(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Het vochtgehalte in een mooie wiettop is als het jaar van een goede wijn of de rijpheid van een bijzondere kaas. Het moment waarop je je wiet van de waslijn haalt, en hoe je het vervolgens bewaart maakt dan ook een wereld van verschil in kwaliteit. Te droge wiet is scherp en verliest smaak en te natte wiet kan zelfs schimmelen. Beheers jij de fijne kunst van het wiet drogen?

Het lijkt zo simpel in vergelijking met al het werk dat je al hebt verricht om tot het moment te komen waarop je wiet überhaupt kunt gaan drogen. Wat kan er immers makkelijker zijn dan je wiet een paar dagen aan de waslijn te hangen? Wel, een hoop dus want het vochtgehalte onderscheidt middelmatige wiet van de cupwinnaars, en kan iemands rokervaring maken of breken. Maar hoe moet je dan wél drogen? Wanneer haal je je wiet van de waslijn?

Wiet drogen

Hoe lang een top moet drogen verschilt. Het hangt af van de luchtvochtigheid in de droogruimte, de temperatuur en natuurlijk het volume van de top zelf. Het spreekt voor zich dat een dikke compacte top meer droogtijd nodig heeft dan een luchtig topje. Eén ding is echter wel zeker; hoe langzamer je wiet droogt hoe beter het is voor de smaak. Gebruik dus geen ventilators in je droogruimte, maar ververs wel de lucht. Het drogen gaat perfect in een lege kweekruimte met alleen de afzuiger aan. Verder breken cannabinoïden af onder invloed van licht, dus daarom drogen we wiet altijd in het donker.

Wiet droog je het beste in het donker zonder extra verwarming. Foto: Canna Obscura, Shutterstock

Zoals gezegd is het lastig om te zeggen hoe lang het drogen precies gaat duren. Heb je echter luchtige topjes en is de luchtvochtigheid laag, dan kan het drogen soms supersnel gaan. Binnen een dag of vier vijf is je wiet dan ineens kurkdroog, dus hou je wiet tijdens het drogen altijd in de gaten. Een dikke compacte indica top heeft doorgaans een dag of tien nodig om te drogen.

De knaktest en de rooktest

Na een week tot tien dagen zullen je toppen in ieder geval aan de buitenkant droog aanvoelen. Wellicht zijn ze klaar om in potten te laten rijpen (curen) maar dit weet je pas zeker als je het test. Hiervoor kun je twee snelle testjes uitvoeren, de knaktest en nog leuker: de rooktest!

  • Om te bepalen of je wiet al van de waslijn af kan, voer je eerst de knaktest uit. Neem hiervoor een paar van de stammetjes en buig die langzaam om tot ze knakken. Breken de takken daarbij met een duidelijk knakgeluid, dan is de wiet waarschijnlijk wel droog genoeg. Probeer de knaktest ook bij wat dikkere stammen om te checken of ook de dikkere toppen goed gedroogd zijn.
  • Na de knaktest ga je over tot de rooktest. Deze is simpel, lekker en zeker geen straf. Draai een pure joint van de wiet en steek ‘m op. Wanneer de joint netjes blijft branden dan is de wiet droog genoeg om te laten curen. Moet je de joint steeds opnieuw aansteken, laat de wiet dan nog even wat langer drogen.

Het juiste vochtgehalte is niet alleen belangrijk voor de smaak van je wiet, maar kan ook voorkomen dat je wiet gaat schimmelen wanneer je het in potten stopt om te laten curen. Een wiettop kan aan de buitenkant droog aanvoelen, maar aan de binnenkant nog veel vocht bevatten. Wanneer je zulke wiet opbergt kan het vocht niet verdampen, en kan het gaan schimmelen terwijl jij denkt dat het lekker ligt te rijpen.

Stop een kleine hygrometer in je curepotten om het vochtgehalte van je wiet scherp in de gaten te houden.

Wanneer je een fijnproever bent en je cupwinnaar gaat curen, dan kun je overwegen om een kleine luchtvochtigheidsmeter (hygrometer) in je curepotten bij je wiet te bewaren. Op deze manier weet je altijd exact wat het vochtgehalte in je wiet is. Als je deze manier van curen wil proberen, lees dan dit artikel over perfect gecurede wiet. Hieronder een lijst met vochtgehaltes en wat ze te betekenen hebben.

  • 70% of hoger: de wiet is nog te nat en moet nog buiten de pot nog verder drogen.
  • 65 – 70%: de wiet is bijna droog genoeg om te curen. Laat de deksel van de pot open tot de luchtvochtigheid onder de 65% daalt.
  • 60 – 65%: de wiet is droog genoeg om te curen. De stammen breken en de pot mag afgesloten worden. Open de pot dagelijks een kwartiertje om de wiet te laten ademen (burpen).
  • 55 – 60%: de wiet is droog genoeg en kan voor een langere periode opgeborgen worden zonder dat je de deksel hoeft te openen of je zorgen over schimmels hoeft te maken.
  • 55% of lager: de luchtvochtigeheid is te laag voor de wiet om te kunnen curen. De wiet voelt gortdroog en broos aan. Door een stukje sinaasappelschil in de pot te doen zal de wiet wel minder droog worden, maar het zal niet verder curen. Voorkom dus dat je wiet zo droog wordt.
(advertenties)