in de restauratiewagen. Er is weinig keuze, maar het is wel stervensdruk in het restaurant. Een forse vrouw, die in haar eentje alle tafeltjes bedient, werkt zich dapper door de klamme drukte heen. Ze zet alle stelletjes tegen over elkaar aan tafels voor vier.

Reizen is bindmiddel

IMG_1996Zo komen Fenske en ik met een gepensioneerd Australisch echtpaar aan tafel te zitten waar we al gauw een leuk gesprek mee hebben. Ze zijn ook net samen door Rusland heen gereisd en hebben een hoop te vertellen. Ook nu blijkt reizen weer een ideaal bindmiddel. De man is geschiedenisleraar geweest en begint ons uit te leggen waarom de Russen zo’n chagrijnig volk zijn. Het is een mooi en goed onderbouwd verhaal over het communisme en hoe dit systeem op de lange termijn elke vorm van ambitie en servicegerichtheid wegneemt bij een volk. De beste man heeft veel interessants te melden, maar helaas komt hij nauwelijks aan het woord omdat zijn vrouw aan één stuk door zit te kleppen over hun reis. We hebben in ieder geval een gezellige lunch.

Je ziet hier bijna nergens mensen en als je ze ziet zijn ze van top tot teen bedekt met kleding en lappen om zich te beschermen tegen de brandende zon en de snijdende zandstormen

Later op de middag stoppen we ergens bij een dorpje midden in de woestijn. Een hele horde kinderen probeert ons flesjes limonade, chips of gekleurde stenen te verkopen. Omdat niemand van hen een woord Engels spreekt roepen ze allemaal door elkaar: ‘Hé! Hé! Hé!’ ‘Hé! Hé! Hé!’ Ze gaan maar door, ook als we weglopen. ‘Het lijken wel een stel snaterende pinquins die achter ons aanhobbelen’, zeg ik tegen Fens. Het is bijna een komisch tafereel, ware het niet dat we duidelijk zien dat de kinderen straatarm zijn en het niet voor de lol doen. De woestijn waardoor we rijden wordt steeds heftiger. Je ziet hier bijna nergens mensen en als je ze ziet zijn ze van top tot teen bedekt met kleding en lappen om zich te beschermen tegen de brandende zon en de snijdende zandstormen. De meeste woestijnbewoners hebben een zonnebril op, dus vaak zie je alleen hun bruinverbrande neus boven de lappen uitkomen om nog een beetje te kunnen ademen.

Wisselen van onderstel

IMG_2000Later die avond hebben we een grensovergang. We gaan nu Mongolië uit en China in. Ook deze grensovergang duurt weer erg lang door het inmiddels bekende verhaal van de vele controles en formulieren. Het bijzondere van deze grensovergang is dat onze trein nu in een grote loods wordt opgehesen om van onderstel te wisselen. Dit moet om op een smaller spoor te kunnen rijden. In de tijden dat Mongolië en China minder vredelievend met elkaar omgingen waren ze bang dat er in een oorlogssituatie misbruik van elkaars trajecten gemaakt zou worden. Dit was theoretisch misschien een slimme beslissing, maar in de praktijk is dit nog altijd een probleem. Ik vermoed dat deze grensovergang nog langer gaat duren dan de voorgaande. Het schijnt zelfs dat we bij Wit Rusland ook al zo’n onderstelverwisseling hebben meegemaakt, maar daar zijn we dan toch doorheen geslapen. Achteraf kan dit wel mijn onrustige nacht van toen verklaren, want er komt nogal wat kijken bij zo’n proces. En dat is nu niet te missen.

Na bier komt wodka

DSC_1286We moeten in de trein blijven zitten dus we kunnen alles zien. Het is een drukke bedoening in de loods met allerlei zware takelmachines die bediend worden door mannetjes met overalls aan en helmpjes op. In het begin is dit vrij spectaculair, maar na een paar uur gaat dit uitzicht flink vervelen. Ik ben na het bier van vanmiddag aan een fles pure wodka begonnen en begin lekker aangeschoten te raken. Net kwamen er een paar strenge Chinese douaniers onze coupé binnen en Fenske, Harold en Chris vonden mij niet zo relaxed. Volgens hen maakte ik flauwe grapjes en zei ik dat we Tibet kwamen bevrijden. ‘Alsof mijn Chinees zo goed is!’ Ik merk dat ze ondertussen mijn fles met wodka hebben verstopt. Kennelijk ben ik de enige met een beetje lol hier. Ik vat het op als een signaal dat ze me irritant vinden, dus ik ga mijn roes uitslapen. Zo kan iedereen weer opgelucht adem halen. Welterusten… Ik kan me herinneren dat we vroeger in Spanje juist de combinatie van wodka en bier gaven aan iemand die we irritant vonden. Zo is de daar verzonnen term “Jorst” voor ons een begrip geworden.

