(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Hydrokweken is voor veel thuiskwekers nog steeds een beetje intimiderend, en dat komt voor een groot deel door het voeden. Op hydrosystemen hebben wietplanten immers geen aarde waar ze uit kunnen putten, maar zijn ze volledig afhankelijk van jou. Dat klinkt misschien eng maar het is ook weer geen raketwetenschap.

Er zijn een heleboel verschillende hydrosystemen, maar ze zijn allemaal ruwweg onder te verdelen in twee types. Je hebt hydrosystemen waarbij het voedingswater na gebruik afgevoerd wordt en je hebt systemen waarin het water circuleert en na gebruik teruggevoerd wordt naar de planten. We noemen dit in het Engels drain to waste en recirculating systemen. Voorbeelden van drain to waste systemen zijn druppelsystemen en simpele met de hand bewaterde hydrosystemen. NFT (Nutrient Film Technique) systemen, eb en vloed systemen en DWC (Deep Water Culture) systemen zijn voorbeelden van recirculerende systemen.

Direct opneembare meststoffen

Wietplanten die met hun wortels in de aarde staan, halen hun voeding uit de aarde. Organisch materiaal uit de aarde en uit biologische plantenvoeding moet dan onder invloed van het bodemleven eerst omgezet worden in voor de plant opneembare meststoffen voor de plant het kan gebruiken. Natuurlijk zitten er in biologische flesvoeding ook direct opneembare meststoffen, maar dit is grofweg wel hoe voeding in aarde vrijkomt voor planten.

Direct opneembare minerale meststoffen en boosters van Canna voor het gebruik in hydrosystemen.

In een hydrosysteem bestaat er geen bodemleven, en soms geeneens een medium. Als je wel met een medium werkt is die inert, oftewel levenloos. Mediums zoals steenwol of kleikorrels dienen in zulke systemen alleen om houvast te bieden aan de wortels en voedingswater vast te houden, maar bevatten geen bodemleven die organisch materiaal afbreekt in opneembare meststoffen. Om deze reden, en ook omdat organisch materiaal uit biologische plantenvoeding in het systeem gemakkelijk kan gaan rotten en voor verstoppingen kan zorgen, moeten we in hydrosystemen voeden met direct opneembare meststoffen. Dit noem je ook wel minerale meststoffen. Het klinkt je misschien als iets moeilijks in de oren maar het komt er in de praktijk gewoon op neer dat je moet vragen naar plantenvoeding die geschikt is voor het gebruik in hydrosystemen. Net als bij de teelt op aarde heb je de keus uit groeivoeding, bloeivoeding, wortelstimulators en bloeiboosters.

  • Hydrosystemen zijn onder te verdelen in drain to waste, en recirculerende systemen.
  • Het bodemleven in aarde zet organisch materiaal om in opneembare meststoffen.
  • Mediums in hydrosystemen hebben geen bodemleven. De voeding moet direct opneembaar zijn.

Lagere pH waarde

Nog meer dan bij de teelt van planten op aarde, is het bij hydrologisch kweken van belang dat het voedingswater de juiste pH waarde heeft. Anders dan bij de teelt op aarde ligt de juiste pH waarde bij hydrokweken iets lager. Waar je wietplanten bij de teelt op aarde blij maakt met voedingswater met een pH

Een pH meter en ijkvloeistof om de pH meter mee te ijken. Foto: vallefrias, Shutterstock

waarde van 6,5 tot 7, geven wietplanten op hydrosystemen de voorkeur aan een iets lagere pH waarde tussen de 5,2 en 6,3. De pH waarde stel je pas bij nadat je de voeding door het water hebt gemengd en bij voorkeur ook pas wanneer het water op de juiste temperatuur is gekomen. Meet en pas de pH waarde in circulerende hydrosystemen zo vaak als je kunt aan, want het kan nogal fluctueren. Je hebt hiervoor een pH meter nodig en voor een accurate meting moet je die op gezette tijden ijken met ijkvloeistof.

Voedingsconcentratie

Uiteraard is het bij het aanmaken van het voedingswater van belang dat je de juiste hoeveelheid voeding gebruikt. Om dit te meten heb je een zogenaamde EC meter nodig. Zo’n EC meter meet eigenlijk niet hoeveel voeding in het water zit, maar de elektrische geleidbaarheid van het water. EC staat dan ook voor Electric Conductivity. Hoe meer voeding (zouten) in het water, hoe beter dat het geleid.

Nog vaker dan bij de teelt op aarde, geven hydrokwekers hun planten teveel voeding. Het komt eigenlijk nauwelijks voor dat kwekers te weinig voeding geven. Wanneer je met hydrokweken begint, doe het dan rustig aan met de voeding. Veel kwekers spenderen veel geld aan flesvoeding in de hoop op dikke toppen om teleurgesteld te worden met verbrande bladpunten. Zelfs wanneer je minder voeding gebruikt dan het etiket aangeeft kunnen je planten al teveel krijgen. Het is het best om voor je eerste hydrokweek met 30 procent van de hoeveelheid voeding die op het etiket staat te beginnen, je zult verstelt staan van de resultaten die je met slechts een derde van de aangeraden hoeveelheid voeding zult halen.

Een EC meter om de geleidbaarheid (EC waarde) van een oplossing te meten. Hoe beter een vloeistof geleidt, hoe meer deeltjes in het water.

Voedingswater op peil houden

Zoals gezegd zijn er twee types hydrosystemen, recirculerende en die waarbij het voedingswater na gebruik wordt afgevoerd. Bij recirculerende systemen heb je hierdoor te maken met een voedingsreservoir waarin het water steeds terugkomt. Omdat de wortels van de planten een deel van de voedingszouten opnemen, maar ook weer stoffen aan het water afgeven, zul je merken dat zowel de pH waarde als de EC waarde van het voedingswater schommelt. We moeten hierom de verschillende waardes dus blijven meten en op peil houden. Ook moet de hoeveelheid water in het systeem aangevuld worden, en af en toe worden vervangen.

Door dagelijks de EC waarde van het water te meten, weet je precies hoeveel voeding de planten hebben opgenomen, en of ze behoefte hebben aan een sterkere of juist minder sterke oplossing. Begin met het meten van de EC-waarde van het water in je voedingsvat. Stel je voor dat je bij de eerste meting een EC-waarde van 1,5 meet en de volgende dag is je EC-waarde gezakt naar 1,1. Dat betekent dat je plant die dag meer voeding heeft opgenomen dan water. Dan is de voedingsbehoefte dus groter en kun je de EC-waarde bijvoorbeeld verhogen naar 1,8.

Meet de volgende dag weer en blijf dit elke dag doen. Stel dat je een dag later een EC-waarde van 2,4 meet (dit is niet waarschijnlijk, maar het gaat even om het voorbeeld), dan weet je dat je plant juist meer water dan voeding heeft opgenomen en dat de voedingsbehoefte dus verminderd is. Verdun je voedingswater dan, bijvoorbeeld naar een EC-waarde van 1,6. Hoe stabieler je de EC-waarde weet te krijgen, hoe meer je in de buurt komt van de ideale EC-waarde. Zorg ervoor dat je het voedingsreservoir om de paar dagen blijft aanvullen zodat het altijd vol zit. Ververs je voedingswater ongeveer om de twee weken, kleine systemen iets eerder en ook wanneer de planten groot zijn en erg veel drinken kun je het water iets eerder verversen. Meet en controleer in ieder geval dagelijks.

[Openingsfoto: mitchell, Shutterstock]
Delen via
Lekker bezig!
(advertenties)