(advertentie)
(advertentie)
(advertentie)

Het zit overal in de lucht, is geurloos en maakt ongeveer driekwart van de atmosfeer van de aarde uit: stikstof. De natuur heeft er te veel van maar wietplanten kunnen niet zonder. Stikstof is zelfs een van de belangrijkste voedingsstoffen voor wietplanten. Je vindt het dan ook in vrijwel iedere fles plantenvoeding terug.

Stikstof is ontzettend belangrijk voor de fotosynthese, want het zorgt voor een groot deel van de aanmaak van chlorofyl. Dat is de stof waarin licht in energie (suikers) wordt omgezet, zodat je wietplant kan groeien en bloeien. Chlorofyl zorgt er ook voor dat je wietplant een mooie groene kleur krijgt; het wordt in het Nederlands dan ook bladgroenkorrels genoemd. Het is dus belangrijk dat je plant geen stikstof tekort komt, en al helemaal niet in de groeifase. Omdat stikstof bijdraagt aan een snelle groei, hebben wietplanten juist in deze fase een grotere behoefte aan stikstof. In de bloeifase gebruikt een wietplant ook stikstof, maar niet zoveel als in de groeifase.

Stikstoftekort

Wietplanten krijgen een mooie groene kleur door stikstof maar het omgekeerde is ook waar; een tekort aan stikstof zorgt ervoor dat het groen uit de bladeren trekt. De bladeren gaan dan vergelen en worden inefficiënt. Bladgroen is immers nodig voor de fotosynthese.

Een wietplant die zo vergeelt is hongerig voor stikstof! Foto: fukume, Shutterstock

Stikstof is ook een van de zogenaamde mobiele meststoffen. Dat betekent dat het zich binnen de plant kan verplaatsen, in tegenstelling tot de immobiele meststoffen zoals bijvoorbeeld calcium of ijzer. Wanneer een wietplant niet genoeg stikstof kan opnemen, haalt ze het dan ook (omdat het mobiel is en omdat het dus kan 😉 ) uit haar onderste bladeren om te gebruiken voor de nieuwe groei bovenin. Om deze reden zal een tekort aan stikstof altijd eerst onder aan de plant te zien zijn. Vergelen je onderste bladeren en kruipt de vergeling langzaam omhoog, dan kun je ervan uitgaan dat je plant niet genoeg stikstof binnenkrijgt.

Te veel stikstof

Zoals met alles, kan een wietplant ook te veel stikstof binnenkrijgen. En omdat de plant dan veel chlorofyl gaat aanmaken, zie je dan ook dat de bladeren donkerder groen van kleur worden. Dat niet alleen maar het blad gaat er ook van glanzen, en de bladpunten buigen zich naar beneden. Net als een tekort aan stikstof, zie je de symptomen van een overschot ook het eerste aan de lager groeiende bladeren.

Tot zover is dit geen ramp, en de donkere kleur en de glans geven zelfs een gezonde indruk. Toch kun je maar beter wat minder (groei)voeding geven als je wietplanten erg donker van kleur zijn en zo glanzen. Het overschot maakt stammen namelijk zwak, en zorgt voor wiet met een sterke grasgeur. Niet erg lekker!

Een licht stikstof overschot herken je aan diep donkergroene en overdreven glanzende bladeren. Foto: Bukhta Yurii, Shutterstock

Wanneer een stikstof (voedings)overshot echt problematisch wordt, is als je bladeren vanuit de punten naar het midden toe beginnen te verdorren. Als dit gebeurt en je tevens erg donkere, glanzende bladeren hebt met omlaag krullende punten, dan is het wellicht een goed idee om even te stoppen met de plantenvoeding.

pH en plantenvoeding

Heb je een tekort of een overschot aan stikstof in de smiezen, dan hoeft dat niet per se te betekenen dat er geen stikstof of te veel stikstof aanwezig is bij de wortels. Het kan namelijk ook liggen aan een verkeerde zuurtegraad bij de wortels. Als de pH-waarde daar namelijk te hoog of te laag is, dan kunnen wietplanten al hun voedingsstoffen of sommige (zoals bijvoorbeeld stikstof) niet goed opnemen. Om deze reden is het belangrijk om bij tekorten en overschotten eerst uit te sluiten dat het wortelmilieu de juiste pH-waarde heeft. Voor wietplanten op aarde is dat ongeveer tussen de 6 en de 6,5 en voor wietplanten die hydrologisch gekweekt worden ligt de juiste pH-waarde tussen de 5,8 en 6,3.

Kweek je hydrologisch, dan meet je waarschijnlijk al de pH-waarde. En zo niet dan is dat makkelijk want dan hoef je alleen het voedingswater te meten met een pH-meter. Kweek je op aarde dan is het wat lastiger, en moet je een sample van je aarde nemen en testen. Hoe je dit doet dat lees je hier.

Blijkt de pH-waarde verkeerd, en gebruik je groeivoeding voor wietplanten (of bloeivoeding voor wietplanten in de bloeifase). Dan kun je er in de meeste gevallen vanuit gaan dat de zuurtegraad het probleem veroorzaakt. Pas de zuurtegraad van het voedingswater in dat geval aan en breng de pH-waarde van je aarde daarmee langzaam (over de periode van een aantal waterbeurten) op de juiste waarde.

In hydrosystemen is het aanpassen van de pH-waarde altijd een stuk makkelijker, omdat de aanpassing dan meteen goed is. In dat geval kun je namelijk gewoon het voedingswater aan- of afzuren en op de juiste pH-waarde brengen met pH-plus of pH-min. Uiteraard gebruik je ook gewoon pH-plus en -min om voedingswater voor aarde op de juiste waarde te brengen.

Stikstof tekorten of overschotten oplossen

Mocht de pH-waarde bij de wortels gewoon goed zijn, en je hebt last van een tekort dan wel overschot aan stikstof, dan kun je dat in de meeste gevallen oplossen met de basisvoeding. Gebruik groeivoeding dan wel bloeivoeding voor wietplanten, en dus geen Pokon of iets dergelijks. Bij een tekort aan stikstof geef je gewoon wat meer groeivoeding dan je deed. Bij een overschot aan stikstof kun je een paar keer water geven (met de juiste pH-waarde) zonder voeding.

(advertentie)