(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Is het na de Brexit tijd voor een Drexit, ofwel alle drugs het land uit? Je zou het bijna gaan geloven als je twee Limburgse VVD’ers hoort. Maar gelukkig weet onze columnist Nicole Maalsté de heren aan de telefoon te krijgen en veegt ze met haar keiharde feitenbezem de vloer aan met die Drexit!

Basisinkomen en coffeeshop

“Als het aan links ligt, ga je straks met je basisinkomen gesubsidieerd naar de coffeeshop”, schreven twee VVD’ers vorige week in de Volkskrant. De liberalen schreven het opiniestuk als reactie op de oproep van de VNG om experimenten met hennepteelt toe te staan. Zij noemen dit een waanidee.

Het opiniestuk staat bol van de ongefundeerde uitspraken. Logisch dus dat nogal wat Volkskrantlezers verontwaardigd reageren. Zo vragen verschillende mensen zich terecht af welk oorzakelijk verband er bestaat tussen gelegaliseerde wietverkoop en een gesubsidieerd basisinkomen. Ook wijzen lezers op (bewust) foutief geïnterpreteerde feitelijkheden. Een lezer schrijft: “Ondanks de feitelijk vrije verkoop hebben we in Nederland geen wietprobleem met onze kinderen. Uitspraken over West-Brabant en Maastricht zijn op zijn minst tendentieus, zo niet onwaar.”

Bellen met de VVD

Anton Kirkels is VVD- Statenlid en Joost van den Akker is VVD-fractievoorzitter in de Provinciale Staten van Limburg.  Zover ik dat via internet kan achterhalen hebben ze zich nooit eerder in het drugsdebat gemengd. Wat beweegt deze Limburgse VVD’ers om vlak voor de zomervakantie dit opiniestuk te schrijven? Ik besluit contact met hen op te nemen. In eerste instantie krijg ik geen reactie op mijn mail. Als ik het daarna telefonisch probeer, staat Van den Akker mij graag te woord. Het gesprek verloopt desondanks moeizaam. De man is op zijn hoede. Kennelijk is mijn reputatie als criticaster mij vooruitgesneld.

Schermafbeelding 2016-07-12 om 13.36.20

Vier miljoen Nederlanders hebben wel eens een jointje gerookt, maar in de ogen van de VVD zijn het allemaal ‘drugsgebruikers’… [foto: Eskymaks/Shutterstock]

Pervers

Van den Akker steekt zijn minachting over druggebruikers zoals hij cannabisliefhebbers consequent blijft noemen niet onder stoelen of banken. Ook als ik hem voorhoud dat 4 miljoen Nederlanders wel eens een jointje hebben gerookt, blijft hij volhouden dat het geen taak van de overheid is om burgers te beschermen tegen schadelijke gevolgen van drugsgebruik. De jonge VVD’er volhardt in zijn standpunt dat de overheid een verkeerd signaal afgeeft, wanneer de productie van cannabis wordt gelegaliseerd. “De overheid kan mensen niet verbieden om zichzelf de vernieling in te helpen, maar je moet het ook niet stimuleren.” Waarom gebruiken mensen eigenlijk drugs? vraagt hij mij op een gegeven moment. Tsja, waarom vrijt iemand onveilig, doet iemand suiker in zijn koffie, eet iemand wel eens een frietje, of rijdt iemand wel eens iets te hard over de snelweg?

De hardnekkigheid waarmee hij de bestaande werkelijkheid van duizenden blowende Nederlanders ontkent, zou ik eerder verwachten bij iemand van een christelijke partij dan bij een liberaal

Het is natuurlijk niet de eerste keer dat ik met een politicus over het cannabisbeleid  van gedachten wissel. Het kennisniveau bij politici over dit onderwerp is over het algemeen zeer bedroevend. Van den Akker vormt wat dat betreft geen uitzondering. Maar de hardnekkigheid waarmee hij de bestaande werkelijkheid van duizenden blowende Nederlanders ontkent, zou ik eerder verwachten bij iemand van een christelijke partij dan bij een liberaal. In de ogen van Van den Akker is het idee alleen al dat legalisering ertoe zou kunnen leiden dat meer Nederlanders cannabis gaan gebruiken moreel verwerpelijk. Een overheid zou zich niet moeten verlagen tot het stimuleren van zo’n schadelijke gewoonte. In het artikel schrijven de heren letterlijk: “De belastingopbrengst heeft bovendien iets pervers: de overheid gaat aan drugsgebruik nog geld verdienen ook.”

