(advertentie)
(advertentie)
(advertentie)

De zomer van 2022 zal waarschijnlijk als een uitzonderlijk hete en droge zomer de boeken in gaan, en waarschijnlijk gaan we alleen nog maar meer van dit soort zomers krijgen. Tijd dus voor een artikel voor binnenkwekers die niet aan een zomerstop willen doen. Waar moet je op letten, en welke permanente oplossingen zijn er tegen typische kweekproblemen in de zomer?

Een hete en lange zomer is heerlijk voor buitenkwekers. Voor binnenkwekers is al die extra warmte echter eerder een last dan een zegen. Als het buiten een kweekruimte namelijk al tussen de 25 en 28 graden is, dan kan het kwik onder een kweeklamp tot ver boven de 30 graden oplopen. En dat is veel te warm voor wietplanten, die het eigenlijk het liefste een graad of 26, en zeker niet boven de 28 graden hebben.

Warmteproblemen voor binnenkwekers

Wanneer het weken achter elkaar te warm is in een kweekruimte, dan zullen er vanzelf uiteenlopende kweekproblemen ontstaan. Afhankelijk van de fase waarin wietplanten zich bevinden, kunnen ze onder meer hittestress ondervinden, uitdrogen, veel te veel strekken, hun water en voeding niet goed verdampen (en opnemen) en kunnen toppen niet goed uitharden. Het is echter lastig om de warmte omlaag te krijgen zonder airconditioner, maar er zijn gelukkig wel andere dingen die je kunt doen om je wietplanten binnen een zinderende zomer door te helpen.

Tip #1: Let op de VPD-waarde

Hoewel je de temperatuur zonder airconditioner niet gemakkelijk omlaag kunt brengen, kun je de luchtvochtigheid gelukkig wel wat makkelijker verhogen. Gelukkig maar want de luchtvochtigheid en temperatuur staan rechtstreeks met elkaar in verbinding. Met een hogere luchtvochtigheid kunnen je wietplanten dan ook beter tegen de hitte, omdat de planten dan minder vocht zullen verliezen/verdampen.

Uiteraard is het voor de opname van water en voeding wel belangrijk dat wietplanten genoeg vocht verdampen, dus moet je een zekere balans zien te vinden tussen de temperatuur en de luchtvochtigheid. Maar daar bestaat gelukkig deze handige VPD-kaart voor. VPD staat voor Vapour Pressure Deficit en geeft het verschil aan tussen de hoeveelheid vocht in de lucht, en de hoeveelheid vocht die de lucht maximaal kan vasthouden.

Dat klinkt misschien ingewikkeld maar op de VPD-kaart hoef je eigenlijk alleen maar te lezen welke luchtvochtigheid bij welke temperatuur wordt aangeraden. Is het bijvoorbeeld 35 graden in je kweekkast, dan zou je daar idealiter een luchtvochtigheid van 90% bij moeten hebben. Je kunt dan een luchtbevochtiger gebruiken, of gewoon wat meer water geven. Bakjes met water neerzetten helpt ook, net zoals een paar natte handdoeken in je kweekruimte ophangen.

Hoe dichter je bij de 90% luchtvochtigheid komt, hoe beter het is. Hoewel, je moet natuurlijk ook rekening houden met de levensfase van je plant. 90% luchtvochtigheid in de bloeifase is ondanks de hitte, nog steeds vragen om toprot.

Hou de warmte en luchtvochtigheid in balans met de VPD-waarde.

Tip #2: Pas je afzuiging aan

Het beste wat je natuurlijk voor een wietplant met warmteproblemen zou kunnen doen, is de temperatuur omlaag brengen. Zonder airco is dat wellicht lastig maar helemaal hulpeloos ben je ook weer niet tegen de warmte. Omdat het in je kweekruimte warmer is dan erbuiten, kun je de temperatuur ook omlaag krijgen door meer lucht af te zuigen. Dit doe je (zeker in de zomer) uiteraard bovenin je kweekruimte, omdat daar de warmste lucht zit; warme lucht stijgt immers op.

Overweeg dus een afzuiger met wat meer capaciteit in de zomer. Er zijn diverse dimbare modellen verkrijgbaar die je in de winter gewoon wat zachter kunt laten draaien. Daarbij maken afzuigers met wat meer capaciteit doorgaans ook nog eens minder geluid, omdat ze op een lager toerental kunnen draaien.

Tip #3: Zuig koelere lucht aan

Niet alleen aan de uitgang kun je de temperatuur van de lucht in je kweekruimte beïnvloeden, maar ook aan de ingang. Hoe warmer de lucht is die je namelijk aanzuigt, hoe warmer het ook in je kweekruimte zal worden. Vaak loont het daarom de moeite om eens te kijken of je koelere lucht kunt aanzuigen vanuit een andere ruimte in je huis. Vaak is het al in een naastgelegen kamer wat koeler, om het simpele feit dat je daar niet de warme lucht uit je kweekkast of -tent in blaast. Het kan daarom ook nog lonen om ook de warme en gebruikte lucht uit je kweekkast naar een andere kamer of direct naar buiten af te voeren.

