(advertentie)
(advertentie)
(advertentie)

Hoewel wietplanten buiten niet snel last zullen krijgen van een enorme plaag, zijn ze wel blootgesteld aan allerlei vervelende insecten. Sommigen daarvan kunnen je opbrengst of planten serieus in gevaar brengen, vooral als ze met een hele kolonie van je planten komen snoepen. We bespreken 7 van de meest voorkomende soorten ongedierte en wat je kunt doen om ze te voorkomen en genezen.

Ongedierte is een vervelende pest voor zowel binnen- als buitenkwekers maar buiten krijgen je wietplanten er sowieso mee te maken. Binnenkwekers kunnen hun kweekruimte ervoor afsluiten maar buiten horen insecten er nu eenmaal bij.

Je hoeft dus niet in paniek te raken als er een keer een rupsje of een torretje op je wietplant te zien is. Wees echter wel op je hoede dus inspecteer buitenwietplanten dagelijks en grijp snel in als dat nodig is. Dit zijn 7 van de vaakst voorkomende soorten ongedierte op wietplanten buiten, en hoe je ze kunt voorkomen of biologisch bestrijden.

1. Slakken

Slakken zijn slechte zwemmers en zullen een barrière van water niet oversteken. Foto: Kiddee, Shutterstock

Slakken kunnen vooral aan het begin van de zomer een bedreiging voor je wietplanten zijn. Dan zijn ze namelijk in grote aantallen aanwezig want slakkeneitjes worden in maart gelegd. De jonge slakken zijn meteen hongerig en spugen niet op een fris wietblaadje. Wanneer wietplanten groot zijn kunnen ze de schade van een slak doorgaans wel hebben, maar één enkele slak kan een zaailing gemakkelijk dood eten.

Voorkomen: Een voortijdige dood of enorme schade door slakken kun je gelukkig goed voorkomen. Dat doe je met name door ervoor te zorgen dat er zo min mogelijk slakken in de buurt zijn. Om zo min mogelijk slakken in je tuin te hebben kun je het beste in maart al op slakkenjacht gaan. In maart leggen slakken namelijk eitjes, dus door slakken in maart weg te halen voorkom je dat ze zich vermeerderen. Ruim je tuin of balkon verder netjes op want slakken schuilen graag overal onder om te voorkomen dat ze uitdrogen. Ze houden van vochtige plekjes onder bladeren en in hoog gras, dus maaien kan ook geen kwaad.

Een andere wellicht slimmere manier is door ervoor te zorgen dat slakken niet bij je wietplanten kunnen komen. Aangezien ze niet kunnen zwemmen is water een uitstekende barrière. Zet jonge wietplanten daarom op een tafel, en zet de poten van de tafel in vier bakjes water. Aangezien slakken ook niet kunnen vliegen kunnen ze zo nooit bij je planten komen. Je kunt ook een barrière proberen te maken van koper met koperdraad of kopertape maar sommige slakken glibberen daar toch gewoon overheen.

Bestrijding: Het spreekt voor zich dat je elke slak die je op je wietplanten ziet verwijdert maar sommige tuinen zitten er gewoon vol mee. In dat geval zou je kunnen strooien met slakkengif maar dat raden we niet aan. Het is niet goed voor het milieu en het helpt ook niet tegen alle slakken. Je kunt een paar biervallen zetten, want slakken zij zulke zuiplappen dat ze zichzelf erin verdrinken. Wat echt goed werkt en de slakken ook langer dan een jaar weg houdt, zijn aaltjes oftewel nematoden. Zorg wel dat je de juiste aaltjes bestelt want er zijn ook aaltjes tegen ander ongedierte.

2. Rupsen

Er zijn enorm veel soorten rupsen maar gelukkig zijn er maar een paar waar cannabisplanten last van kunnen hebben. De kleine groene rupsjes die je vooral in het begin van de zomer ziet, richten meestal niet veel schade aan. Ze eten van de bladeren en maken daarin kleine gaatjes. Een plaag van rupsen is echter een ander verhaal, en er zijn ook rupsen die bijvoorbeeld aan de stam of takken knabbelen, en zo je wietplant de das om kunnen doen. Het is dus wel belangrijk om op rupsen te controleren, en rupsen meteen van je wietplanten te verwijderen.

Voorkomen: Rupsen zijn eigenlijk lastig te voorkomen, en gaat waarschijnlijk nog het beste in de groeifase. Dan kun je je wietplanten namelijk nog behandelen met neemolie. Neemolie meng je met lauw water en eventueel een klein beetje groene zeep, en sproei je op de bladeren. De neem laat een dun plakkerig laagje achter en bevat een natuurlijke insecticide. Voordeel van neemolie is dat het ook werkt tegen luizen, spint, mijten, schimmels en andere insecten. Bieslook en salie rond je wietplanten zetten helpt ook, want rupsen hekelen deze planten.

Bestrijding: Rupsen kun je goed zien en dus met de hand van je planten afhalen. Doe dat niet alleen overdag, maar ook ’s avonds laat (of ’s nachts) want veel rupsen rupsen alleen ’s nachts. Heb je echt een plaag, dan kun je parasitaire wespen proberen uit te zetten maar beter nog is waarschijnlijk een bacteriële spray. De Bacillus thuringiensis bacterie is een ziekteverwekker voor rupsen en zorgt ervoor dat rupsen binnen enkele dagen verslappen en dood gaan. Gebruik echter nooit een spray op bloeiende wietplanten, en helemaal niet op toppen.

