(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Veel thuiskwekers kopen iedere ronde nieuwe wietzaden of stekken. Een kostbare en onvoorspelbare manier om aan wietplanten te komen. Zaden leveren vrijwel altijd verschillende fenotypen en aangekochte stekken bevatten dikwijls ongedierte. Eigen stekken zijn daarentegen gratis, voorspelbaar en op nog geen 0,1 vierkante meter te maken. 

Op een of andere manier denken een hoop hobbykwekers dat het maken van stekken een soort hogere wiskunde is, wat je maar beter aan anderen kunt overlaten. Ook leeft het idee dat je voor een paar stekjes een aparte groeiruimte nodig hebt waardoor de meeste mensen er bij voorbaat maar niet aan beginnen.

Zelf stekken maken is echter helemaal niet zo moeilijk als je misschien denkt, en biedt je een zee aan nieuwe mogelijkheden. Zelfgemaakte stekken zijn daarnaast gratis en leveren voorspelbare wietplanten op. Iedere stek is namelijk een genetische kopie, en wordt dus exact net zo’n goede wietplant als haar moederplant. Er zitten een hoop voordelen aan het maken van je eigen stekken:

  • Met stekken maak je gratis wietplanten.
  • Stekken zijn net zo goed als hun moederplant.
  • Een tuin met dezelfde stekken groeit homogeen op, alle planten zijn hetzelfde.
  • Stekken worden nooit hermafrodiet.
  • Stekken van een bloeiende wietplant krijgen ontzettend veel toppen (monstercroppen).
  • Wissel je beste stekken gemakkelijk uit met bevriende kwekers.
  • Door zelf stekken te maken, kun je snellere rondes kweken.

Stekruimte

Natuurlijk moet je wel een ruimte reserveren om je stekken te laten wortelen, maar dit hoeft maar een bescheiden plekje te zijn. In een propagator (stekkasje) met een oppervlakte zo klein als een A4-tje passen al iets van 24 stekjes, dus veel meer dan een kwart vierkante meter heb je niet nodig om zelf stekken te maken. Je kunt zelf een kleine kweekkast in elkaar timmeren of een kleine kweektent voor stekken kopen. Secret Jardin maakt bijvoorbeeld een geweldig klein koepeltentje die ideaal is om wat stekken in te laten groeien, en hij kost maar 31,50 euro. De kleinste Homebox (43,60 euro) is zelfs nóg kleiner, daarmee kun je dus stekken maken op minder dan 0,1 vierkante meter.

Meer dan 30 x 30 (linker tent) of 40 x 40 (rechter tent) cm aan ruimte heb je niet nodig om zelf wietstekken te maken.

Stekken in een propagator zullen niet snel voor geuroverlast zorgen. Wanneer je je stekjes na het wortelen echter nog een paar weken in de stekruimte wil laten groeien, doe je er goed aan om toch een klein koolstoffiltertje aan te sluiten. Gaat het je puur en alleen om stekken te laten wortelen, dan kun je dat zelfs doen met alleen een propagator zoals de Propagator Pro 2. Hierin zit een ingebouwde ledlamp om je wortelende stekken van licht mee te voorzien.

Je stekruimte heeft verder ook een kleine afzuiger en CFL verlichting nodig. Dit kan bijvoorbeeld een T-Neon lamp van ongeveer 36 Watt zijn, of een paar spaarlampen die samen hetzelfde vermogen hebben. Zorg ervoor dat je een groeilamp kiest en geen bloeilamp. De kleur van het licht is daarvoor belangrijk, kies een CFL lamp met koel blauw licht. Bij gewone spaarlampen wordt dat aangegeven in graden Kelvin op de verpakking. Kies voor de kleur 865 of 840 voor de groei. De laatste twee cijfers staan voor de kleurtemperatuur in Kelvin, 865 is dus 6500 graden Kelvin en 840 is 4000 Kelvin. Dit heb je nodig om een stekruimte te maken:

Om stekken te maken heb je stekblokjes of potjes aarde, een scalpel of scheermesje, een propagator en stekkengel of stekpoeder nodig.

