(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

PK-boosters. De meeste kwekers hebben er wel eens van gehoord, of misschien weleens gebruikt. Begrijpelijk want het gebruik van PK-boosters kan een groot verschil maken voor wat betreft de topvorming van wietplanten. Er bestaat echter wel onduidelijkheid over het correcte gebruik van zo’n PK-booster, de meeste kwekers gebruiken het spul te vroeg en te veel. 

Bijna iedere producent van plantenvoeding heeft wel een PK-booster. Soms heet het simpelweg PK-booster maar er zijn ook bedrijven die er een eigen naam aan geven. Zo maakt Canna bijvoorbeeld PK 13/14 en verkoopt BAC het gewoon als PK Booster.

Een veel gehoorde naam voor PK-boosters is PK 13-14. De getallen 13 en 14 staan dan voor de verhoudingen aan fosfor en kalium, want dát is een PK-booster in feite: een extra fosfor en kalium toevoeging. Het woord ‘booster’ geeft de indruk dat je er je toppen mee oppompt. Dit is deels waar, maar het zorgt er ook voor dat veel kwekers het spul veel te veel en veel te vroeg inzetten.

Het woord ‘booster’ geeft de indruk dat je er je toppen mee oppompt. Dit is deels waar, maar het zorgt er ook voor dat veel kwekers het spul veel te veel en veel te vroeg inzetten.

Niet overdrijven

Veel kwekers horen of lezen over de resultaten van succesvolle kwekers en het gebruik van PK-boosters. Met de dikke toppen van anderen in hun achterhoofd gaan ze dan ook met een PK-booster aan de slag. Hierbij overdrijven ze de hoeveelheden en dat leidt tot teleurstellende resultaten.

Wanneer je een PK-booster namelijk teveel en te vroeg in de cyclus geeft, ontstaat er namelijk een stikstof overschot. De fosfor en kalium overschotten zorgen er namelijk voor dat deze stoffen juist helemaal niet kunnen worden opgenomen, wat de hele voedingsbalans uit evenwicht brengt. De plant heeft van de macro-elementen alleen nog stikstof tot haar beschikking, met alle nadelige gevolgen van dien.

Een fosfor en kalium lockout ziet eruit als een stikstof overschot. Diep groene bladeren en omlaag krullende (en in erge gevallen verdorde) bladpunten.

Omdat zo’n stikstof overschot lijkt op een tekort aan fosfor en kalium, geven kwekers in zo’n geval vaak nóg meer PK-booster. Maar dat maakt de problemen alleen maar erger.

Waarom een PK-booster gebruiken?

Nu je weet dat een PK-booster in feite alleen uit fosfor en kalium bestaat, zul je je wellicht afvragen waarom het spul überhaupt als aparte toevoeging gemaakt wordt. Fosfor en kalium zitten immers ook in iedere basisvoeding, nietwaar?

Wanneer alleen een basis plantenvoeding voor de groei- en bloeifase gebruikt wordt, merk je als kweker soms dat wietplanten in de bloeifase wat tekort komen. Dit is op zich niet erg, maar heeft wel te maken met een extra grote behoefte aan fosfor en kalium, die wietplanten vanaf halverwege de cyclus hebben.

Aan het begin van de bloeifase worden de toppen gevormd. Voor deze extra groei verbruikt de plant in deze weken van de bloeifase wat meer fosfor. Een extra fosfor toevoeging op het juiste moment zorgt voor meer topontwikkeling en een algeheel grotere gezondere plant.

Als onze wietplanten wat verder komen in de bloeifase, neemt ook de extra behoefte aan kalium toe. Kalium zorgt er dan voor dat de bloemen mooi afrijpen, en de toppen hard en compact kunnen worden. Het correcte gebruik van een PK-booster kan een wereld van verschil maken, maar jammer genoeg kun je er ook gemakkelijk teveel van geven. En dan doet een PK-booster juist meer kwaad dan goed.

Correct gebruik van PK-boosters

Juist, hoe moet je PK 13-14 of PK-boosters dan wél gebruiken? Dat zullen we je vertellen, om te beginnen moet je je goed beseffen dat een PK-booster een aanvulling is op de basisvoeding. In een basis-bloeivoeding zit ook fosfor en kalium, dus daar dien je rekening mee te houden.

Ook heeft je plant tot aan de tweede week van de bloeifase (twee weken nadat je de lamp op 12 / 12 gezet hebt) zeker nog geen extra PK toevoegingen nodig. Je gebruikt een biologische PK-booster dan ook alleen in week nummer 2, 3 en 4 van de bloeifase. In de vijfde week profiteren je planten daar ook nog van, aangezien het dan nog in de grond zit. Minerale PK-boosters zijn direct opneembaar, dus daarmee kun je beter wachten tot de vierde week van de bloeifase.

Je geeft PK-boosters alleen in week 2, 3 en 4 van de bloeifase, in bescheiden hoeveelheden.

 

Omdat fosfor en kalium zoals gezegd ook al in de basisvoeding zit, raden we aan om de helft tot twee derde van de op de verpakking aangeraden hoeveelheid te gebruiken. Stop ook niet met het geven van de basisvoeding, want naast fosfor en kalium heeft een wietplant ook in de bloei gewoon nog steeds behoefte aan een beetje stikstof en micro-elementen.

Je leest het, het is niet moeilijk om een PK-booster te gebruiken en het kan een hoop verschil maken. Het is alleen zo dat teveel PK-booster veel meer kwaad doet dan een klein fosfor en kalium tekort. Het is beter wanneer je planten een beetje honger hebben, dan dat je ze ziek maakt met teveel fosfor en kalium.

[Openingsfoto: h3c7orCast, Shutterstock]
(advertenties)