(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Rapper en schilder Def P is met zijn bruid aanbeland in Tokio, de krankzinnig drukke hoofdstad van Japan. In de gebruikelijke autobiografische flashback rijden we mee met Sjors de Snorder, een wel heel vreemde vogel a.k.a. psychopaat… als dat maar goed gaat!

Woensdag 9 juni – Shanghai – Tokio

1gHet is vijf uur en de wekker gaat. Een uur later staan we met alle bagage klaar in de lobby. Uitgecheckt en wel. We moeten de rit van ongeveer een uur tussen vliegveld en centrum nu in omgekeerde richting maken. Helaas is het al licht. Dat maakt de rit minder spectaculair dan de heenreis, maar we zijn eigenlijk toch nog te versuft om er van te genieten. Daarbij is onze chauffeur nogal een praatgraag patsertje en merk dat Fenske zich flink irriteert aan hem. Het is nog veel te vroeg voor dom gelul, maar ik zit voorin en hoor het aan. Hij laat me Guns & Roses horen alsof het de nieuwste trend is en ik kan er wel om lachen.

Geen onweer

Ik wrijf de slaap uit mijn ogen en kijk om me heen. Het is wat regenachtig, maar dit keer is er geen onweer. Bijna een teleurstelling na alle onweersbuien die we tot nu toe hadden bij elke grensovergang. Maar ja, hoe lang kan zo’n toeval nog aanhouden? Alles verloopt redelijk zoals gepland en het is een mooie vlucht. De tocht begint nogal bewolkt, maar eenmaal boven Japan wordt de lucht juist erg helder. Een mooie bijkomstigheid, want we vliegen een lang eind over het eiland heen. Zo kunnen we het Japanse landschap van bovenaf een beetje bekijken. Dat had over de grond nog een behoorlijke tocht geweest.

Huwelijksreis

1eRond een uur of twaalf staan we op het vliegveld van Tokio. We merken meteen hoe ongelofelijk groot deze stad is. Het centrum blijkt nog ruim anderhalf uur rijden van het vliegveld te zijn, dus we besluiten ter plekke om twee kaarten te kopen voor de “Airport Limousine”. Dat is een soort busservice die vanaf het vliegveld richting de binnenstad rijdt en daarbij stopt bij enkele grote hotels. Gelukkig staat ons hotel ook op de lijst, dus we zitten meteen goed. We worden keurig netjes voor de deur afgezet bij het Grand Prince Royalhotel en binnen worden we zeer aangenaam verrast door een mooie ruime kamer met een fijn balkon op één hoog. En een tweepersoonsbed! Hiervoor sliepen we meestal op losse bedjes, dus Fenske is meteen helemaal blij met deze kamer. Toch nog het gevoel van een huwelijksreis. Zelfs het toilet is overdreven luxe met een verwarmde WC-bril en een speciaal spuitsysteem dat na het poepen je aars schoon spuit. Heel apart. Het lijk me eigenlijk een beetje smerig juist. Ik spring meteen op het grote bed en val als een blok in slaap. We zijn allebei doodmoe van de korte nacht en de lange reis die we net achter de rug hebben.

We doen een dappere poging om naar het centrum te lopen, maar daarmee onderschatten we het formaat van Tokio. Na het checken van wat info blijkt Tokio uit 23 losse wijken te bestaan

1f‘Oh, het is al donker!’ zegt Fens als ze weer wakker wordt. Even later lopen we naar buiten om de stad te verkennen. We zitten duidelijk in het zakelijke gedeelte van Tokio. Overal lopen mannen in nette pakken met kleine zwarte koffertjes rond. Er zijn hier een paar winkeltjes, restaurantjes en een Mc Donalds om de hoek waar ik een vreemde maar lekkere garnalenburger probeer. Verder valt er eigenlijk niet zo veel te beleven in deze buurt. We doen een dappere poging om naar het centrum te lopen, maar daarmee onderschatten we het formaat van Tokio. Na het checken van wat info blijkt Tokio uit 23 losse wijken te bestaan die ieder als een op zich staande stad bestuurd worden. Er wonen hier alles bij elkaar ongeveer net zo veel mensen als in Nederland. Er is dus niet zoiets als “het centrum” maar er zijn er een heleboel. We hebben nu nog geen kaart of een boekje, dus we struinen maar wat. Na vier uur rondlopen tussen saaie kantoren en woonflats vinden we het mooi geweest. ‘We moeten echt meer informatie hebben om gericht te wandelen, want zo ontdekken we niets bijzonders in deze gigantische stad’ zegt Fens. Ik ben het met haar eens.