Stekken maken

Een wietplant stekken is niet moeilijk. Het is slechts een kwestie van schoon werken en de stekken laten wortelen. Dat doen ze helemaal zelf, dus het enige dat jij hoeft te doen is een gezonde portie geduld opbrengen. Je hebt er natuurlijk wel het een en ander voor nodig; kleine potjes met aarde of stekblokjes van steenwol of turf om de stekken in te laten wortelschieten, een scherp en schoon scheermesje of een wegwerp-scalpel om de stekken mee te snijden en een propagator oftewel stekkasje om de luchtvochtigheid hoog te houden. En natuurlijk een moederplant om je stekken vanaf te halen. Stekpoeder of stekkengel zorgt ervoor dat je stekken vaker en sneller wortels vormen. We zetten het nog even op een rijtje voor je:

Stekken wortelen het makkelijkste en snelste wanneer ze van een gezonde wietplant in de groeifase worden genomen. Je kunt echter ook gewoon stekken van bloeiende wietplanten nemen, alleen dan wortelen ze wat minder snel, en zullen er eerder stekken uitvallen. Het voordeel van het stekken van een bloeiende wietplant, is dat je in ieder geval al op de hoogte bent van de prestaties en smaak en geur van de moederplant. Wanneer een stek van een bloeiende moederplant eenmaal is aangeslagen, komt ze terug met een zee aan nieuwe toppen. Dit noem je ook wel Monstercroppen.

Houd de luchtvochtigheid in de propagator hoog, maar maak de stekblokjes niet drijfnat. Foto: Danaan, Shutterstock

Ieder takje van je moederplant waar een groeipunt aan zit, is geschikt om een stek van te maken. Een stek van een centimeter of 10 die net onder een node is afgesneden is echter ideaal. Snij de stek schuin af en snij de onderste zijtakjes (wanneer je de stek inderdaad net onder een node hebt afgesneden) bij de hoofdstam af. Plaats je stek in een beker met water terwijl je de rest van je stekken van de plant snijd. Als je beker genoeg stekken bevat, ga je ze een voor een prepareren.

Snij schutbladeren op één à twee van de stek af zodat de stek nog een groeipunt en dus één tot twee bladeren heeft. Dip de onderste drie tot vier centimeter van de steel van je stek even in stekpoeder of stekkengel, en prik hem in een licht vochtig stekblokje of potje met aarde. Je stek heeft nog geen wortels dus het stekblokje hoeft echt niet drijfnat te zijn. Licht vochtig is meer dan genoeg en vergroot je kans op succes. Het is de vochtigheid van de lucht in de propagator die je hoog moet houden, niet de aarde of het steenwol.

Plaats de stekken een voor een met potje of stekblokje en al, in de propagator. Benevel ze met water uit een plantenspuit en zet de propagator onder je lamp. Laat de luchtopeningen in de propagator dicht zodat de luchtvochtigheid hoog blijft en stel het lichtschema in op 18 uur licht en 6 uur donker. 20 Uur licht en 4 uur donker mag ook. Ga niet elke dag even kijken maar laat je stekken zeker een volle week lang helemaal met rust. Het enige wat je kan doen is om de dag even opnieuw benevelen, maar sluit de propagator daarna meteen weer.

Na 7 tot 14 dagen zullen je stekken bij een temperatuur tussen de 20 en 26 geworteld moeten zijn. Stekken van bloeiende moederplanten doen er wellicht iets langer over. De bladeren zullen wat vergelen en wellicht afsterven, maar dat is normaal. Als de stekken eenmaal wortels hebben komen er weer nieuwe groene bladeren aan en kun je ze verpotten en verder laten groeien, of in je bloeiruimte laten afbloeien.

Delen via
Lekker bezig!
(advertenties)