(advertentie)
(advertentie)
(advertentie)

Al naar gelang hun verplaatsbaarheid binnen de plant kunnen we een onderscheid maken tussen de verschillende elementen: de makkelijk verplaatsbare en de moeilijk verplaatsbare elementen.Gebrekverschijnselen ontstaan, als er ongeveer 10 % van een element ontbreekt in het plantenweefsel. Deze tekorten uiten zich in kleurveranderingen aan het blad, of afsterving hiervan. Zoals reeds eerder opgemerkt, lijken deze gebrekverschijnselen erg op elkaar, dus oplettendheid is geboden, en een analyse zeker niet overbodig

Makkelijk verplaatsbare elementen

Makkelijk verplaatsbare elementen zijn: N (stikstof), P (fosfor), K (kalium), Mg (magnesium) en het spoorelement Zn (zink) Deze geven in de plant een gebrek te zien aan de oudste bladeren, omdat deze elementen verplaatst worden ten behoeve van de jonge plantedelen. Bij ernstige tekorten van deze elementen zal het effect door de hele plant te zien zijn.

N-gebrek: egaal lichtgroene bladkleur, gepaard aan minder groei, vroegere bloei en hogere schimmelgevoeligheid.

P-gebrek: slecht ontwikkelde wortels, latere bloei, klein blad en paarsverkleuring.

K-gebrek: geremde verdampingsstroom, waardoor achterblijvende groei, smalle bladeren, dunne stengels en gele bladranden.

Mg-gebrek: roodverkleuring van bladstelen en vlekkerig blad uiteindelijk geelverkleuring tussen de nerven en bladval.

Zn-gebrek: dwerggroei met draaiende bladeren, “stug” aanvoelend gewas, geelverkleuring met daaropvolgend afsterving en een ijzer-tekort door antagonistische werking.

Moeilijk verplaatsbare elementen

Moeilijk verplaatsbare elementen zijn: Ca (calcium, kalk), S (zwavel), Fe (ijzer), Mn (mangaan), B (borium), Cu (koper) en Mo (molybdeen). Deze blijven achter in de oudere delen van de plant en kunnen niet getransporteerd worden naar de jongste delen, waardoor een gebrek zich bijna altijd uit in het bovenste gedeelte van het gewas of in ieder geval in de jongste delen. Indien er een tekort aan deze elementen geconstateerd wordt, dient er direct voor gezorgd te worden dat er voldoende aanwezig is in de voedingsoplossing, anders wordt de schade onherstelbaar.

Ca-gebrek: Afsterving van de groeipunt, beginnend bij het jongste blad, hogere schimmelgevoeligheid. Zoals eerder reeds opgemerkt ontstaat een Ca-gebrek o.a. door een te lage verdampingsstroom, veroorzaakt door te hoge luchtvochtigheid.

S-gebrek: Egale vergeling van het (jonge) blad. Dit is een tekort dat alleen op substraat voorkomt. In grond is het een zeldzaamheid.

Fe-gebrek: Sterke chlorose waarbij zelfs de nerven op den duur geel worden en uiteindelijk bijna wit. IJzergebrek is vaak een antagonistisch effect van overdoseringen van andere elementen en moeilijk op waarde te schatten.

Mn-gebrek: geelverkleuring tussen de nerven met een fijne structuur. Lijkt op magnesium gebrek.

B-gebrek: slechte wortelontwikkeling, bladvervorming, afsterving van de groeipunt, beginnend bij het jongste blad.

Cu-gebrek: Bladranden krullen naar beneden en gaan slaphangen. De bladkleur is sterk afwijkend van gezond gewas.

Mo-gebrek: Slechte wortelontwikkeling, smalle bladeren op lange steel, afsterving tussen de nerven en van de bladranden.

Op geen enkele wijze pretendeert de schrijver van dit stukje een volledig overzicht te hebben gegeven van alle biochemische en fysiologische processen in een plant. Dit is slechts bedoeld als info blad om de complexiteit van de materie aan te geven.

Met dank aan Waldemar Boot van Bio Nova

(advertenties)