 

JORST

In 1995 waren we met de hele Osdorp Posse en een ploeg vrienden weer op vakantie in Salou. Daar zijn we een paar jaar achter elkaar geweest omdat we er altijd zo veel lol hadden. Nu we een soort bekende Nederlanders waren was het misschien minder handig om nog met zijn allen op vakantie te gaan, maar daar stonden we niet bij stil. Ons schema was als volgt: Overdag was het veel te heet om iets te doen, dus leefde we vooral ‘s nachts. Vlak voor de zon op kwam doken we onze tentjes in en tegen een uurtje of elf ’s ochtends dreef je luchtbed er vanzelf weer uit van het zweet. Tussen elf en twaalf uur kwam iedereen vanzelf bij elkaar rond het zwembad, waar je onder de schaduw van de bomen nog even verder kon slapen op je handdoek. Er kwamen in die tijd al een hoop Nederlandse jongeren daar, maar de meerderheid liet ons met rust.

doEén stronteigenwijs mannetje

Maar er was één stronteigenwijs mannetje nogal hardnekkig. Hij had meteen in de gaten wie wij waren en hij was bloedfanatiek. Elke dag als we daar een beetje bij lagen te komen van een zware nacht kwam hij ongevraagd bij ons zitten met de meest stompzinnige lulverhalen. ‘Hé man, Osdorp Posse weet je, jullie zijn cool man! Ik ben een moordenaar, zuipen, jonkoes roken, vet cool, chickies checken, blablabla weet je!’ Dat soort gelul. En dat dan uren achter elkaar met een onstuitbaar kinderlijk enthousiasme. Als een soort hinderlijke bromvlieg bleef hij de hele dag maar om ons heen zwermen. Hij zat ook de hele tijd te vissen waar we uit gingen. Een paar vrienden van me werden niet goed van die gozer en besloten hem eens goed in de zeik te nemen. Ze zeiden dat als hij ons nu met rust zou laten, hij die avond met ons mee uit mocht. Dat liet de bromvlieg zich geen twee keer zeggen. Hij zoemde meteen weg, en kwam ons ‘s avonds pas weer opzoeken. Hij voelde zich een hele kerel dat hij met ons uit zou gaan.

Hij zette er ook eentje voor onze stoere bromvlieg neer en zei: ‘Dit is nou een Jorst!’ ‘Half wodka en half bier. En dat drinken we allemaal’

oplDie avond vertelde Roy hem dat als hij met ons uit ging, hij ook moest kunnen zuipen zoals wij. ‘Weet je wat een Jorst is?’ vroeg hij. Dat is wat de echte mannen uit Osdorp drinken. En vanavond hang je met de echte mannen! Niemand wist waar Roy het over had, maar ik was benieuwd waar dit verhaal naar toe ging. Toen we bij ons vaste rockcafé aankwamen ging Roy voor iedereen een grote bierpul halen. Hij zette er ook eentje voor onze stoere bromvlieg neer en zei: ‘Dit is nou een Jorst!’ ‘Half wodka en half bier. En dat drinken we allemaal’. Wij proefden meteen dat Roy voor ons gewoon bier had gekocht dus iedereen proestte het uit van het lachen. Die bromvlieg dacht dat we zaten te lachen omdat hij nooit zo’n hele pul op kon. Waarschijnlijk voelde hij zich uitgedaagd en deed hij extra zijn best om de zware combinatie compleet naar binnen te krijgen. Na een Jorst of twee kon onze bromvlieg geen woord meer uit zijn irritante bek krijgen. Hij wankelde ziek en verward weer weg. Hij is die nacht nog ergens kotsend tegen een reclamebord gesignaleerd en daarna hoorden we niets meer van hem.

Een klein beetje lullig 

De volgende ochtend kwam zijn zus naar ons toe of we wisten waar hij was. Ze was ongerust omdat hij een soort ziekte had en medicijnen gebruikte die niet met drank gecombineerd mochten worden. En omdat hij dat wel deed was ze elke dag bang dat het mis zou gaan. ‘Hij kan wel dood zijn!’ zei ze ongerust. Wij wisten ook niet waar hij was, maar we voelden ons nu een klein beetje lullig. Hoewel, toen de zus weer weg was barste iedereen keihard in lachen uit. Net toen we aan het fantaseren waren wat er allemaal voor ergs gebeurd kon zijn kwam hij aanlopen alsof er niets gebeurd was. ‘Hé man, Jorst gezopen, was dronken man, stoer man, hangen met de O.P. weet je, Jorsten zuipen, blablabla weet je!’ De bromvlieg zoemde nu nog harder dan de dagen daarvoor. In zijn perceptie hoorde hij er nou helemaal bij. Roy zei gemeen: ‘Ik had je nog twee Jorsten extra moeten geven’. Die avond bleef het irritante ventje toch maar bij zijn zus.

Volgende keer in Def P ‘Heen en Onweer’: Beijing + HOTEL PINKPOP

Wat vind jij?
Leuk
Leuk Love Haha Wow Huilen Boos
(advertenties)