Tip#4: Dim je kweeklamp

Het ligt misschien voor de hand maar hoe minder warmte je kweeklamp produceert, hoe minder warm het ook in je kweekruimte zal worden. Het kan daarom helpen om ook je kweeklamp soms te dimmen als het erg warm wordt. Uiteraard gaat dit ook ten koste van je opbrengst, maar een te hete kweekruimte zorgt er ook voor dat je minder zult oogsten. Misschien kun je de temperatuur zo net genoeg omlaag krijgen, zodat de VPD-waarde (zie tip #1) met behulp van een wat hogere luchtvochtigheid toch net in het groen uitkomt.

Gebruik de dimmer van je kweeklamp als het te warm wordt.

Tip #5: Hou je wortels koel

Een koel wortelgestel helpt je wietplanten tijdens warme periodes. Vergelijk het met een teiltje koud water voor je voeten tijdens een hittegolf. Probeer de wortels daarom zoveel mogelijk te isoleren tijdens de zomer. Plaats bijvoorbeeld een laag piepschuim op je plantenpotten, of gebruik een waterkoeler als je een hydrosysteem gebruikt.

Tip #6: Geef wat meer voeding

Eén van de problemen waar binnenkwekers in de zomermaanden vaak mee te maken krijgen, is dat hun planten door de warmte veel gaan strekken. In de groeifase en in de overgang naar de bloeifase kunnen de planten dan gemakkelijk te hoog worden en tegen de kweeklamp aan groeien. In de bloeifase kunnen wietplanten bij overmatige hitte tenslotte ook gewoon doorstrekken. De toppen worden dan luchtig en niet hard en compact zoals je dat graag zou willen.

Om het strekken enigszins tegen te gaan kun je je planten in de hete maanden wat meer voeding geven. Een wat sterkere voedingsoplossing zorgt ervoor dat ze wat minder strekken, terwijl een waterige voedingsoplossing de extra groei in de hoogte juist stimuleert.

Tip #7: Scroggen en toppen

Tegen het overmatig strekken helpt het ook om je wietplanten tijdens de groeifase wat vaker te toppen, of je planten goed te scroggen. Bij beide kweektechnieken zorg je er namelijk voor dat de groei over meer groeipunten (toppen) verdeeld wordt. Hierdoor zal de plant in zijn geheel minder snel de hoogte in groeien. En heb je dan toch nog een top die wat te hoog wordt, dan kun je die nog altijd supercroppen om hem wat lager te krijgen.

Scroggen en toppen vergroot het aantal groeipunten, en remt daarmee de groei in de hoogte. Foto: Thanakrit Homsiri, Shutterstock

Tip #8: Ga mulchen en gebruik een uitvloeier

Nog een gevolg van aanhoudende warmte, is natuurlijk dat de aarde in je plantenpotten uitdroogt. Dit moet je zien te voorkomen, omdat uitgedroogde aarde daarna vaak niet goed water meer kan opnemen. Daarnaast kunnen hele delen van je wortelgestel verloren gaan als de aarde echt lang uitgedroogd blijft. Het aanbrengen van een isolerende mulchlaag voorkomt verdamping en helpt zo om de aarde vochtig te houden. Is je aarde onverhoopt toch helemaal uitgedroogd, dan kun je een uitvloeier gebruiken zodat het water weer goed kan worden opgenomen. Yuccah van BAC is een natuurlijke uitvloeier die je planten niet beschadigt, maar een heel klein druppeltje afwasmiddel in het water werkt ook (als je het maar niet te vaak doet).

Tip #9: Voedingssupplementen tegen de warmte

In aanhoudende warmte zullen je planten het ook met bovenstaande tips misschien toch nog wat te warm hebben. Met een paar supplementen kun je ze daar weerbaarder tegen maken. Om te beginnen helpt een silicium toevoeging tegen hittestress. Het maakt celwanden sterker en beschermt daardoor ook nog eens tegen insecten. Het tweede supplement tegen hitte is zeewier maar gebruik dan wel speciale zeewier-extracten voor planten. Ze beschermen niet alleen tegen de warmte maar verhogen ook nog eens je opbrengst. Huminezuur is nog een supplement dat tegen hittestress beschermt, en werkt ook nog eens goed in combinatie met een zeewier-toevoeging.

Kweek je met biologische voeding, dan doe je er ook goed aan om nuttige bacteriën oftewel een bodemleven aan je aarde toe te voegen. Hiermee kun je de aarde wat natter houden zonder dat je bang hoeft te zijn voor wortelrot. De bacteriën helpen ook om de biologische voeding voor je wietplanten vrij te maken, dus eigenlijk kun je als biokweker sowieso niet zonder. Voor hydrokwekers zorgt het ervoor dat de kans op wortelrot wat afneemt, wanneer het hydro-water te warm wordt.

Tip #10: Bloei sneller af op 6/18

Zijn je toppen al dermate gestrekt dat je geen ruimte meer hebt, en wil je gewoon snel aan je volgende (koelere) kweekronde beginnen, dan kun je je planten met een 6/18 lichtschema altijd nog sneller afbloeien. Niet alleen zullen ze hiermee sneller klaar zijn, het verminderde aantal lichte uren zorgt er ook voor dat het in je kweekruimte minder heet wordt.

[Openingsfoto: Thanat Jirapongsit, Shutterstock]
(advertentie)