Kloof

Ik besluit wijselijk om mij niet te laten verleiden tot een debat over schadelijke gedragingen waar de overheid onze schatkist mee spekt. Dan zouden we nog wel een tijdje bezig zijn. Het lijkt me zinniger om erachter te komen in hoeverre de VVD de roep vanuit de samenleving om cannabis te reguleren serieus neemt. Ik houd hem een aantal cijfers voor. Uit recent onderzoek van Motivaction blijkt dat 77% van de VVD-stemmers vindt dat cannabis gereguleerd of zelfs gelegaliseerd moet worden. Op verschillende ledenvergaderingen van de VVD is het onderwerp op de agenda gezet. De indieners vinden over het algemeen dat de VVD niet langer kan volhouden dat het gedoogbeleid succesvol is. Zij sluiten zich aan bij de roep van burgemeesters en de VNG om experimenten met hennepteelt toe te staan.

Democratie

shutterstock_376989322

Waarom neemt de VVD de roep om legalisering van wiet – ook vanuit de eigen achterban – niet serieus? [beeld: Aleynikov Pavel/Shutterstock]

Van den Akker lijkt weinig boodschap te hebben aan de problemen die het onduidelijke gedoogbeleid in de samenleving creëert: “Het is aan de volksvertegenwoordigers om hier een besluit over te nemen. Zij maken een afweging op basis van wat hen op dat moment goeddunkt. Zo werkt onze democratie.” Met andere woorden: als je eenmaal op het pluche zit, dan hoef je je verder niks aan te trekken van het volk. Een houding die we tegenwoordig bij meer politici aantreffen die denken dat zij zelf wel kunnen bedenken wat goed is voor Nederland. Met dit soort volksvertegenwoordigers wordt de kloof tussen de overheid en samenleving alleen maar groter.

Je ziet het wel meer bij ex-verslaafden en zwaar-gelovigen. De wereld moet zich aan hen aanpassen omdat zij niet in staat zijn om op een normale manier met de verlokkingen van het leven om te gaan

Eerlijk is eerlijk, de Limburgse ‘liberalen’ staan niet helemaal alleen in hun standpunt. Ene Egbert Bömers, die jarenlang zelf wiet heeft gebruikt noemt het een ‘moedig stuk’. In een reactie op een ander artikel liet deze onvermoeibare reaguurder al een keer weten dat het consumeergedrag in Nederland hem tegen staat: “Je hebt heel wat uit te leggen als je niet wenst te genieten.” Reden voor hem om de twee puriteinse VVD’ers een hart onder riem te steken: “Goed dat u de maatschappelijke schade probeert te repareren die ontstond toen VVD-zwaargewicht Frits Bolkestein op 18 mei 2010 met anderen in de NRC pleitte voor legalisering van álle drugs. Trekt u lekker niks aan van de humorloze coffeeshopbazen en hun slippendragers die hier met bekende riedels op de proppen komen. Tien jaar lang heb ik zowat dagelijks wiet gerookt. Het land verdient een drugsexit, kortweg een Drexit. Rotzooi is ook na legalisering rotzooi.”

Struisvogel

Je ziet het wel meer bij ex-verslaafden en zwaar-gelovigen. De wereld moet zich aan hen aanpassen omdat zij niet in staat zijn om op een normale manier met de verlokkingen van het leven om te gaan. Onder het motto: Als je iets niet ziet, dan bestaat het ook niet. Noemden we dit niet struisvogelgedrag?

Het wordt hoog tijd dat de heren en dames die denken dat cannabisconsumptie verdwijnt door het verbieden van coffeeshops, growshops en hennepteelt enige realiteitszin krijgen bijgebracht. Het internationale verbod op cannabis stamt uit een ver verleden toen er nauwelijks cannabis werd gebruikt en er al helemaal geen problemen met cannabis in Nederland waren. Het instellen van dit verbod was een waanidee dat tot veel problemen heeft geleid, een historische vergissing.

Het wegkijken van het probleem en het weigeren om na te denken over een oplossing van dit probleem is struisvogelgedrag.

[openingsfoto: alphaspirit/Shutterstock]
(advertenties)