3. Bladluizen

Mieren ‘melken’ bladluizen, dus het is belangrijk om ook die bij wietplanten weg te houden. Foto: epioxi, Shutterstock

Bladluizen zijn een bekend probleem voor autoflower kwekers, aangezien die net in de periode bloeien wanneer bladluizen het meest actief zijn. Bladluizen zijn sapzuigers die je plant plakkerig achterlaten, ze komen in vele kleuren voor van groen tot geel tot zwart en oranje. De plakkerige stof die ze uitscheiden is overigens een feestmaal voor mieren, die bladluizen daarom ook melken. Ze dragen de beestjes er zelfs je wietplanten voor in. Heb je dus bladluizen, zoek dan ook naar een nabijgelegen mierennest. Bestrijd niet allen de luizen maar ook de mieren.

Voorkomen: Bladluizen voorkomen doe je door mierennesten te bestrijden maar ook door bijvoorbeeld een knoflookextract zoals Rogis Garlic (OGF) aan je planten te geven. De luizen zuigen de sappen maar niet als dat naar knoflook smaakt. En maak je geen zorgen, zodra je tijdig met het spul stopt proef jij niets van de knoflook.

Bestrijding: Het is geen doen om alle bladluizen één voor één van je planten te plukken maar je kunt ze wel afspoelen. Luizen houden niet van koud water, dus spoel je planten af met de tuinslang. Dit is een goede remedie in de groeifase, maar kijk uit met bloeiende wietplanten. Je wil niet dat je toppen gaan schimmelen door het spoelen. In dat geval kun je misschien beter lieveheersbeestjes kopen of naar je planten lokken door wat brandnetels te laten groeien. Lieveheersbeestjes zijn daar namelijk dol op!

4. Witte vlieg

De witte vlieg is een wit motje ter grootte van ongeveer een fruitvliegje. Je hebt ze niet snel door maar als je je wietplanten even door elkaar schudt dan kun je ze zien opvliegen. Denk niet dat je ze dan kwijt bent want ze vliegen net zo hard weer terug. Ze zitten voornamelijk aan de onderkant van je bladeren. Je kunt witte vliegen moeilijk voorkomen buiten maar als ze er zijn dan kun (en moet) je ze wel bestrijden, want het wordt al snel een plaag.

Bestrijding: Er zijn gelukkig veel insecten die de witte vlieg wel lusten. Lieveheersbeestjes, spinnen, sluipwespen en libellen bijvoorbeeld. Zoals we al zeiden kun je lieveheersbeestjes kopen of naar je wietplanten lokken met brandnetels.

5. Trips

Tripsen zijn ontzettend klein en dus nauwelijks te zien, zelfs als je ernaar op zoek gaat. Ze zuigen echter net als luizen en spint sappen uit het blad van je planten, dus je kunt ze gemakkelijk herkennen aan hun sporen. Kleine witte/zilveren vlekjes op de bovenkant van de bladeren. Soms zie je ook de poep van tripsen, heel kleine zwarte puntjes die je echt niet op je toppen wil hebben! Buiten zul je niet heel snel een tripsenplaag krijgen, maar voorkomen is ook lastig.

Bestrijding: Neemolie werkt goed tegen trips. Bij het voorkomen van rupsen hierboven kun je lezen hoe je het gebruikt. Op bloeiende planten kun je de roofwants uitzetten tegen trips. Ook kun je ze proberen af te spoelen met koud water, net als je bij bladluizen doet. Heb je erg veel last dan kun je pyrethrum proberen. Pyrethrum is een biologische insecticide die wordt gewonnen uit chrysanten. Je kunt het in de meeste tuincentrums kopen als concentraat of Spruzit-R. Het is niet giftig voor mensen en breekt in een dag of twee af. Sprizit-R is wel biologisch, maar gebruik het niet op bloeiende wietplanten.

6. Spint

Voor binnenkwekers is spint een echte nachtmerrie want ze zijn desastreus voor wietplanten en niet weg te krijgen. Vaak komen ze zelfs na de oogst terug bij je volgende kweek, dus voorkomen is binnen zeker veel beter dan genezen! Buiten kom je de krengen gelukkig niet zo vaak tegen in Nederland, want ze houden van een hoge temperatuur en een lage luchtvochtigheid. De sporen van Spint zijn webben, en gele spikkels op de bladeren, die enigszins lijken op de zilveren vlekjes die de trips produceert.

Voorkomen: Spint kun je wellicht enigszins op afstand houden met Rogis OGF (zie bladluizen) of door knoflook rond je planten te laten groeien. Spint leeft verder het beste bij een hoge temperatuur met een lage luchtvochtigheidsgraad. De eitjes komen niet makkelijk uit in een vochtige omgeving. Je zou dus preventief het blad van je planten van onder en boven in kunnen spuiten met water.

Bestrijding: Heb je binnen eenmaal spint, dan moet je echt snel in actie komen en rigoureus te werk gaan. Buiten groeit ook spint niet zo snel uit tot een plaag, al is het alleen maar omdat de temperatuur buiten meestal een stuk lager ligt. Heb je toch een plaag, dan kun je roofwantsen inzetten, en lieveheersbeestjes tegen spint. Wees extra voorzichtig als je zowel buiten als binnen kweekt, want je wil de spint zeker niet in je kweekruimte hebben!

7. Bladmineerder

De bladmineerder is ook zo’n typisch buitenwiet beestje. Je ziet de bladmineerder zelf meestal niet maar wel de sporen, die eruit zien als witte kronkelpaden op de bladeren. Gelukkig heb je meestal niet veel van de bladmineerder te vrezen. Hoewel het beestje zich een weg baant door de middelste lagen van het blad, zijn het er meestal maar enkelen, en alleen een bedreiging voor zeer jonge wietplanten. Als je ze wil bestrijden kun je ze gemakkelijk dooddrukken met je vingers. De larven bevinden zich namelijk aan het einde van hun eigen kronkelweggetje, daar waar het blad wat verdikt is.

(advertentie)