Speelhal

Hoewel, vlakbij het treinstation bij ons hotel lopen we langs een Pachinkohal. Dat is een soort speelhal waar allemaal oudere mannen in nette pakken kettingrokend achter een soort fruitautomaten zitten. Ik loop nieuwsgierig door de deur naar binnen en sla bijna stijl achterover van de indringende sigarettenwalm en de keiharde housemuziek die boven alle bliepende automaten uit schalt. De zakenmannen, die in lange rijen achter de machines zitten, kijken niet op of om. Alsof ze in een trance zitten gooien ze allemaal zilveren balletjes in de automaten die onbegrijpelijke mangafilmpjes activeren. Het is een soort bizarre combinatie tussen flipperen, gokken, film kijken, gamen en uitgaan.

Wereldnieuws

1bIk houd het snel voor gezien en ontsnap weer uit de stank en de herrie. ‘Ongelofelijk dat Japanse mannen zoiets ontspanning noemen’ zeg ik verbaast. ‘Laten we van onze mooie hotelkamer gaan genieten’ zegt Fens. Op TV kunnen we CNN in het Engels ontvangen, dus we kijken naar het nieuws. Tot onze verbazing haalt Nederland twee keer het wereldnieuws. Geert Wilders met de verkiezingen en Joran van der Sloot laat ook weer eens van zich horen. ‘We maken een goed indruk zo!’ zeg ik spottend.  Maar wat me nog het meest verrast is het nieuwsbericht dat er vandaag (op de dag van ons vertrek!) een bijzonder hevige onweersbui in Shanghai is geweest. ‘Dus toch nog!’ roep ik enthousiast. ‘Dit is toch ongelofelijk?’

Afzetter

Ik laat me heerlijk wegzakken in het grote bed en denk na over onze eerste indruk van Tokio. Zelfs als het saai is, is een eerste indruk toch nog een beetje spannend. Je loopt hoe dan ook voor het eerst door een vreemd land en hebt nog geen idee van wat je te wachten staat qua mensen of situaties. Wat me opviel was dat er in de lange straat, die vanaf het treinstation naar het noorden liep, een rij taxi’s stond van zo’n drie kilometer lang. Dat is wel even anders dan Shanghai gisteren waar juist honderden mensen stonden te wachten en bijna geen taxi’s waren. Ik zie in eens weer de snorder voor me die ons een ritje voor vijf keer de prijs aanbood. Die afzetter was mooi aan het verkeerde adres. Ik loop liever. Toch kunnen die figuren soms erg goed van pas komen.

 

SJORS DE SNORDER

shutterstock_64022752

[foto: style-photography/Shutterstock]

Vlak voor een feest in Ruigoord had mijn vriendin per ongeluk haar fietsketting met slot en al in de gracht laten glijden. Uit boosheid gooide ze haar sleuteltje er toen ook maar achteraan. Dat was eigenlijk niet zo handig, want met een stuk gebogen ijzerdraad had ik de ketting weer uit de ondiepe zijkant van de gracht kunnen vissen. Ik bood haar als troost een nieuw slot aan, maar dat hoefde niet zei ze. Even later was haar fiets op een wiel na ontvreemd, en op het andere wiel na zelfs ontframed. Die pleurisjunks worden steeds handiger!

