(advertentie)
(advertentie)
(advertentie)

Als je deze miniserie over stekken maken tot nu toe hebt gevolgd, dan weet je wat een geschikte moederplant is, hoe je een stekruimte inricht, hoe je stekken snijdt en welke materialen je daarbij nodig hebt. Als het goed is ben je dus helemaal gereed om je stek te laten wortelen en naar de kweekruimte te verplaatsen. Komt goed uit want dat is precies wat we vandaag gaan doen.

Nadat we eerder goede moederplanten hebben geselecteerd, de stekruimte hebben ingericht en onze stekken hebben gesnoeid, gaan we de stekken in dit deel overzetten naar de kweekruimte. Dat kan uiteraard pas wanneer iedere stek wortels heeft, dus laten we daarmee beginnen.

Stekken laten wortelen

In principe zijn we klaar met het maken van de stekken, ze staan immers in de propagator, lekker vochtig onder een voorgroeilamp. Maar omdat er bij de overgang van stek naar jonge plant nogal wat mis kan gaan, nemen we ook dit deel van het stekken maken mee. De belangrijkste regel tijdens de eerste dagen van het wortelen? Laat je stekken met rust!

Laat de stekken de eerste dagen zoveel mogelijk met rust in hun couveuse… Foto: Danaan, Shutterstock

Naarmate de stekken wat langer staan, mag de luchtvochtigheid in de stekkas wat omlaag. Begin met een luchtvochtigheid van ongeveer 80% en eindig na twee weken met zo’n 60%. In het begin moet het blad nog veel vocht uit de lucht opnemen maar op den duur nemen de wortels deze functie steeds meer over. Wanneer de pluggen na een week wat droger worden, mag je ze wat nieuw water geven. Steenwolpluggen kun je simpelweg even onderdompelen.

Wanneer de stekken zo’n 10 dagen staan hebben ze als het goed is wortels, en mag het deksel van de stekkas eraf. Zorg er dan wel voor dat de stekruimte een luchtvochtigheid heeft van zo’n 60 %. Je kan de stekken nu ook licht gaan benevelen om uitdroging te voorkomen. Als de plant wortels begint te maken, zie je dat aan de topjes. Die worden wat lichter van kleur en de groei komt op gang. Reageer hierop en verlaag de luchtvochtigheid (naar zo’n 60%) om de wortelgroei verder te stimuleren.

Als een stek voldoende wortels heeft, kun je hem verpotten en in de kweekruimte plaatsen. Foto: OpenRangeStock, Shutterstock

Van stek- naar kweekruimte

Laat de stekken nu nog een dag of vijf in de stekruimte staan (zonder deksel en met een luchtvochtigheid rond de 60%). Af en toe kun je een stekje optillen om te kijken hoeveel wortels ze hebben. Wanneer je een stuk of vijf wortels ziet uitsteken zijn de stekken klaar om overgezet te worden naar de kweekruimte. Wacht niet te lang, want de stekken beginnen zo langzamerhand behoefte te krijgen aan meer licht en een voedingsrijke bodem. Voorkom uitdroging en zet de ventilator na het overzetten maar mondjesmaat aan.

Verpot de stekken naar hun eindbestemming in de kweekruimte en zorg voor een milde overgang. Zet je stekken dus niet meteen in het volle licht van je kweeklamp maar hang die wat hoger of dim hem wat. Zet ze niet in de volle wind van een ventilator. Je stekken hebben wel wortels maar nog niet zoveel, ze zouden kunnen uitdrogen van te veel wind.

De afzuiging hoeft ook niet op volle toeren te draaien, dit houdt ook de luchtvochtigheid in het begin nog wat hoger. Langzaam kun je de lichtintensiteit opvoeren en de luchtvochtigheid wat laten zakken. Kijk goed naar de planten, want daaraan kun je zien of je goed bezig bent.

[Openingsfoto: picsbydarah, Shutterstock]
(advertenties)