(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

We hadden dit artikel ook ‘de geheimen van de beste wiet’ kunnen noemen. Als je de factoren die we in dit artikel bespreken namelijk in orde weet te houden, dan ben je al bijna verzekerd van geweldige cannabis. Vooral de laatste weken van de bloeifase zijn cruciaal, dus zorg in ieder geval dán voor perfectie in je kweekruimte…

Voor de beste wiet moet alles in orde zijn in de kweekruimte. Er moet voldoende licht zijn en het mag de plant eigenlijk aan niets ontbreken. Wat veel kwekers echter niet weten, is dat met name de laatste maand van de cyclus het verschil maakt tussen ‘gewone’ wiet en wiet waarmee cannabis cups worden gewonnen. Maar het begint uiteraard allemaal met een zaadje…

#1: de genen

De beste wietplanten hebben natuurlijk ook de beste genen. Wil je kwalitatief geweldige wiet kweken, dan moet je daarom ook beginnen met geweldige wietzaadjes of geweldige stekken. Als je aan stekken van een cupwinnende wietsoort kunt komen, dan ben je verzekerd van wietplanten met de beste genen.

Gebruik je zaadjes, dan moet je rekening houden met verschillende fenotypes. Net als broers en zussen of een nest met kuikentjes, zijn ook wietzaadjes verschillend. Natuurlijk lijken ze wel op elkaar, maar de allerbeste kwaliteit wiet is meestal afkomstig van één of enkele topzaadjes. Gebruik daarom stekken van een superieure kwaliteit, of maak je eigen stekken van een superieure wietplant waarvan je de kwaliteit kent.

Hoe dan ook. Zaken als geur en smaak en effect maar ook opbrengst, compactheid en het uiterlijk van je wiet, liggen voor een groot deel genetisch vast.

#2: het kweekmedium

Wietplanten groeien het snelste in water of hydrologische mediums maar wiet met de beste kwaliteit kweek je toch echt op aarde. Hoewel hydrokwekers je misschien anders zullen vertellen smaakt biologisch op aarde gekweekte wiet voor de meeste mensen toch het beste. Dat komt omdat aarde veel meer mineralen bevat dan flesvoeding, en dan met name de micro-elementen.

#3: de temperatuur en luchtvochtigheid

Tuurlijk licht is belangrijk en voeding ook, maar de temperatuur is voor de kwaliteit van wiet misschien nog wel belangrijker. En dan met name in de laatste weken van de bloeifase, als de meeste trichomen al gevormd zijn. Is het te koud, dan groeien de toppen niet veel. Is het echter te warm, dan verdampt een te groot deel van de terpenen (aromatische stoffen). De ideale temperatuur ligt rond de 26, 27 graden.

Ook de luchtvochtigheid is in de laatste fase van groot belang voor de kwaliteit van wiet. Bij een lage luchtvochtigheid worden namelijk meer cannabinoïden en terpenen geproduceerd. Ook helpt een droge lucht om problemen met toprot en schimmels te voorkomen, dus hou de luchtvochtigheid tijdens de laatste bloeiweken zo laag mogelijk. Liefst rond de 30 procent.

#4: LED kweeklicht

Old school kwekers gebruiken misschien liever HPS kweeklampen, maar de beste en meest compacte wiet kweek je tegenwoordig toch echt met LED. Dit heeft te maken met twee dingen. In de eerste plaats is het lichtspectrum van LED completer, en kunnen LED-fabrikanten het spectrum ook naar eigen inzicht aanpassen. Daarnaast stralen LED lampen minder warmte uit, waardoor minder terpenen zullen verdampen, en de geur en smaak dus beter bewaard blijft in de uiteindelijke oogst.

#5: spoelen en curen

De beste wiet heeft een lekkere sterke smaak maar voelt juist zacht aan bij het roken. Maak je er wietolie van dan wordt die niet bitter op je tong. Het heeft te maken met de hoeveelheid chlorofyl in de toppen. Chlorofyl is het bladgroen en dat heeft namelijk een bittere smaak en voelt scherp aan als je het rookt. Door wietplanten in de laatste periode alleen water te geven, wordt een deel van het chlorofyl in de toppen afgebroken. Door de wiet na de oogst nog een periode te laten rijpen, raak je nog meer chlorofyl kwijt. Lees hier hoe je een wietplant spoelt, en lees hier hoe je de wiet na de oogst kunt laten rijpen.

#6: lekker langzaam drogen

Ook na het oogsten, of helemáál na het oogsten, is het belangrijk om de vluchtige terpenen zoveel mogelijk vast te houden. Drogen heeft dan ook ook een grote invloed op de kwaliteit van wiet, en moet zeker niet versneld worden met een hoge temperatuur of ventilators. Eigenlijk droog je voor de beste kwaliteit zo langzaam mogelijk, en omdat ook licht cannabinoïden afbreekt doe je het het beste in het donker.

#7: knippen

Je zou het niet zeggen maar voor de smaak maakt het wel degelijk uit hoe je wiet geknipt is. Sowieso loont het om pas na het drogen te knippen, al is dat wel wat lastiger. Maar door de wietbaadjes tijdens het drogen te laten zitten, verleng je de droogperiode, wat de smaak ten goede komt. Probeer bij het knippen zelf, de toppen daarnaast zo min mogelijk aan te raken, om alle plakkerige trichomen te behouden. Knip verder zo secuur mogelijk want het oog wil ook wat.

[Foto’s: Shutterstock. 2: Victoria43, 5: TBurke, 6: Meridith Major, 7: Roxana Gonzalez]
(advertenties)