Paddenstoelenchocolade

Maar goed, het was weer tijd voor een Volle Maansfeest in Ruigoord. Wij konden er helaas niet op de fiets daar naar toe. We besloten met bus 82 te gaan (die eens in het uur reed) en die misten we natuurlijk net op een minuut na. Ongeveer zeven kwartier later arriveerden we bij Ruigoord en kon het feest beginnen. De laatste 82 zou rond twaalf uur weer terug gaan, dus dat was geen optie. We zouden wel zien hoe en wanneer we thuis kwamen. In de Ruigoordkerk trad een leuk bandje (Fred & Barny’s) op, dus we vermaakten ons best. Na veel biertjes en nog meer joints jamde ik nog even lekker met ze mee. Na afloop kregen we paddenstoelenchocolade. Deze combinatie was nieuw voor mij, maar het werkte er niet minder om. Het smaakte ook een stuk beter dan chocoladeloze paddo’s. Even later was iedereen dus flink uit zijn dak. De band was inmiddels vervangen door een DJ. Op zich prima natuurlijk, maar tegenwoordig hebben de meeste van die overschatte schijfruiters nog maar één genre in hun tas: house. En als je niet zo van house houdt heb je dus gewoon pech. Zeker met paddenstoelen op, want dan worden irritante geluidjes al gauw tien keer zo irritant.

Deze mafkees, laten we hem Sjors de Snorder noemen, stond zo strak als een strijkplank en had het ook even gehad met de saaie opdringerige house binnen

Na een lange tijd wat saaie monotone shit te hebben aangehoord kwamen we op het idee om buiten bij het kampvuur te gaan zitten. Het was immers een volle maanfeest! Maar helaas, het was koud, het regende en het vuurtje lag eenzaam en miezerig te smeulen. Daar sta je dan in the middle of nowhere zonder vervoer. Omdat we toch uit ons dak waren en ergens anders wilden verder gaan liepen we de mogelijkheden af om weer in de bewoonde wereld te komen. Mijn neef had een mobiele telefoon bij zich en ik vroeg of hij niet een gek kende die ons wou komen halen. Als door een hogere macht geroepen kwam er net een gek bij het vuur staan die ons gesprek opving. ‘Waar moeten jullie naar toe dan? zei hij.

Mafkees

shutterstock_230116639

[foto: EVA105/Shutterstock]

Deze mafkees, laten we hem Sjors de Snorder noemen, stond zo strak als een strijkplank en had het ook even gehad met de saaie opdringerige house binnen. Hij wou graag iets doen om even uit het lawaai vandaan te zijn en probeerde gelijk iets bij te verdienen. We boden die gast allebei een tientje aan om ons naar Amsterdam te brengen en dat vond hij een goede deal. ‘Ik heb alleen wel een beetje drugs op’ zei hij eerlijk. Nou, ik kan je vertellen dat toen de trip pas echt begon! We stapten met vier personen in en ik ging voorin naast Sjors zitten. Sjors was compleet van de wereld en moest zijn uiterste best doen om zijn auto tussen de juiste witte lijntjes te snui… eh rijden. In het begin was dit wat fokt op, maar toen ik een rustgevend gesprekje met Sjors hield werd het eigenlijk best grappig.

Psychopaat

SjoRs bleek een rasechte kakkeR uit WassenaaR te zijn en was vrachtchauffeuR in papieR en kaRton. Met heel veel nadruk op de WassenaaRse R dus. Als hobby deed hij iets met chemicaliën. Hij wist ons ook precies te vertellen hoe je allerlei bommen en gevaarlijke gassen kon maken. Toen ik voor de grap vroeg of hij ook met terroristen of types als Folkert van der G. omging zei hij serieus dat die nog wel een rekening bij hem had lopen. Kortom, we zaten bij een heuse psychopaat in de auto. En terwijl ik Sjors al pratende bij de les en de weg probeerde te houden kwam de rest op de achterbank niet meer bij van het lachen. Het kostte wat moeite, maar gelukkig heeft hij ons allemaal veilig afgezet. Hopelijk heeft hij Ruigoord ook weer heelhuids teruggevonden. Die hele nacht was één lange vreemde trip, waarvan de terugreis achteraf gezien nog het leukste was. En thuis komen op paddo’s is sowieso een relaxte ervaring. Sjors, bedankt voor je onvergetelijke lift!

Volgende keer: Tokio + GEZOCHT: MAN

(advertenties)