(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

In de bloeifase produceert een vrouwelijke wietplant haar zoete vruchten. Logisch dus dat deze tijd voor kwekers enorm belangrijk is. Maar wanneer is een wietplant klaar voor de bloei? Wat gebeurt er dan allemaal en hoe hoort zo’n bloeifase eigenlijk te verlopen? 

Afgezien van zogenaamde autoflower wietsoorten, bloeien wietplanten niet vanzelf wanneer ze er klaar voor zijn, maar wordt de bloei veroorzaakt door het aantal dagelijkse lichturen. Krijgt een wietplant per dag 14 uur of minder licht, dan zal ze daardoor overgaan tot de bloei. Wanneer je je wietplant dus wil laten bloeien, kun je als binnenkweker helemaal zelf bepalen door het aantal lichturen naar 14 uur of minder (doorgaans 12 uur) te verkorten.

Wanneer bloeien?

Je kunt een wietplant meteen in bloei laten gaan, maar het valt aan te raden om haar eerst vier tot vijf weken de tijd te geven om te groeien. Je kunt ook afgaan op het formaat van je planten en op de bloeifase overschakelen op het moment dat ze ongeveer half zo groot zijn als je ze aan het einde van de bloeifase wenst. Wietplanten worden met name in het begin van de bloeifase, namelijk nog zo’n twee keer zo groot als ze aan het einde van de groeifase waren.

De bloeifase van week tot week

Hoe lang de bloeifase precies duurt is afhankelijk van de soort, maar gemiddeld duurt de bloeiperiode van indica wietplanten tussen de 7 en 10 weken. Sativa dominante soorten doen er meestal wat langer over dan 10 weken. Tijdens deze bloeiweken kun je ongeveer het volgende verloop verwachten.

  • Bloeiweken 1 tot 2: Nadat de lichtperiode naar 12 uur is omgezet, begint de wietplant zich voor te bereiden op de bloeifase met een extra snelle groeispurt. Dit kan doorgaan tot in de vijfde week van de bloeifase en de planten kunnen soms meer dan verdubbelen in omvang en hoogte. Je zult in deze weken misschien ook al de eerste bloeihaartjes kunnen zien.
  • Bloeiweken 3 tot 5: De groeispurt loopt op zijn einde en er komen steeds meer bloeihaartjes bij zodat ze de eerste kleine topjes beginnen te vormen.
  • Bloeiweken 5 en verder: De topjes worden steeds groter en groeien aanzienlijk. Clusters van bloemen groeien dicht en vormen lange toppen die we ook wel cola’s noemen. Zaadhulsjes zwellen op en tegen het einde van de bloeifase zullen de bladeren vergelen nu de plant in de herfstfase van haar leven komt. De bloeihaartjes die eerst wit en dik waren, gaan nu steeds meer indrogen, verschrompelen en worden bruin van kleur.
  • Laatste 2 bloeiweken: In deze twee weken geef je de planten geen meststoffen meer, maar alleen nog schoon water. Dit noem je spoelen en het komt de smaak van de wiet ten goede.

Eén-, of toch tweehuizig?

Wanneer je met gefeminiseerd zaad of stekken kweekt zul je alleen maar vrouwelijke bloei, en dus toppen zien, maar er zijn nog meer bloeivormen mogelijk bij cannabisplanten. Een wietplant is namelijk tweehuizig en heeft dus mannelijke en vrouwelijke planten. Soms kunnen wietplanten echter ook éénhuizig zijn, bij zulke hermafrodieten groeien de mannelijke en vrouwelijke bloemen aan dezelfde plant.

mannelijkebloei

Mannelijke bloemknoppen

  • Mannelijke bloei: Een mannelijke wietplant produceert dan misschien geen wiet, maar wel bloemen. Uit deze bloemen die beginnen als knopjes en er dan uitzien als balletjes, komt stuifmeel dat je kunt gebruiken om zaden mee te kweken. Gaat het je echter om de wiet, dan kun je een mannelijke plant beter ver weg houden van je vrouwelijke wietplanten, want een bevruchte vrouwelijke wietplant levert veel sterkere en dikkere wiettoppen op: sensimilla dus, oftewel wiet zonder zaad.
  • Hermafrodiet: Door stress of wanneer wietplanten te lang doorgaan met bloeien, maken vrouwelijke planten soms ook mannelijke bloemen aan en hebben we dus te maken met een hermafrodiet. Hermafrodiete planten produceren geen goede wiet. Een plant met een enkele mannelijke bloem aan het eind van de bloeifase produceert wel goede wiet en is eigenlijk geen echte hermafrodiet.

Bloeivoeding

Om zo groot mogelijke toppen te kunnen maken hebben wietplanten in de bloeifase een andere voedingsbehoefte dan in de groeifase. Bloeivoeding is daarom rijk aan Fosfor (P) en Kalium (K) en bevat naar verhouding minder stikstof (N).

[Openingsfoto: noxnorthys, Shutterstock]
Delen via
Lekker bezig!
(advertenties)