(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Kijk toch eens wat een dikke vette top! Het is geen gewone dikke vette wiettop maar een zeldzame en gewilde mutatie die bij (wiet)planten kan optreden en polyploïde genoemd wordt. Polyploïde planten hebben cellen met meer chromsomen waardoor ze dus ook groter en dikker worden. 

Je hebt geen testlab nodig om te zien dat een polyploïde wietplant een gewilde wietplant is. De eigenschappen zijn overduidelijk en de extreem dikke toppen van een polyploïde wietplant zeggen alles. Helaas is de eigenschap van nature zeer zeldzaam en hebben de meeste cannabisliefhebbers nog nooit een polyploïde wietplant in het echt gezien. Toch schijn je ze zelf te kunnen maken met …krokusbollen!

De dikke, in de breedte uitgerekte toppen zijn niet de enige eigenschap van polyploïde wietplanten. Gelukkig maar want anders kon je een polyploïde wietplant pas in de bloeifase herkennen. Je maakt wietplanten namelijk polyploïde door de zaden te behandelen, en van iedere honderd behandelde zaden zullen maar enkelen polyploïde worden. Heb je eenmaal een polyploïde wietplant, dan kun je daar wel stekken van nemen.

Polyploïde wietplanten hebben dus enorme toppen en ze ruiken ook nog eens ontzettend sterk. Het zijn geweldige toppen voor de liefhebber, alleen zijn ze niet gemakkelijk om te kweken. De gemuteerde wietplanten groeien namelijk erg langzaam waardoor ze eigenlijk alleen geschikt zijn om in een Sea Of Green te kweken. Heb je eenmaal polyploïde stekken, dan kun je dit natuurlijk wel gemakkelijk doen.

Wanneer je zelf polyploïde wietplanten wil maken, dan is er zogezegd slechts een klein slagingspercentage. Gelukkig kun je een polyploïde wietplant al vrijwel direct na het ontkiemen herkennen. Het eerste worteltje is namelijk duidelijk een stuk dikker dan dat van een gewone (diploïde wietplant. Andere eigenschappen zijn aan elkaar gegroeide bladvingers, vier bladeren per node, dikke donkergroene bladeren, gulzig voor meststoffen en water, grote huidmondjes (stomata), verkleuring van de bloeiharen (roze onder black light), extreme potentie (40 tot 45% THC!).

Triploïde: 100% zaadloos

Behalve polyploïde (tetraploïde) planten en diploïde wietplanten (gewone wietplanten) zijn er ook triploïde wietplanten. In tegenstelling tot polyploïde planten groeien triploïde wietplanten wel snel en hebben ze ook hun gewilde eigenschappen. Triploïde wietplanten kunnen zich namelijk niet voortplanten en hebben toch extreem veel THC, zo’n 25 tot 35 procent. Hierdoor hoef je met triploïde planten dus nooit bang te zijn dat er per ongeluk een plant wordt bevrucht door ongewild rondzwevend stuifmeel, en kweek je supersterke wiet. Met triploïde wietplanten kweek je dus altijd 100% zaadloze wiet met extreme THC-waarden.

Heb je eenmaal een polyploïde wietplant, dan kun je daarmee gemakkelijk triploïde zaad maken. Je hoeft de polyploïde wietplant daarvoor alleen maar te kruisen met een gewone wietplant. Het maakt daarbij niet uit of de moeder- of de vaderplant polyploïde is.

Polyploïde wietplanten maken

Het maken van een polyploïde wietplant kan met verschillende stoffen zoals cafeïne, oryzalin of colchicine. Die laatste stof schijnt de beste resultaten te geven, maar een waarschuwing is op zijn plaats. Colchicine is namelijk een dodelijk gif dat je absoluut nooit zou moeten gebruiken in een ongeventileerde ruimte, zonder handschoenen en een gasmasker.

Omdat Colchicine zo giftig en trouwens ook niet gemakkelijk verkrijgbaar is, beschrijven we de experimentele methode waarbij je gebruik maakt van de colchicine uit de bollen van krokussen. Met behulp van de krokusbollen kun je namelijk ook een colchicine oplossing maken.

Vermaal/plet twee krokusbollen en voeg hier 80 milliliter gedistilleerd water bij. Iedere krokusbol bevat namelijk ongeveer 0,4 gram colchicine, dus 80 milliliter water op twee bollen levert een 10% colchicine oplossing, wat de beste resultaten schijnt te geven. Je hoeft de gemalen bollen niet uit het water te filteren. Raak de krokusbollen oplossing niet aan en gebruik handschoenen en draag een veiligheidsbril en een shirt met lange mouwen wanneer je ermee gaat werken. Laat je wietzaden vervolgens in deze oplossing ontkiemen en spoel ze na een dag of drie, vier, goed schoon met water voor je ze in de grond stopt.

Krokusbollen bevatten het giftige colchicine dat wietzaden polyploïde zou kunnen maken. Foto: photowind, Shutterstock

Aan het eerste worteltje kun je zien of er inderdaad een polyploïde zaailing tussen zit. Deze is in vergelijking met die van de gewone (diploïde) zaailingen duidelijk opgezwollen en dik. Tot slot een laatste waarschuwing, je wietzaden kunnen ook doodgaan door de behandeling met colchicine. Mocht dit het geval zijn, dan kun je het ook proberen met slechts één of anderhalve krokusbol per 80 milliliter gedistilleerd water.

Delen via
Lekker bezig!
(advertenties)